Als je dit boek opzij legt is dat juist een goed teken

Samen met zijn dochter Jet schreef Pieter Steinz een reisgids door de wereld van de literatuur. De Dikke Steinz is als een reis met alleen maar hoogtepunten – geen hotelletjes vol kakkerlakken.

Het leukste aan ‘de Dikke Steinz’ is dat je dit boek van je leven niet zult uitlezen, en dat je je daar absoluut niet schuldig over hoeft te voelen.

Maar dat besef komt nog niet meteen als je eraan begint. ‘Wee de 21ste-eeuwer’, schrijven de auteurs namelijk in de inleiding van het boek dat eigenlijk een nog veel fantastischer titel heeft, te weten Steinz. Gids voor de wereldliteratuur in 416 schrijvers, 104 meesterwerken, 26 one-book wonders, 52 boekwebben, 26 thema’s, 26 quizzen en 52 landkaarten. ‘Zelfs hij of zij die zich beperkt tot fictie zal zich met een straffe dagindeling slechts door een fractie van de wereldliteratuur kunnen heen werken.’

Je zou van dat besef een groot schuldgevoel kunnen krijgen en diep ongelukkig worden, of jaloers, op iedereen die zijn tijd al beter besteed heeft, of iedereen die meer tijd gegund zal zijn. En ja, ik voelde van al die emoties wel een vlaagje. Maar dat gevoel verdween.

Een reisgids zonder toeristenfuiken

‘De Dikke Steinz’ is een reisgids door de wereld van de literatuur, maar dan met alleen maar hoogtepunten – smaken verschillen natuurlijk, maar er staan geen hotelletjes vol kakkerlakken en tegenvallende toeristenfuiken in. Het boek is gebaseerd op eerdere boeken van Pieter Steinz, in het bijzonder de leesgids Lezen &cetera (2006), de leesatlas Lezen op locatie (2004) en de leeshitparade Het web van de wereldliteratuur (2007). Het nieuwe boek is dat allemaal ineen.

Deze Dikke Steinz, nu door Pieter geschreven in samenwerking met zijn dochter Jet, is een boek om in te struinen en rond te kuieren, te dwalen en te dralen, om in heen en weer te schieten en je op een zijspoor te laten zetten.

Dit is dus geen recensie, het is eerder een reisverslag, een verhaal over een speurtocht door een woud van dode bomen waar het eeuwige leven in zit.

We beginnen met de A, van aaaargh

En zoals alle reizen is het begin nog energiek en zelfverzekerd, maar ook meteen confronterend. We beginnen maar gewoon bij de A. De titelpagina van hoofdstuk A is, aaaargh, meteen pijnlijk, want daar staat het overzichtje van A-lemma’s: 16 schrijvers (van wie ik, ik tel en slik, maar van 8 ooit iets gelezen heb), 3 meesterwerken (1 gelezen, au), 3 literaire landkaarten, 1 thema en 1 quiz.

Het boek begint met Kader Abdolah, van wie ik een Boekenweekgeschenk heb gelezen en verder, tja, één boek: zijn ‘grote roman’, aldus de Steinzen, Het huis van de moskee. Maar dat heb ik niet uitgelezen, herinner ik me – toch wel gênant, want het werd ‘na een internetstemming uitgeroepen tot het beste Nederlandse boek op Mulisch’ Ontdekking van de hemel na’.

Oh, over dát boek zal nog wel méér in deze gids staan – en dat heb ik wel gelezen, dus krijg ik daar wellicht een beter gevoel van. Ik ga doorbladeren. Dag pagina 16, waar de boektitel Anthills of the Savannah van Chinua Achebe me nog lichtelijk verwijtend aanstaart, en ik laat ook het stukje over The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy rechts liggen (ondanks de geweldige beginzin van dat lemma: ‘Dronken achteroverliggend in een weiland bedacht een medewerker van de Britse tv-serie Doctor Who dat...’). Misschien op een volgende reis.

En de M van mmmmm...

Naar de M van Mulisch, waar inderdaad een paginavullend schema aan De ontdekking van de hemel gewijd is, een van die 52 zogenaamde boekwebben. ‘Geen mens is een eiland’, schreven de Steinzen ook al in de inleiding (een citaat van een oude Engelse dichter, uiteraard) – om daar vervolgens op te variëren dat ook geen enkel boek een eiland is.

