De zinderende klank van het Kamerkoor is een revelatie

Het is alsof de trainer van Ajax opeens voor Feyenoord staat, al is de concurrentie in de Nederlandse koorwereld vriendelijker van toon. Daniel Reuss, artistiek leider van Cappella Amsterdam, dirigeert deze weken tijdens een korte tournee voor het eerst het Nederlands Kamerkoor. Samen vormen beide ensembles de top van een gigantische ijsberg: in Nederland zijn meer mensen lid van een koor dan van een voetbalvereniging.

Het heerlijke Amerikaanse programma dat in Heerlen ten doop werd gehouden, bevatte enkele favorieten uit het amateurrepertoire. Maar de zwoele consonantie van Samuel Barber en vooral van Morten Lauridsens O Magnum Mysterium kreeg een zinderende vertolking die maar voor weinigen is weggelegd. Een revelatie was Cancion del Alma: en una noche oscura van die hier onbekende componiste Edie Hill, op tekst van de zestiende-eeuwse dichter en mysticus San Juan de la Cruz. Het werk beschreef een boog van wankele harmonieën vol ‘verkeerde’ noten naar een hoogtepunt van stralende majeurakkoorden, om terug te keren, als uit een visioen, in een onbestemd gonzend nu.

Na de pauze klonk David Langs The little match girl passion, in 2008 bekroond met de Pulitzer. In deze populaire bewerking van Andersens Meisje met de zwavelstokjes begeleidden de zangers zichzelf met trom, buisklokken, glockenspiel, belletjes. Met bescheiden middelen bereikt Lang in een afwisseling van recitatieven en vrijere, ingetogen koralen een groot effect – al is zijn postminimalstijl niet vrij van enig maniërisme.