De zere plek

Afgelopen donderdag liet publicist Paul Scheffer uit protest verstek gaan bij een debat over de vrijheid van meningsuiting met studenten journalistiek op de Windesheim Hogeschool: de leiding had besloten een aankondiging waarop een spotprent uit Charlie Hebdo afgebeeld stond, te verwijderen. Directeur Bas Mesters verklaarde dat hiertoe was besloten uit respect voor gelovige studenten. Binnen de muren van een school moest iedereen zich veilig voelen, luidde zijn argument. Later twitterde hij: „Niet bang zijn, wel in dialoog. Mooi samenzijn met studenten.”

Onbedoeld legt dit incident bloot wat ik het Charlie Hebdo- dilemma noem: hoe kom je op voor de vrijheid van meningsuiting, zonder dat je vervalt in het gretig schofferen van mensen die geen vlieg kwaad doen?

De makkelijkste uitweg is natuurlijk doen alsof er helemaal geen dilemma is. Voor wie ervan overtuigd is dat religie zelf het kwaad is en dat niets „heilig” zou moeten zijn, is ieder debat een noodzakelijke oefening in ontheiliging – er kan niet genoeg „gekwetst” worden. Wen eraan.

Aan de andere kant mensen die een naar gevoel krijgen bij het machtsvertoon waarmee de vrijheid van meningsuiting hier wordt verkondigd. In hun ogen zitten westerse moslims in de hoek waar de klappen vallen, sociaal-economisch, maar ook als doelwit van het aanhoudende getetter van Wilders. Waarom, hoorde je na de aanslagen in Parijs vaak, mensen vernederen die zich toch al in een benarde positie bevinden?

Agressie en sentiment – beide zijn geriefelijke posities. De ene partij hoeft zich alleen maar de zoveelste haatimam met vlasbaard en potsierlijk dreigend vingertje voor de geest te halen, om gesterkt te worden in zijn onverzoenlijkheid. Wanneer religieuze overtuigingen worden uitgedragen in een sfeer van intimidatie, is omzichtigheid niets anders dan een teken van zwakte. Sinds wanneer moet je de gevoelens van kwaadaardigen ontzien?

De andere partij ziet meteen de kindergezichtjes uit het veelbekeken filmpje van de Rotterdammers Abdelkarim el-Fassi en Nourdin el-Ouali voor zich, onschuldige bloedjes die dagelijks al het kwaad van de wereld in hun schoenen geschoven krijgen. Het moet maar eens klaar zijn met de haat. Wij zijn allemaal mensen. Haters staan ver van ons, zo ver dat we het er niet eens over willen hebben. Let’s unite!

Op Windesheim kwamen die twee opvattingen elkaar schurend tegen. Een mooie gelegenheid om de vinger op de zere plek te leggen. Is het compromis van Mesters – wel over Charlie Hebdo praten, maar de spotprenten niet laten zien – geloofwaardig?

Ik vind van niet. Dat de spotprenten van Charlie Hebdo de hele wereld zijn overgegaan, is niet de schuld van Charb en die andere elf mensen die zijn vermoord – dat hebben gewone moslims toch echt aan de broers Kouachi en hun geestverwanten te danken. Zij zijn het die het maken van spotprenten – waarin overigens, je kunt dat niet genoeg zeggen, vooral religieuze extremisten op de hak worden genomen – tot een levensbedreigende bezigheid hebben gemaakt, waardoor het maken van nieuwe spotprenten noodzakelijk is geworden bij het verdedigen van vrijheid. Het is normaal dat je rekening houdt met de fijngevoeligheden van je medemens, maar niet als hij dreigt je een mes in je rug te steken wanneer je dat niet doet.

Een goed onderwerp voor debat. Maar je kunt daar niet vrijuit over debatteren als je vooraf besluit een prent niet te laten zien – zeker niet op een opleiding voor journalisten. Die prenten zijn nieuws. Dat nieuws soms persoonlijk lastig kan zijn, weet iedere journalist – het lijkt me de taak van een opleiding om aspirant-journalisten dat te leren.

Wat het incident op de Hogeschool ook laat zien, is dat islamitisch radicalisme wel degelijk moslims aangaat, hoe graag je het anders zou willen. Dat heeft niets te maken met de oproep tot „afstand nemen”, waar het steeds over gaat. Dat is een holle frase, gebruikt om echt debat te vermijden. Er wordt juist te veel afstand genomen. De radicale islam ligt als een steen op de maag van de samenleving, en gaat iedereen aan, in het bijzonder moslims, omdat die dagelijks met een uitzinnige, bloeddorstige karikatuur van hun geloof worden geconfronteerd, vele malen kwaadaardiger en bedreigender dan welke spotprent dan ook. Dat dwingt tot engagement, kritiek en debat.

Daarover had het moeten gaan in Zwolle. Met Scheffer erbij en Charlie Hebdo op het affiche.