Een uitglijder van Opstelten

Wie bij de overheid voor zijn arbeid 63.500 euro per maand wil ontvangen, moet zien te voorkomen dat hij het etiket ‘topfunctionaris’ krijgt. Deze paradoxale conclusie valt te trekken uit de dubieuze omgang van minister Opstelten (Justitie, VVD) met de Wet Normering Topinkomens.

Uit onderzoek van deze krant bleek dat Opstelten gedurende twee jaar 1,3 miljoen euro aan honorarium plus 383.000 euro particuliere vervoerskosten betaalde aan een interim ‘chief technology officer’ voor de Nationale Politie. De wettelijke plicht om daarvoor toestemming van de ministerraad te vragen schoof de minister terzijde. Ook voldeed hij niet aan de wettelijke plicht om deze uitgave aan de Tweede Kamer te melden.

Als argument daarvoor gaf het kabinet vrijdag dat betrokkene niet voldeed aan de wettelijke definitie van ‘topfunctionaris’. Die interpretatie is, gezien de beoogde functie van de consultant en de reden van diens aanstelling, bizar, en eigenlijk beledigend. Opstelten besloot in 2012 na een alarmerend rapport, overigens mede opgesteld door dezelfde consultant (ook dat nog), kennelijk tot daadkrachtig ingrijpen. Het rapport van de ‘review board’ stelde destijds dat de IT-organisatie van de Nationale Politie in oprichting, in de ‘allerhoogste risicocategorie’ terecht was gekomen. De aansturing was versnipperd, verantwoordelijkheden waren onduidelijk, het werkprogramma niet consistent, de besluitvorming onhelder. Er waren te veel verschillende en verouderde technologieën, de netwerk- en opslagcapaciteit was niet toereikend, het beheer was versnipperd, er waren te weinig competenties en professionaliteit aanwezig. En voor de hele organisatie gold: er was sprake van „overmoed in plaats van optimisme en realisme”.

Maar de twee consultants die dit rampgebied als tijdelijk leidinggevenden moesten saneren, dienen we in de zin van de wet dus niet als topfunctionarissen te beschouwen. Althans dat wil Opstelten de burger doen geloven. Dan is het dus van tweeën een. Als zij géén topfunctionaris waren dan betaalde de minister veel te veel. En als zij dat wel waren, dan overtrad de minister de Wet normering topinkomens. Politiek lijkt het een lose-lose situatie.

Over de Nationale Politie is de Kamer bezorgd en met recht. De inspectie Veiligheid en Justitie schreef dat die in een ‘afwachtende houding’ is terechtgekomen. De ‘veranderagenda’ stond stil. De politie zelf rapporteert overigens ‘overwegend te optimistisch’, aldus de Inspectie. Dit komt bovenop groeiende twijfel aan de minister die al enige tijd geen sterke indruk in de Kamer meer maakt. Om dan zo flagrant de wet te overtreden kan een faux pas te veel zijn.