‘We zijn 11 jaar in gesprek geweest’

Wetenschappelijke uitgever Springer gaat samen met MacMillan en wordt daarmee in één klap de nummer twee, na Elsevier. Oud-Elsevier-man Haank was de architect van de deal.

Derk Haank, topman van Springer Science: „We publiceren alles wat wetenschappelijk deugt, van net voldoende tot briljant.” Foto Frank Ruiter

De meeste stappen in zijn loopbaan zijn hem overkomen, zegt Derk Haank, de Nederlandse directeur van het Duitse uitgeefconcern Springer Science + Business Media. Maar op het akkoord dat hij vorige maand sloot heeft hij elf jaar gewacht. Springer (8.000 arbeidsplaatsen, omzet 943 miljoen in 2013, vestigingen op alle continenten) gaat fuseren met het Britse MacMillan, uitgever van het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Elf jaar geleden maakte Haank – boerenzoon uit de Achterhoek en bedrijfseconoom – de overstap van marktleider Elsevier, waar hij directeur was, naar Springer. Dat werd toen gekocht door de Britse investeringsmaatschappijen Cinven en Candover.

„Iedereen met een chequeboek kan iets kopen”, zegt Haank in zijn appartement aan de Amsterdamse Keizersgracht. „Maar bij private equity is de vraag naar de exit bijna belangrijker dan de aankoop. Vanaf het begin was fuseren met een andere partij een mogelijkheid en Nature heeft altijd bovenaan mijn verlanglijstje gestaan. De combinatie is een hele aanvullende, er is weinig overlap.

„Springer is, net als Elsevier en Wiley, een volume-uitgever. We hebben 2.000 tijdschriften. We publiceren alles wat wetenschappelijk deugt, van net voldoende tot briljant. Het moet origineel zijn en iets toevoegen aan de body of knowledge die we met zijn allen hebben. Nature daarentegen selecteert heel scherp op een paar artikelen die echt het verschil maken in de wereld. Wij hadden nooit echt een outlet voor dat soort artikelen.”

Is het idee dat de ruim 95 procent van de artikelen die Nature afwijst, door kunnen druppelen naar de Springertijdschriften?

„Dat hopen we natuurlijk wel. We kunnen auteurs nooit verplichten, maar het wel voorstellen.”

Springer geeft veel artikelen uit, maar op de citatielijst staan de Springertijdschriften relatief laag. Koopt u nu prestige?

„Dat klinkt alsof het een niet-zakelijke transactie is. Het verschil met Elsevier is dat het twee bladen in de Nature-categorie heeft: The Lancet en Cell. Die zorgen voor heel veel downloads. Onderzoekers gebruiken de database ScienceDirect van Elsevier vaker dan die van ons, Springer Link. Dat komt door de aantrekkingskracht van Cell en The Lancet. Nu hebben we met Nature een inhaalslag gemaakt. Het gaat ons om het gebruik van onze totale database.”

Waarom heeft de fusie elf jaar geduurd?

„We hebben af en aan gesprekken gehad met de Duitse familie Von Holtzbrinck, de eigenaar van MacMillan. Maar het moet allemaal net passen. Tien jaar geleden was er bij de familie een splitsing van de activiteiten. Zoon Dieter werd uitgekocht, deels in activa zoals het dagblad Handelsblatt, deels in leningen. De huidige onderneming werd eigendom van Stefan en zijn zus Monica en had ineens schulden, die ook ten opzichte van private equity hoog waren.

„Ook toen wij nieuwe eigenaars hadden [het Zweedse EQT Partners en het Singaporese investeringsfonds GIC, vanaf 2009, red.] is er met Von Holtzbrinck gesproken, maar het paste niet in het tijdschema. Bij het volgende rondje private equity [het Britse BC Partners in 2013, red.] hebben we vanaf het begin gezegd dat we de onderhandelingen weer wilden opstarten. Voor Holtzbrinck was het heel aantrekkelijk dat ze 53 procent konden krijgen. Een familiebedrijf heeft één prioriteit, en dat is dat ze er nooit uitgeduwd kunnen worden door een financiële partner.”

Waarom is dit goed voor de Holtzbrinck Publishing Group?

„Omdat ze in één klap van een relatief kleine speler één van de grootste zijn geworden. Stefan weet dat je in deze elektronische tijden een wereldspeler moet zijn. We zijn weliswaar niet leidend, maar wel een goede nummer twee.”

