Winter op wielen

Wie van de skipiste de camper in stapt, is meteen thuis. „Ik zou hier zo kunnen wonen.” foto’s George Maas

Je kunt het krap en claustrofobisch noemen, of knus en gezellig. Met de camper op wintersport is ideaal, zeggen de liefhebbers. Rein van Maurik: „Je rijdt erin, je slaapt erin, je leeft erin. Waar je ook bent, zodra je de camper in komt, ben je thuis.” Ski’s, snowboards, stokken, alles past erin. Vier uurtjes rijden vanuit midden Nederland en je zit in de sneeuw. De natte skischoenen van het gezin van Anouk Schwieters gaan onder het luik in de camperbodem. „Precies waar de verwarming zit. De volgende ochtend zijn je schoenen heerlijk warm.” Wie een doucheruimte aan boord heeft, zoals Rein van Maurik en Anouk Schwieters, hangt na een dag skiën de natte spullen daar. De kleiner behuisden hangen hun natte boel in de speciale droogruimtes die elke wintercamping heeft. De luxe campings hebben zelfs verwarmde ijzeren rekken waaraan de skischoenen kunnen hangen.

De dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen van melkveehouder Bram de Vos logeren toch maar in een hotelletje. De Vos: „In principe past iedereen er wel in. Maar dat moet je ook willen.”

Een van de vrienden van Martin Guijt had een iets te dun slaapzakje meegenomen. Guijt: „Hij zei dat het voelde alsof hij de hele nacht tegen een nat douchegordijn had aangelegen.”

Een voordeel van de camper: niet alleen de ruimte, maar ook de reistijd kan efficiënt worden benut. Anouk Schwieters: „Officieel mag het niet, maar onder het rijden sta ik gewoon te koken. Bord spaghetti eten, en hup de piste op.”

Rinskje Koelewijn