Een kat die kleur brengt

Alles aan De kat, Takashi Hiraides fameuze en nu vertaalde roman, is klein: de kat, de omvang van het boek, de taal en het decor, dat nooit groter wordt dan een voormalige dienstwoning, een tuin en een vreemd gevormd achterafstraatje dat zo nauw is dat het de Bliksemsteeg wordt genoemd. Vrijwel het hele boek speelt zich af in een oase van rust in de miljoenenstad Tokio.

Daar woont een jong schrijversechtpaar dat thuis werkt, vaak in stilte. Een teken van vertrouwdheid of juist van sleet? Op zeker moment glipt er een kat bij hen naar binnen, die ze Pukkie noemen, en die officieel bij de buren woont. Pukkie wordt nooit meer dan een hotelgast, tevreden gehouden met schaaltjes horsmakreel, maar steeds vastbesloten om weer naar huis te gaan.

Voor het echtpaar is Pukkie een bron van fascinatie. De gedragingen van de kat brengen kleur in het eentonige leven. Vooral voor kattenmensen is dit boekje een feest van herkenning. ‘Observatie is de kern van liefde die niet vervalt in sentimentaliteit’, zo haalt de echtgenote een filosoof aan, en ja, een kat dwingt, veel meer dan een hond, tot observatie.

Niet alleen het gedrag van Pukkie wordt door de verteller nauwkeurig geobserveerd, hij krijgt ook weer oog voor andere schoonheid: het vertekende licht dat door een kwastgat valt, het paren van libellen. Toch gaat De kat vooral over vergankelijkheid. Het is het jaar dat keizer Hirohito sterft en een nieuw tijdvak aanbreekt, een symbolisch moment. De huisbazin verkast naar een verzorgingstehuis, haar zieke man overlijdt, en het jonge echtpaar moet gedwongen verhuizen. Ook Pukkie laat zich niet meer zien.

De kat is niet spectaculair of ambitieus, maar het is wel een teder en precies boek dat de glans en de tijdelijkheid van het alledaagse ontsluiert.