Vlijtig kristalzegels plakken en je krijgt saai glas

Foto Thinkstock

Sonoorglas, dát ontvingen de trouwe klanten van Albert Heijn voor hun vlijtig gespaarde ‘kristal’-zegels. Niks meer. Nu ja, sonoorglas dat vaatwasmachinebestendig was. Lichtgewicht sonoorglas. Sonoorglas waarin smaak en temperatuur optimaal bewaard zouden blijven. ‘Optimaal’ is altijd goed.

Maar sonoorglas. En niet het luxe ‘kristal’ waarvoor de vele spaarders van ‘kristal’-zegels meenden gespaard te hebben. En Albert Heijn wist het. Het wist dat het goedkoop sonoorglas wegdeed, het heeft het toegegeven bij de Reclame Code Commissie waar een klacht was ingediend. Maar sonoorglas, verklaarde de organisatie, dat zegt onze klanten niets. Daarom hebben we de aanduiding ‘kristalglas’ gebruikt. En op onze zegels werd dat ‘kristal’ want er was geen ruimte voor het hele woord. Kristalglaszegels, dat ging niet.

Formeel mocht Albert Heijn doen wat het deed, ja mocht het zijn glas zelfs ‘100 procent kristalglas’ noemen. Echt skai. Want in 1969 hebben Europese ambtenaren het woord kristalglas ingevoerd als verzamelterm voor een reeks glassoorten waarin, losjes gezegd, het gangbare calciumoxide was vervangen door allerlei andere oxiden. Vooral loodoxide, maar ook zinkoxide en/of bariumoxide. Voortaan zouden vier categorieën worden onderscheiden: volloodkristal, loodkristal en twee soorten sonoorglas.

Europese ambtenaren kunnen dat. Zij kunnen zelfs de tijd vooruit of achteruit schuiven. Maar de kwestie is dat de term ‘kristalglas’ al diep was ingeburgerd in een andere betekenis. De ambtenaren hadden een bestaand begrip opnieuw gedefinieerd. In richtlijn 69/493 om precies te zijn. Wie leest nu Europese richtlijnen? Voor de doorsnee-Nederlander bleef kristalglas synoniem voor ‘kristal’. Dat is ook wat Van Dale (2005) heeft onthouden. En de laatste Winkler Prins (1992). Als Van Dale of Winkler Prins ‘kristalglas’ kopen denken ze ‘kristal’ in huis te halen. En niet het gewone, goedkope sonoorglas.

Verwarrend. Zó verwarrend dat het Hof van Justitie van de EU al in 1993 heeft bepaald dat de consument zo duidelijk mogelijk moet worden geïnformeerd over de werkelijke kwaliteit van als ‘kristalglas’ aangeboden sonoorglas om teleurstelling te voorkomen.

Ach, denkt de lezer, dat heeft Albert Heijn in de gauwigheid niet gezien. Maar aannemelijk is dat niet. Nog geen jaar geleden werd Gall & Gall door de RCC berispt omdat het sonoorglas als kristal had aangeboden. Niet kristalglas, maar kristal. ‘Kristal’ zien wij als een afgeleide van ‘kristalglas’ voerde Gall & Gall toen aan. Maar de RCC heeft kalm uitgelegd waar de gevoeligheid lag en besloten dat de uiting ‘misleidend en daardoor oneerlijk’ was. Zou het Albert Heijn ontgaan zijn? Heijn en de Galls zitten in hetzelfde concern.

Twee weken geleden heeft de RCC de recente uiting van Albert Heijn óók als misleidend afgedaan. Zij kan het natuurlijk niet besodemieterij noemen. Albert Heijn is er niet van geschrokken. De RCC heeft bevestigd dat onze glazen van kristalglas zijn, noteert de organisatie feestelijk op haar site. Daarnaast heeft de commissie aangegeven dat het vollediger was geweest als we hadden gezegd welke soort kristalglas.

Hardleers, heet dat. Soit. Wat was er zo aantrekkelijk aan het klassieke ‘kristal’, het kristal in oude definitie en zou het sonoorglas er veel op lijken? Dat wil een mens na dit alles wel eens weten. Het staat mooi samengevat onder het lemma ‘lead glass’ van Wikipedia. De glassoort blijkt een vinding van de Engelsman George Ravenscroft die in 1674 besloot om ten koste van het gebruikelijke calciumoxide veel loodoxide (PbO) aan glas toe te voegen. Tot wel 35 gewichtsprocent. Dat bleek bestaande moeilijkheden te verhelpen en leverde een glassoort op die makkelijk smolt en lang te bewerken bleef.

Vanzelfsprekend werd het glas flink zwaar van het loodoxide: de dichtheid (soortelijk gewicht) steeg tot boven de 3 gram per cm3, terwijl gewoon glas 2,4 heeft. In min of meer logische samenhang daarmee steeg ook de zogenoemde brekingsindex van het glas. De brekingsindex, bekend uit de wet van Snellius, bepaalt hoeveel graden een lichtstraal die schuin op het glas valt wordt afgebogen. Gewoon glas heeft een brekingsindex van 1,5, die van ‘kristal’ kan oplopen tot 1,7 of 1,8. Als een lichtstraal onder een hoek van 45 graden op gewoon glas valt wordt die straal 17 graden afgebogen, bij kristal kan dat wel 21 graden zijn. Daar merkt een gewoon mens niets van, maar de bijzonderheid gaat samen met een andere bijzonderheid: een betere schifting (dispersie) van het licht in zijn samenstellende kleuren zoals bekend is van driehoekige prisma’s. Maar dat komt alleen tot uiting als je in een kristallen glas prisma-achtige facetjes slijpt.

Ongeslepen kristal is eigenlijk niet zo interessant. Op twee dingen na. De hoge brekingsindex van kristal leidt volgens een wetmatigheid vervat in de formules van Fresnel ook tot een hogere reflectiviteit. Kristal weerkaatst beter. Valt licht loodrecht op gewoon glas dan wordt ongeveer 4 procent weerkaatst, voor kristal kan dat wel 7 procent zijn. Het wordt volledig door de brekingsindex bepaald.

En dan is er het zingen van kristal, het aanhouden van de toon die klinkt als je tegen het glas tikt. Op de toonhoogte zijn, afgezien van de glasvorm, vooral de dichtheid en elasticiteit van invloed. Maar waarom in kristal minder demping optreedt dan in gewoon glas valt niet makkelijk te begrijpen. Het hoeft ook niet. Het ‘lichtgewicht’ sonoorglas zit qua dichtheid en brekingsindex volkomen in de hoek van gewoon glas. Omdat er ook geen lood in zit is het nog maar de vraag of het beter zingt dan gewoon glas.