Hongaarse premier verliest tweederde meerderheid

De Hongaarse premier Viktor Orbán EPA / Szilard Koszticsak

De Hongaarse regeringspartij Fidesz van de rechts-conservatieve premier Viktor Orbán heeft een tweederde meerderheid verloren in het parlement. Bij een tussentijdse verkiezing voor een parlementszetel in de stad Veszprem kreeg de onafhankelijke oppositiekandidaat Zoltan Kesz een duidelijke meerderheid, schrijft persdienst AP.

Het nationale stembureau heeft nu 98 procent van de stemmen geteld. Kesz kreeg 43 procent van de stemmen, de Fidesz-kandidaat Lajos Nemedi kreeg 34 procent. Op de derde plaats stond met 14 procent de kandidaat voor het extreemrechtse Jobbik.

Zonder tweederde meerderheid kan Orbán de grondwet niet wijzigen zonder hulp van de oppositie. De premier gebruikt zijn positie om macht uit te oefenen over de staatsmedia, het grondwettelijk hof en andere instituties. Orbán wordt in binnen- en buitenland bekritiseerd vanwege zijn autoritaire en niet-democratische regeerwijze. Ook wordt de regeringsleider beschuldigd van corruptie en nepotisme.

Fidesz won vorig jaar nog met gemak drie verkiezingen. De afgelopen maanden daalde de partij echter in de peilingen vanwege impopulaire wetten en autoritair beleid. Een plan om belasting te heffen over internetgebruik leidde tot grootschalige protesten.