Eigenlijk wonen wij hier niet

De Hogeweyk is een voor dementerende ouderen ontworpen buurt in Weesp. Het is een gesloten psychogeriatrische instelling, maar het ‘dementendorp’ ziet er vriendelijker uit dan een normaal verpleeghuis. „Alles staat in dienst van de bewoners.”

Op de foto’s van linksboven met de klok mee: Bewoonster Thea Veenendaal leest de krant in een woning in Gooise stijl in ‘dementendorp’ De Hogeweyk in Weesp. Eenportret van de moeder van meneer Van Ee, een van de bewoners.Een man zoent zijn dementerende vrouw tijdens een bezoek aan haar woonruimte in Gooise stijl.Meneer van Ee rookt een sigaar. Hij woont in een woning in ‘ambachtelijke’ stijl. Een vrouw dekt de tafel in een van de 23 woningen. Meneer van Ee doet boodschappen in de supermarkt in De Hogeweyk, waar geen geld aan te pas komt. Interieur van een huis in ambachtelijke stijl. Een bewoner wordt naar huis gebracht. De man was verdwaald en wist niet meer dat hij in de instelling woonde: een medewerkster zorgt dat hij nog op tijd binnen is voor het avondeten. Debesloten binnenplaats, waar dementerende ouderen vrij kunnen rondlopen.

Noren, Duitsers, Zweden, CNN en vorige week nog The New York Times: media uit de hele wereld komen kijken hoe de Vivium Zorggroep in Weesp 152 mensen met vergevorderde alzheimer of andere vormen van dementie verpleegt: in het speciaal voor hen gebouwde buurtje De Hogeweyk met 23 groepswoningen in zeven leefstijlen. Stads, ambachtelijk, Indisch, huiselijk, Goois, cultureel en christelijk. Ook is er een supermarkt (zonder geld), een theater, een restaurant en een café. Bewoners kunnen binnen de muren vrij rondlopen, als ze dat zouden willen, en er zijn clubjes waar ze lid van kunnen worden. Lezen, koken, schilderen, bingo, zingen, wandelen. De dementie wordt er niet minder door, maar het ziet er vriendelijker uit dan een verpleeghuis waarin mensen met z’n vieren of tienen op een kamer liggen, zoals buiten Nederland vaak gebruikelijk is. Duurder dan andere verpleeghuizen is De Hogeweyk niet, de financiering komt van de overheid, en om voor opname in aanmerking te komen is de zwaarste indicatie vereist. De Hogeweyk lijkt een dorp, maar is een gesloten psychogeriatrische instelling.

Yvonne van Amerongen is een van de mensen die het allemaal zo bedacht hebben, in 1993. Ze werkte in de verpleeghuiszorg en toen haar vader overleed, op z’n 63ste, was ze opgelucht dat hem een oude dag in een verpleeghuis bespaard was gebleven. „Dat was zot”, zegt ze. „Ik zei tegen mijn collega’s: kennelijk is ons product niet goed.”

Er werd een projectgroep gevormd, een visie ontwikkeld – „een woonomgeving creëren waarin dementerenden hun leven kunnen voortzetten zoals ze gewend waren, ondersteund door de zorg en service die bij hen past” – en die is sinds 22 jaar het leidende principe in De Hogeweyk. „Alles”, zegt Yvonne van Amerongen, „staat in dienst van de mensen die hier wonen.”

Frans van der Schoot (1927) woont in het huis met de leefstijl ambachtelijk. De meubelen zijn hier van zwaar eiken, ’s avonds komt het eten in pannen op tafel. Vroeger had hij een delicatessenwinkel, maar zelf weet hij dat niet meer. Hij zit aan tafel naast een vrouw die hoedenmaakster is geweest. Weet zij ook niet meer. Hoe lang woont Van der Schoot hier? „Feitelijk woon ik hier niet”, zegt hij. „Ik woon in een dorp verderop.” Waarna hij over de oorlog begint. „Op mijn achttiende moest ik naar eh… Kom, hoe heetten die eilanden ook al weer? Ze waren van Nederland. In de oceaan.” Indonesië? „Indonesië. Op mijn achttiende. Je hebt het er maar mee te doen. Ik werd naar de oorlog gestuurd, in eh… Kom, hoe heetten die eilanden ook al weer?”

Thea Veenendaal (1932) zit de krant te lezen in een van de gebloemde crapauds in het huis met de leefstijl Goois. Hier komt het eten ’s avonds in dekschalen op tafel. Ze kijkt op, glimlacht en vertelt dat ze hoofd van de afdeling radiologie van het ziekenhuis in Leiden is. „Altijd dienst”, zegt ze. „Altijd bereikbaar. Spoedgevallen, ’s nachts naar de OK, je weet niet beter. En altijd je loodschort aan, altijd, anders gaat het verkeerd.”

Hoe lang woont zij hier? „Ik woon hier niet, hoor”, zegt ze. „Ik woon in ’s Graveland.” Heeft ze een goed leven? „Een geweldig leven”, zegt ze. „Zolang ik mijn loodschort maar niet vergeet. Als radiologe werk ik met röntgenstralen. Je weet niet beter, maar je moet er wel mee uitkijken.”

Frans van de Ven (1945) woont in het huis met de leefstijl cultureel. Hier staat de radiozender op ‘Hilversum 4’ en aan de wanden hangen abstracte schilderijen. Van de Ven was vroeger architect. In zijn slaapkamer staat een Eames-achtige fauteuil, zijn boekenkasten zijn gevuld met werken van E. du Perron en Hannah Arendt en John dos Passos. Hoe bevalt het hem hier? „Als jij foxiseem bent”, zegt hij, „dan is dat zo en dat ik allemaal mijn herre eh… jaha… Ik durf ook eigen niks te ruppen, want dat ben jij je schitterende situatie kwijt.”