Universiteitsbibliotheken vinden het frustrerend dat ze tegenwoordig aangewezen zijn op een big deal, toegang tot alle tijdschriften, voor een vaste prijs. Zij ervaren het als slikken of stikken.

„Je vervalt in propaganda. Wat grappig. Het woord frustratie vind ik niet op zijn plek. De big deal is de beste uitvinding sinds het gesneden brood. Wetenschappelijke tijdschriften zijn een enorme groeimarkt. Er is namelijk steeds meer onderzoek. Elk jaar levert dat 7 procent meer boeken en artikelen op. Het slechte nieuws is: de klant kan niet alles betalen, maar wil wel alles hebben.

„Toen we bij Elsevier eenmaal alles gedigitaliseerd hadden, ik denk dat het in 1998 was, hebben we de eerste big deal gesloten. Ik heb hem zelf bedacht. Ik had het schrikbeeld voor ogen dat wetenschappers tijdschriften steeds meer gingen delen en dat elke titel zou eindigen met één abonnee. Ik zei tegen de bibliotheken: als jullie blijven betalen wat je nu betaalt, plus enkele procentpunten prijsverhoging per jaar, krijg je toegang tot alles. Ze kregen al 500 tijdschriften. Het kostte mij niets extra’s om er 1.000 tijdschriften bij te geven.

„Wij blijven maar groeien, maar de universiteitsbudgetten zijn krap, dus het geklaag is gebleven. Maar als zij gefrustreerd zijn, kan ik dat net zo goed zijn, omdat de klant ondankbaar is. We hebben ze drie keer zoveel gegeven voor hetzelfde geld. Nu krijg je mensen die zeggen: meneer Haank, van die 2.000 tijdschriften gebruik ik er maar 400. Ik wil graag 20 procent korting. Dan zeg ik: je kunt geen korting krijgen over iets waar je niet voor betaalt. Je betaalt maar voor 500. Als ze in het verleden teveel betaalden, betalen ze nu minder teveel.”

Ziet u een marktverstoring in het open access-model, waarbij niet de bibliotheek abonnementsgeld betaalt, maar de wetenschapper betaalt voor de publicatie, waarna die voor iedereen toegankelijk is?

„Ik ben er nooit op tegen geweest. Wat mij stoort is dat er zo ideologisch over gesproken wordt. De universiteiten dachten het open access uitgeven zelf te gaan doen. Er was een enorme aversie tegen uitgevers. In de papieren tijd hadden we het er ook wel een beetje naar gemaakt, met die enorme hoge prijzen. Maar dat is sinds de big deals niet meer. Toch is het nog steeds: they love to hate us. Wat dat betreft zijn we net als farma. Van iedere euro die een farmaceutisch bedrijf verdient zeggen mensen dat het zonde is omdat we er kinderen van hadden kunnen genezen. Als wij winst maken is het zonde omdat er onderzoekers van betaald hadden kunnen worden. Met dat lot heb ik me verzoend.

„Intussen zijn de universiteiten wel terug gekomen van hun plannen. Je eigen brood bakken is leuk als het je hobby is, maar je moet niet denken dat het goedkoper is. Waarom zijn wij nog in business? Wij organiseren het proces neutraal, als buitenstaander. Wetenschappers gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Het is een illusie te denken dat zij samen het proces organiseren. Bovendien zijn we een strak georganiseerde fabriek, met de laagst denkbare kostprijs.

„Dat wij het open access-systeem introduceerden bij Springer was trouwens wel een schok. Toen was de wereld opeens niet meer makkelijk te verdelen in goed en slecht.”

Staatssecretaris Dekker wil dat in 2024 al het Nederlandse onderzoek open access wordt gepubliceerd. Is dat haalbaar?

„Als Nederland dat echt wil. Het is een politieke keuze. Maar realiseer je wel dat veel landen helemaal niet over willen op open access. China bijvoorbeeld publiceert heel veel. Als onderzoekers moeten betalen per publicatie is het veel duurder uit dan nu met het abonnementsgeld. Zo’n totale omslag is ook niet wenselijk.”

Want?

„Dan verliezen we eenderde van onze klanten, al die bedrijven die zelf geen onderzoek doen en niet publiceren. Het gevolg is dat onderzoekers alles moeten betalen. Dan wordt het voor de academische gemeenschap alleen maar duurder. Wil ze dat?”