‘De hooligans hebben in Rome onze identiteit verwond’

Hooligans in Rome riepen felle reacties op. Nederland is te kijk gezet, juist in het symbool van Europese cultuur.

Meerdere politici hebben het ten minste een keer gezegd. Het wangedrag van Feyenoord-fans vorige week in Rome kon écht niet.

Premier Mark Rutte, burgemeester Ahmed Aboutaleb, minister Bert Koenders, minister Ivo Opstelten – allen hebben ze inmiddels naar Italië gebeld, geschreven, hun afschuw uitgesproken of benadrukt dat ze de rellende Feyenoord-hooligans hard zullen aanpakken.

Meer dan vijftig Feyenoordaanhangers werden donderdag na de wedstrijd tussen Feyenoord en AS Roma gearresteerd door de Italiaanse politie. Ze beschadigden Romeinse monumenten, gooiden met vuurwerkbommen en vochten met de politie. Dertien agenten raakten hierbij gewond. Vijfentwintig hooligans zijn al veroordeeld.

De Italiaanse krant Il Tempo schat de schade die de Feyenoordaanhangers hebben aangericht op 8,5 miljoen euro. De krant riep koning Willem-Alexander afgelopen weekend op de volledige schade terug te betalen.

PvdA-Tweede Kamerlid Achmed Marcouch twitterde: „Deze Feyenoordhooligans verpesten het voor de echte supporters en zijn een schande voor de sport!”

Samen met zijn PvdA-collega Tjeerd van Dekken stelde schriftelijke vragen over de rellen in Rome. Marcouch en Van Dekken willen onder meer weten of de ministers Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en Edith Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD) de gevoelens van „afschuw en plaatsvervangende schaamte” delen.

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam schreef afgelopen vrijdag een brief naar burgemeester Ignazio Marino van Rome: „Vol afschuw hebben de Rotterdammers kennis genomen van het wangedrag van een deel van de Feyenoordsupporters rond de wedstrijd AS Roma-Feyenoord.”

Namens alle Rotterdammers betuigde hij zijn steun aan de Romeinen. Het gedrag van de Feyenoordfans was „onacceptabel”.

Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) belde zaterdag met zijn Italiaanse ambtgenoot over de rellen. Premier Mark Rutte liet de Italiaanse premier Matteo Renzi die dag telefonisch weten dat hij het wangedrag van Feyenoord-supporters verschrikkelijk vindt en dat hij zich voor hen schaamt.

Waarom buitelden al die politici over elkaar heen? Dat het verkiezingstijd is maakt misschien iets uit, maar ook in een andere tijd zouden de reacties niet ongepast zijn, zegt Jan Kleinnijenhuis, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Wie had vorige week kunnen bevroeden dat Nederlandse hooligans massaal in een monumentale fontein zouden gaan plassen? Stel dat Italiaanse supporters massaal tegen het monument op de Dam of in het Rijksmuseum zouden plassen, dan zouden we toch ook verontwaardigd zijn?” Dan zou een reactie van de Nederlandse premier niet uitblijven, zegt Kleinnijenhuis. „En daar zou de Italiaanse premier dan weer op hebben gereageerd.”

De vele reacties zijn ook begrijpelijk omdat deze gebeurtenis aan onze nationale identiteit raakt, zegt Henk Dekker, emeritus hoogleraar politieke socialisatie en integratie aan de Universiteit Leiden. En de hooligans hebben die identiteit verwond. „De Nederlandse regering investeert miljoenen in het creëren van een positief beeld over Nederland. En nu hebben onze landgenoten schade aangericht in Rome, de stad die symbool is van de Europese cultuur. We willen dat mensen aan Erasmus denken als het over ons gaat, niet aan agressieve hooligans.”

De reacties van de politici zijn niet overdreven, zegt Dekker. Het zou juist slecht zijn voor het Nederlandse imago als we het niet heel serieus zouden nemen. Dekker: „Vooral nu we een belangrijke rol spelen in de Europese Unie.”