Deze krijgsheer vecht om van Libië weer een functionerend land te maken

Hij nam deel aan de coup die Gaddafi aan de macht bracht, probeerde later een staatsgreep te plegen en steunde in 2011 de revolutie waarbij Gaddafi gedood werd. Nu vecht generaal Haftar tegen aan IS en Al-Qaeda gelieerde strijdgroepen in Libië. Hij hoopt van de anarchistische chaos in het land weer een functionerende natie te maken.

Hij nam deel aan de coup die zijn “spirituele vader” Moammar Gaddafi aan de macht bracht, probeerde twee decennia later een staatsgreep te plegen en nam in 2011 deel aan de revolutie waarbij Gaddafi gedood werd. Hij werkte een tijd voor de CIA, maar nu vecht generaal Khalifa Haftar tegen aan IS en Al-Qaeda gelieerde extremistische strijdgroepen in Libië. Hij hoopt van de anarchistische chaos in het land weer een functionerende natie te maken.

Jon Lee Anderson van The New Yorker zocht Haftar op in Libië. Op het eerste gezicht deed de grijzende krijgsheer hem eerder denken aan een gepensioneerde leraar dan aan de “door Amerika gesteunde wrede tiran” waar zijn vijanden hem voor uitmaken. Maar de carrière die de generaal achter zich heeft zit vol gewelddadige episodes en veranderende allianties.

Een turbulent leven

Haftar diende eerst onder Gaddafi, die hem zijn “zoon” noemde. Nadat de generaal in een oorlog met buurland Tsjaad gevangengenomen werd, maakte hij een draai van 180 graden. Hij verzamelde een groep strijders en probeerde de Libische dictator uit het zadel te wippen. Dit mislukte - en Haftar verkaste naar de Amerikaanse staat Virginia, waar hij wat werk voor de CIA deed.

In de opstand tegen Gaddafi steunde hij de wirwar aan strijdgroepen die de Libische leider aan de kant wilden schuiven. Met lede ogen zag Haftar echter aan hoe Libië na de dood van Gaddafi afgleed naar een geweldspiraal en een burgeroorlog tussen een duizelend hoog aantal milities. Steden werden ingenomen door terroristen, duizenden mensen kwamen om bij gevechten of aanslagen en alles van elektriciteit tot stromend water hield steeds meer op te functioneren. Haftar vond dat hij wat moest doen.

“Iedereen vertelde mij hetzelfde: ‘We zoeken een verlosser, waar ben je?’ Ik zei dat ik zou optreden als het volk dat wilde.”

Operatie Waardigheid

En dus kondigde hij op Valentijnsdag 2014 de ontbinding van het parlement aan en lanceerde hij ‘Operatie Waardigheid’. Zijn coalitie bestaat vooral uit militairen die nog onder Gaddafi dienden, groepen die grotere autonomie voor de oostelijke provincies nastreven en lokale stammenstrijders. Het belangrijkste bondgenootschap waar hij tegen vecht is Libische Dageraad, een bont gezelschap van conservatieve ondernemers, jihadisten, etnische milities en strijders van de Libische afdeling van de Moslimbroederschap.

Van vele kanten werd Haftar geprezen. Eindelijk was er iemand die het tegen terroristen opnam en de orde probeerde te herstellen in Libië. In het land zijn veel terreurgroepen actief en onlangs onthoofdden aan IS gelieerde strijders nog 21 Koptische christenen in Libië. Haftar wordt vermoedelijk gesteund door Egypte, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Maar niet iedereen is gecharmeerd van de generaal.

Held of schurk?

Tegenstanders zeggen dat Haftar een spion is voor Washington, wreedheden begaat en zelf een nieuw soort Gaddafi wil worden. De Amerikaanse regering zegt niets meer met Haftar van doen te hebben en noemt hem zelfs een moordenaar. “Hij zegt dat hij het opneemt tegen terroristen maar zijn definitie hiervan is veel te breed”, valt in een overheidsverklaring te lezen. Ook mensenrechtenorganisaties maken melding van wreedheden en oorlogsmisdaden begaan door Haftar.

Haftar zegt dat zijn enige ambitie is om de Libische bevolking te helpen vooruit te komen. Wel voegt hij eraan toe dat als dat volk zou willen dat hij president wordt, dat hij dit niet zou weigeren.

Het uitgebreide verslag van Lee Anderson, waarin hij spreekt met zowel Haftar als extremistische rebellen, werd gepubliceerd door The New Yorker. Lees hier het volledige artikel The Unravelling (7338 woorden, leestijd circa 30 minuten).