Dat bewijzen de Steinzen bij Mulisch: in het midden staat De ontdekking en daaromheen, als een eilandenrijk met verbindingsbruggen, een schema met pijlen. Links staan de invloeden op Mulisch, met op het ‘eilandje’ bovenaan de ‘magisch-filosofische geschriften van het Corpus Hermeticum, een kosmologie uit de Late Oudheid’. (Nóóit van gehoord, natuurlijk.) Maar net zo goed liet Mulisch zich inspireren door het kinderboek Bram Vingerling van Leonard Roggeveen.

Rechts staat een eilandengroepje met pijlen die vertellen welk boek je moet lezen ná De ontdekking van de hemel: het zestiende-eeuwse Gargantua et Panta-gruel van Rabelais bijvoorbeeld. Ook nooit gelezen, maar de omschrijving ervan maakt dat ik deze bestemming even ga onthouden: ‘twee onmatige reuzen verklaren de wereld en klagen haar aan’. Daaronder staan ook Umberto Eco’s berucht onuitgelezen De slinger van Foucault en het berucht veelgelezen The Da Vinci Code van Dan Brown – de Steinzen verbinden inderdaad de héle wereldliteratuur, en dat is iets om vrolijk van te worden.

Zo verandert mijn gekreun bij de A hier in een instemmende ‘mmmmm...’. En moedig en monter richt ik mijn blik op de bladzijde ernaast. Daar staat Herta Müller – wie was dat ook alweer? Ah, ja, de Roemeense Nobelprijswinnares die over dictaturen schrijft. In het titellijstje onder haar lemma valt me Een dag van Ivan Denisovitsj op van Solzjenitsyn. De omschrijving is supersummier (‘Russische kampervaringen’), maar de Rus heeft een sterretje achter zijn naam, dus kan ik meer over hem vinden bij de S – ik kende van hem alleen De Goelag Archipel.

Klassiekers die je achtervolgen

Tijdens het naar de S bladeren stuit ik op ‘kaart 45; The (American) South’, die op de bladzijde ná Solzjenitsyns lemma blijkt te staan – een landkaart met boeken dus, óók al zo’n geweldige manier om te tonen dat boeken onverwachte buren kunnen zijn. Wat Huckleberry Finn en Stoner met elkaar te maken hebben? Ze spelen zich allebei af in Missouri.

Leuk dat Stoners John Williams ook een lemma heeft – en al helemaal leuk dat de roman Stern van de piepjonge Thomas Heerma van Voss daar een verderleestip is (ook over een leraar met een middelmatig leven, immers). Maar hm, er staan nog zes andere tips. Allemaal nooit gelezen. Het is soms zoeken naar herkenningspunten die je wél kent – hé, Anne-Gine Goemans’ Glijvlucht staat tussen de leestips bij Tommy Wieringa! Maar ook oei, want bij de leestips na Oscar Wilde staat À rebours van Huysmans – zo’n klassieker die me achtervolgt, omdat iedereen er wel eens naar verwijst, maar dat ik óók nog niet heb gelezen.

Voel je je nu schuldig? Niet nodig

Zoals de Steinzen al zeiden: wee de 21ste-eeuwse lezer, die nooit alles kan lezen. En door dit boek weer op dat pijnlijke feit gewezen wordt. Pijnlijk? Tijdens de reis door dit boek groeide het besef dat ik die zin van de Steinzen niet per se als probleem hoefde te interpreteren, maar ook begripvol en berustend kon opvatten. Zoals het besef dat je in je leven nooit alle mooie plekken op de wereld zal kunnen zien óók opbeurend kan zijn: je hebt altijd nog iets goeds te goed.

Het is daarom vooral een boek om zonder schuldgevoel opzij te leggen. Omdat je op het spoor van een ander boek gezet bent dat je onverwijld wilt gaan lezen, wetend dat dát is wat de auteurs veel liever willen dan dat je bij hen blijft. Omdat ze ook weten dat je bij hen terugkomt.