Droge voeten? Vooral zelf regelen

Vorig jaar kampte Engeland met de natste winter in 250 jaar. Er wordt met veel overheidsgeld hard gewerkt aan het herstel. „Maar het is allemaal oppervlakkig.”

Ewan Larcombe, lid van de dorpsraad, leidt rond in zijn truck. „Hier kwam het water, hier. Daar.” Vorig jaar rond deze tijd stonden de dorpjes Datchet en Wraysbury, even stroomafwaarts van Windsor, bijna helemaal onder water. Na de natste winter in jaren stroomden de Theems en al zijn zijrivieren over. In de hoofdstraat van Datchet werden zandzakken per kano vervoerd, in Wraysbury moest het leger bewoners met rubberbootjes ontzetten.

Er is hard gewerkt aan het herstel van de schade, niet alleen langs de Theems, ook elders. Het milieuagentschap verantwoordelijk voor waterbeheer in Engeland stuurt een lijst met alle projecten: 890 dijken en andere waterverdedigingswerken in het hele land zijn gerepareerd of worden gerepareerd, de manier waarop wordt gewaarschuwd is verbeterd, er zijn nieuwe tijdelijke en opblaasbare vloedkeringen aangeschaft, en er is 2,3 miljard pond (3,1 miljard euro) overheidsgeld beloofd voor risicomanagement.

„Er heeft veel activiteit plaatsgevonden, maar het is allemaal oppervlakkig”, zegt Paul Cobbing, voorzitter van het National Flood Forum, dat slachtoffers en gemeenten adviseert. Het heeft een reden: „Bij jullie in Nederland krijgt waterbeheer voorrang bij de planning. Hier is het onwaarschijnlijk dat één overstroming het hele land zal raken.”

Huis op pootjes

Dus wordt water niet als een nationaal probleem gezien. Slechts eenzesde van Engeland loopt gevaar. Vorig jaar leverden de overstromingen weliswaar spectaculaire beelden op, maar „in werkelijkheid was de impact niet groot”, zegt Cobbing: 5.800 huizen en bedrijven overstroomden. Zeven jaar eerder waren dat er negen keer zo veel.

Maar er zijn wel „heel, heel veel kleine gebeurtenissen”, waarschuwt hij. Kusterosie in Norfolk, stijgend zeewater in Cornwall en Wales, onderlopende polders in Somerset, rijzend grondwater elders: „Ik denk niet dat we als land beseffen hoe ingewikkeld het probleem is.”

Als Britten méér veiligheid willen, moeten ze het zelf regelen. Dorpsraadlid Larcombe rijdt langs de huizen die vorig jaar in Wraysbury werden getroffen. Overal wordt gesloopt en gebouwd. De nieuwbouw is hoger dan de oudbouw, met roosters zodat het water vrijelijk onder de huizen kan doorstromen, en trappetjes naar de voordeur. Eén gezin heeft zelfs zijn hele huis laten optillen en op pootjes laten terugzetten. Kosten: 70.000 pond.

Anderen – met minder geld – hebben minder geluk. Timmerman Peter Osborne laat de waterschade in zijn werkplaats zien. Op veel van het hout zit op kniehoogte een rand, in de muur schimmel. Hij maakt stands voor beurzen,heeft geen geld om de werkplaats zo in te richten dat het hem niet nog eens kan overkomen. Tegen overstromingen was hij niet verzekerd.

Mark Larcombe, de broer van het dorpsraadslid, heeft planken in de eetkeuken waar duidelijk mooie vloerbedekking moet hebben gelegen. „Ik ben nog altijd met de verzekering aan het onderhandelen.” Een groter probleem is echter, zeggen beide broers, dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor hoe dit in de toekomst kan worden voorkomen.

Paul Cobbing van het National Flood Forum waarschuwt dat waterbeheer nu louter gezien wordt als overheidsprobleem, en bescherming als individueel probleem. „Geen model vertelt welke greppel altijd verstopt raakt, welke rivier als eerste overloopt. De lokale bevolking weet het gewoon. Wij werken met het milieuagentschap samen om kennis te delen.”

Het cynische is dat de meesten het risico op overstroming voor Datchet en Wraysbury kenden. Het is tot de laatste sluis voor Londen bij Teddington het grootste bewoonde gebied in Engeland zonder verdediging tegen het water. En bij een grotere overstroming lopen niet alleen de bewoners gevaar, maar ook de productie van drinkwater voor een groot deel van Zuid-Engeland, zo’n twintig elektriciteitscentrales, de rondweg om Londen, en het vliegveld Heathrow, dat aan de andere kant van de ondergelopen grindgroeven bij Wraysbury ligt.

Plan voor aanpassen stuwdammen

Er ligt een plan om stuwdammen in de Theems aan te passen, en een overstromingskanaal te maken. De bouw zou in 2020 moeten beginnen, ‘afhankelijk van financiering’, en die is nog niet rond. De regering heeft geld beloofd, de gemeenten moeten de andere helft bijleggen, maar worstelen vanwege de bezuinigingen om de laatste 50 miljoen pond bijeen te schrapen.

„De urgentie die wij voelen, wordt van bovenaf niet gedeeld”, zegt dorpsraadlid Ian Thompson, ingenieur en binnen de raad het aanspreekpunt voor waterbeheer. De dorpsraad van Datchet heeft maar beperkte bevoegdheden; het dorp hoort bij de gemeente Windsor en Maidenhead.

Ook dat steekt. Het stroomopwaarts gelegen Maidenhead kreeg in 2002 een overstromingskanaal, de Jubilee River, die bij Datchet weer in de Theems vloeit. „Dat werkte prachtig voor hen, maar toen de sluisdeuren werden geopend, waren wij de dupe”, smaalt Larcombe. „We liggen 18 meter boven zeeniveau, wij horen niet onder te lopen.” Hij vreest dat er niet van fouten uit het verleden wordt geleerd. „Het mismanagement van die sluizen leidde tot extra overstromingen”, zegt ook Thompson. „In Maidenhead zaten ze te vissen terwijl hier het leger met zandzakken liep. Daar pochten ze dat het fantastisch werkte. Hier zijn nog altijd dertig gezinnen die niet terug naar huis kunnen.”

Het milieuagentschap reageert desgevraagd: „Vorige winter was de natste in 250 jaar, met een extreme hoeveelheid regen. De hoeveelheid water die de rivier moest verwerken, betekende dat we het risico op overstroming niet konden uitsluiten.”

In Datchet zegt Santosh Binawra, eigenaresse van het postkantoor, optimistisch dat ze geen nieuwe overstromingen vreest. „Eens in de twintig jaar, zeggen ze.” Buiten hangt een bordje van het milieuagentschap: ‘Alles Veilig’.