‘Wereldvoedselprogramma VN overvraagd door vijf grote crises’

Koerdische vluchtelingen uit Kobani bij de Turkse grensstad Suruc. Reuters / Umit Bektas

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties kampt met de grootste uitdagingen sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat komt door vijf grote humanitaire crises in de wereld, zo zegt het hoofd van de organisatie in een interview met persbureau AP.

Volgens Ertharin Cousin is door de crises in Syrië, Irak, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan en de ebola-epidemie grootschalige hulp nodig door humanitaire organisaties. Bovendien kan de situatie in vier politiek instabiele landen verder escaleren, waardoor de hulp moet worden opgeschaald. Het gaat om Jemen, Nigeria, Oekraïne en Libië.

Gevolgen: minder voedselhulp

In januari kon het WFP zes miljoen Syriërs van dertig procent minder hulp voorzien. In december kregen twee miljoen Syrische vluchtelingen al een paar weken geen vouchers omdat de organisatie zonder geld zat. Pas na een fondsenwervingsactie op sociale media kon het programma worden hervat.

Volgens Cousin, die het WFP ‘overvraagd’ noemt, is 113 miljoen dollar nodig voor Syrië en 102 miljoen voor de omliggende regio. De Syriërs die naar Irak zijn gevlucht vanwege de opkomst van strijders van de Islamitische Staat (IS) zijn beter af, omdat Saoedi-Arabië 148 miljoen dollar heeft geschonken, waardoor ruim één miljoen mensen sinds juni zijn geholpen. Maar volgens Cousin zal ook dit geld in mei op zijn.