Werken tot diep in de nacht heet moonlighting, komt dat nu hier?

De groep Nederlanders met twee of meer banen groeit. Vaak zijn het parttimers die zo voor zichzelf een fulltimebaan creëren. Maar is dat wel goed voor je carrière?

Foto Christian Murdock/AP

Laura Schoutsen (26) heeft twee banen. Ze studeerde vorig jaar af, en had het geluk direct terecht te kunnen als griffier bij het gerechtshof in Amsterdam. Maar dat was voor haar niet voldoende. Omdat ze vanuit het studentenleven gewend was in de avonden en weekenden druk te zijn, maar ook met het oog op de toekomst. „Ik heb een fulltime jaarcontract, mocht dat onverhoopt niet verlengd worden, wil ik graag bij de universiteit werken.” Dus houdt ze haar contacten daar warm, door negen uur per week als strafrechtdocent te werken – dat is niet in loondienst, en exclusief tien uur voorbereiding per week.

Ze staat niet alleen, blijkt uit onderzoek. Steeds meer Nederlanders ‘stapelen’: ze hebben twee banen boven op elkaar. Het is een van de belangrijkste conclusies uit een rapport over de arbeidsmarkt van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vorige week verscheen. In 1986 had 3 procent van de werknemers in loondienst nog een tweede baan, in 2012 was dat 8 procent. Onder zelfstandigen ging het zelfs van 4 naar 13 procent.

Een half miljoen mensen

Wie zijn dat, die stapelaars? Volgens SCP-onderzoeker Jan Dirk Vlasblom is het een diverse groep. „Je ziet het voorkomen bij zowel jongeren als ouderen, bij laag opgeleiden en hoogopgeleiden.”

Ook TNO-onderzoeker Luc Dorenbosch zegt dat stapelen ,,geen exotische situatie meer is”, het komt tegenwoordig in alle lagen van de samenleving voor. „Acht procent van de mensen in loondienst heeft meerdere banen, dat is al snel een half miljoen mensen.”

De redenen om te stapelen zijn divers. Sommige mensen vinden de afwisseling leuk, anderen zoeken zekerheid, zoals Aline Jobse (28). Ze heeft een deeltijdcontract bij de publieksservice van een muziekvereniging, waar ze publiek te woord staat, en heeft daarnaast een baantje in een kleine boekenwinkel. „Mensen vragen waarom ik nog steeds mijn studentenbaantje aanhoud, maar dat is juist het enige wat al sinds mijn studententijd stabiel is, daarom blijf ik het doen.” De kans is groot dat ze in juli weer zonder werk zit, zegt ze. „Nu is het erg druk tot aan de zomer, vaak zijn het werkweken van vijf, zes of zeven dagen.”

Een deel van de ‘stapelaars’ doet het vooral voor het geld. Voor 29 procent van de stapelaars zorgt de tweede baan voor een extraatje. Dorenbosch van TNO: „Voor de kinderen die later gaan studeren, of voor een mooie vakantie.” Een kleiner deel, ongeveer 20 procent, stapelt volgens Dorenbosch echt uit financiële noodzaak.

In de Verenigde Staten is het een bekend fenomeen. Overdag aan het werk, ’s avonds of in het weekend nog een bijbaan. Daar wordt het ‘moonlighting’ genoemd, werken tot diep in de nacht – bij het maanlicht, dus. Kunnen wij in Nederland ook ‘Amerikaanse toestanden’ verwachten?

Nee, zegt Dorenbosch. „In de Verenigde Staten maken mensen vaak dubbele werkdagen. Maar in Nederland zijn de mensen die stapelen juist vaak parttimers die een fulltimebaan voor zichzelf creëren, omdat echte fulltimebanen niet beschikbaar zijn in hun branche. „Dat zie je bijvoorbeeld veel in het onderwijs en de zorg.” Volgens het SCP-rapport hoort Aline Jobse, met haar overvolle werkweken, bij een minderheid. Eenderde van de mensen met twee banen werkt meer dan veertig uur per week, 2 procent meer dan zeventig uur.

Terug naar 30 uur werk

Brandy van Gerven (39) is zo iemand die stapelt om een fulltime baan te creëren. Ze kreeg vorig jaar zomer te horen dat ze door een reorganisatie nog maar 30 uur kon werken als communicatieadviseur bij een woningcorporatie. Ze leverde erg veel salaris in. Toen er een parttime baan voorbij kwam als communicatieadviseur bij een middelbare school, deed ze dat. Nu werkt ze twee dagen op de school, drie dagen bij de woningcorporatie. „Mensen vinden het hip dat ik twee banen heb. Vanwege de afwisseling, denk ik. En dat ís ook wel leuk, maar ik heb liever één baan waar ik mezelf volledig voor kan inzetten, dan twee banen waar het lastiger is door gebrek aan tijd om op een bepaald niveau te komen.” Met een schuin oog houdt Van Gerven dan ook andere fulltimefuncties in de gaten, zegt ze.

Dat is niet onverstandig, want stapelen is niet altijd ideaal voor je loopbaan, beaamt ook Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. „De kans om carrière te maken is kleiner in twee parttime banen, dan bij een fulltime baan.” De reden daarvoor is best logisch: alle aandacht kan dan volledig naar die ene baan waar je verder in wilt doorstromen. Maar als de combinatie voor de hand ligt, bijvoorbeeld een hoogleraar met een specialisatie die bij twee universiteiten in dienst is, dan hoeft stapelen geen probleem te zijn, zegt Wilthagen.

Ook kan stapelen positief zijn als je ermee voorsorteert op je toekomst.

Ook Laura Schoutsen is blij met de variatie die haar twee banen bij het gerechtshof en bij de Universiteit Leiden bieden. „Bij het Hof notuleer ik, doe ik de voorbereiding van strafzaken voor raadsheren en schrijf ik de arresten. Op de achtergrond dus.” Bij de colleges voor studenten treedt Schoutsen juist op de voorgrond, waardoor ze haar spreek- en presentatievaardigheden kan verbeteren. „Ik denk dat ik op deze manier veel soorten vaardigheden kan ontwikkelen.”

Dorenbosch verwacht dat het aantal stapelaars in de nabije toekomst verder gaat toenemen. Werkzoekenden zullen minder vaak wachten op een vast fulltimecontract, dat is niet meer realistisch zegt hij. „Zeker veel jongeren zullen met twee banen beginnen.”