Waar trek je de grens tussen leven en dood?

„Transplantatiegeneeskunde is een ongelofelijk knappe vorm van medisch handelen, maar ik zie het ook als ultiem protest tegen sterfelijkheid.” Foto Gijsbert van Es

„Ik ben een ‘buitenkerkelijke’ dominee. Als predikant heb ik eigenlijk maar kort gewerkt, omstreeks 1980, in de nieuwe stad van Zoetermeer.

„In die jaren kwam een wet tot stand die regelt dat zorginstellingen hun patiënten begeleiding moeten aanbieden door geestelijk verzorgers, van een christelijke, humanistische of andere levensbeschouwing. In 1982 vond ik zo’n baan in een psychiatrisch ziekenhuis in Deventer.

„In de psychiatrie ging voor mij een wereld open. Het is vaak onvoorstelbaar wat zich allemaal afspeelt in de menselijke psyche. Ik stam uit een tamelijk streng gereformeerd milieu, vol dogma’s. Aan mijn theologische kennis had ik niet genoeg in de psychiatrie, daarom volgde ik ook een opleiding gestalttherapie. Regelmatig ontmoette ik mensen met bizarre of geniale gedachten over geloof. Als Jezus, Mohammed en Boeddha nu hadden geleefd, waren ze vast ook in de psychiatrie beland...

„In die tijd heb ik de kracht van metaforen leren kennen. Hoe praat je met iemand die bang is voor de dood? De vraag ‘Waarom bent u bang’ is nogal een grote vraag. Je komt verder in een gesprek als je vraagt: ‘Dood zijn – welk beeld heeft u daarbij?’ En: ‘Hoe stelt u zich de overgang voor tussen leven en dood voor?’

„Je praat met mensen op een emotioneel, metafysisch, metaforisch niveau. Ik zie mijn rol als die van een vroedvrouw: iemand die kan helpen beelden en woorden op te roepen waaraan mensen steun kunnen ontlenen, waaruit ze inspiratie kunnen putten. Zoals Socrates voortdurend in gesprek was met mensen, omdat je geestelijk groeit door de uitwisseling van ideeën en gedachten. Trouwens, Socrates was de zoon van een vroedvrouw en een beeldhouwer. Associaties, metaforen – zó prachtig!

„Vanaf 1996 tot mijn pensionering begin 2010 was ik geestelijk verzorger in Utrecht, in het UMC. Als hoofd van de dienst mocht ik multiculturele geestelijke verzorging, vooral voor moslims en hindoes, opbouwen – een boeiende ontwikkeling, waardoor ik ook zelf spiritueel gegroeid ben. Het verrijkt je echt als mens om met zoveel verschillende mensen en levensvisies in aanraking te komen.

„Sowieso doemen in en rondom de medische zorg steeds meer meer ethische en spirituele vragen op. Het is de andere kant van de medaille van het medisch handelen, waarin de rol van technologie en biofarmacie steeds sterker wordt. Artsen kúnnen steeds meer. Maar wíllen we dat ook? Keuzes maken wordt nu eenmaal moeilijker als er meer te kiezen valt.

„In 1996 werd ik actief in de Stichting Bezinning Orgaandonatie. Na mijn pensionering ben ik een aantal jaren voorzitter geweest. Mij gaat dit thema zeer ter harte, omdat ik uit ervaring weet hoe heftig en emotioneel het kan zijn om beslissingen over orgaantransplantatie te nemen en deze te ondergaan. Daarom ben ik me ook als gepensioneerde intensief met dit onderwerp blijven bezighouden.

„Laat me vooropstellen dat ik niet tegen orgaantransplantatie ben. Ieder mens heeft het recht daarover zelf te beslissen, als donor en als eventuele ontvanger van een donororgaan. Wel heb ik moeite met een mechanisch mensbeeld, alsof organen zomaar inwisselbaar zijn.

„Waar trek je de grens tussen leven en dood? Transplantatie is alleen mogelijk wanneer een donor hersendood is verklaard. Is die grens duidelijk genoeg te trekken? Is hersendood wel dood? Weten we voldoende over wat een mens kan ervaren in het grensgebied tussen ‘hier en daar’? Wordt het stervensproces niet verstoord?

„Ik heb grote moeite met een initiatief-wetsvoorstel van D66 dat het aantal voor transplantatie beschikbare organen moet vergroten. Ik heb er principieel bezwaar tegen om te zeggen: ‘iedereen is donor, tenzij je vastlegt dat je dit niet wilt.’ Het doet me denken aan de dienstplicht ooit. Wie gewetensbezwaren had, droeg zelf de bewijslast, moest zelf aantonen wat z’n bezwaar was. Zo kun je niet omgaan met de integriteit van het menselijk lichaam.

„De voorlichting op dit gebied is eenzijdig en onvolledig. Als je een nieuw paspoort ophaalt, kun je een folder meekrijgen waarin je wordt opgeroepen jezelf als donor te registreren. Ik zou ermee kunnen leven als die folder argumenten voor en tegen bevat. Maar dat evenwicht ontbreekt.

„Nee, zelf wil ik geen donor zijn. Transplantatiegeneeskunde is een ongelofelijk knappe vorm van medisch handelen, maar ik zie het ook als ultiem protest tegen sterfelijkheid. Dat is mijn persoonlijke opvatting; daarmee ontzeg ik niemand het recht hier anders over te denken.

„Een orgaan kun je niet zomaar van de ene in de andere mens overzetten. Na een transplantatie zul je je leven lang medicijnen moeten gebruiken om afstotingsverschijnselen te onderdrukken. Naar mijn overtuiging zit er ook spirituele energie in de vitale organen. Je neemt ook een deel van de geest van een ander mens over, wat grote gevolgen kan hebben voor je mentale conditie en spirituele beleving.

„Al die verschillende visies zul je voortdurend met elkaar moeten bespreken. Dat is waaraan ik mijn bijdrage wil leveren. Ik wil de ontwikkeling van de transplantatiegeneeskunde niet tegenhouden. Ik wil alleen dat er een maatschappelijke discussie mogelijk blijft over allerlei dilemma’s en morele vragen die hierbij opdoemen. Daaraan lever ik al geruime tijd mijn bijdrage en ik hoop dat nog lang te kunnen doen.”