Een onverwachte happy ending

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Het is niet geheel onbegrijpelijk, dat sommigen het goed recht van de happy ending bepleiten. Er is een sexueele nood, die sexueel opstandig maakt.’

Deze zinnen staan in een boekje dat in 1946 is geschreven door Herman Divendal, in opdracht van de Katholieke Actie in Nederland. De titel luidt: Happy ending of eeuwig geluk?

Wie nu op internet naar happy ending zoekt, komt eerst bij een film terecht die zo heet (een Bollywood-komedie uit 2014) en vervolgens al snel bij massagesalons waar mannen – tegen extra betaling – een happy ending kunnen krijgen.

Historisch gezien is dit de correcte volgorde, want aanvankelijk associeerde men happy end en happy ending alleen met films en toneelstukken. In Nederlandse kranten vinden we happy ending voor het eerst in 1906, in een vraaggesprek met Henri de Vries, indertijd een beroemd acteur. De Vries had zijn geluk beproefd in New York, maar voor een stuk van Herman Heijermans met een somber slot bleken de Amerikanen weinig belangstelling te hebben. „In Amerika zweren de menschen ook al, net als hier, bij ‘a happy ending’”, verzuchtte De Vries.

Happy ending lijkt aarzelend terrein te hebben gewonnen in het Nederlands. Pas vanaf 1925 komen we de uitdrukking met enige regelmaat tegen en dan vooral in recensies.

De erotische betekenis van happy ending („orgasme, m.n. na een massage in een massagesalon”, aldus Van Dale) komt hoogstwaarschijnlijk uit het Amerikaans en is aan het eind van de jaren negentig voor het eerst aangetroffen.

Toen Herman Divendal in 1946 Happy ending of eeuwig geluk? schreef, associeerde niemand dit dus nog met seks. Toch heeft hij het bij herhaling over „de erotische happy ending”. Wat bedoelde hij hiermee? En vanwaar de titel? Eeuwig geluk is toch bij uitstek een happy ending?

Met zijn boekje reageerde Divendal, die indertijd werkte als ‘publiciteitsdeskundige’ van de Actie ‘Voor God’ in Heemstede, op een pleidooi van vrijdenkers voor „het vrije liefdesleven”. Lees: seks voor het huwelijk.

Maar volgens de 32-jarige Divendal, die zijn priesteropleiding had afgebroken omdat hij zich bij nader inzien niet kon vinden in het celibaat, moest je geslachtsdrift en voortplantingsdrift niet met elkaar verwarren. Seksuele bevrediging (de „erotische happy ending”) was slechts schijnbaar en tijdelijk wanneer dit niet leidde tot „het natuurlijke eeuwigheidselement”: kinderen.

Zomaar je seksuele lusten bevredigen had hoe dan ook catastrofale gevolgen. In de woorden van Divendal, die 12 kinderen zou krijgen: „De consequenties van de ‘erotische happy ending’ zijn duizendmaal erger. Zij hebben onbetwistbaar geleid tot de unhappy ending van het aardsch geluk van millioenen. (...) Zij hebben den mensch gemaakt tot een roofdier, dat zijn wildste instincten volgt. Zij hebben – menschelijkerwijze gesproken – God de handen voor het hoofd doen slaan om de verwording van zijn evenbeeld.”

Geen katholieke moralist, hoe wereldvreemd ook, zou het nu nog in zijn hoofd halen om happy ending te gebruiken in een seksuele context. Zoals geen dominee nu nog zou zeggen: „Jezus Christus, wie Hem ziet, die komt klaar.”

Die zin (hier eerder aangehaald) komt uit een preek uit 1936, toen klaarkomen in eerste plaats ‘gereedkomen, voltooid worden’ betekende. Taalveranderingen maken dergelijke oude teksten soms onbedoeld grappig.