Strafrechtspleging is een tombola, een vergiet

Hoe vaak heb ik hier al geschreven over haperende strafrechtspleging? Iedere keer lopen accounts dan vol met reacties. Dat gebeurde ook na ‘Strafrechtspleging is hier al jaren een probleem’ van 10 februari, na de verdwenen jihadist Omar H. en de zaak Els Borst. Daarin bleek een belangrijke verdachte al jaren in het apparaat rond te dwalen. En het bizarre feit dat strafbeschikkingen van het OM in één op de dertien gevallen op drijfzand berusten.

Bevestigende, berustende, cynische, boze reacties – meestal afkomstig uit de rechtspraktijk. Onder hen een gepensioneerde rechter die meestal schrijft dat het in zijn tijd allemaal nog véél erger was. In de jaren tachtig kon het wel zeven jaar duren voordat een veroordeling een crimineel echt opgesloten kon worden.

In het NJB schreven onlangs twee advocaten een kritisch stuk, waarin ze de ‘echte problemen’ van de strafrechtspleging aanstipten. Daar waren ze weer: de werkprocessen van politie en Openbaar Ministerie, die digitaal niet met elkaar communiceren. Overleggen met een officier over een lopend onderzoek is ‘vrijwel onmogelijk’. E-mailen? Kan niet. In grotere strafzaken treden steeds nieuwe combinaties van rechters aan. Verspilling van voorbereidingstijd. Het komt regelmatig voor dat „slechts een van de drie zittingsrechters het dossier (op hoofdlijnen) kent”.

De litanie van niet uitvoerbare of uitgevoerde vonnissen, onvindbare verdachten, oninbare vorderingen, achterstanden, is makkelijk aan te vullen. Een vergiet, dat is het beste symbool voor de strafrechtspleging. De praktijk leeft er al jaren mee, wetend dat er politiek kennelijk geen èchte behoefte aan betere handhaving is. De frustratie is vrij groot. Als enige quick fix noemt men onderling wel het liberaliseren van drugs. Dat zou in sommige korpsen de helft van het personeel vrijspelen en vermoedelijk 200 miljoen euro vrijmaken voor andere prioriteiten. Roept u maar: huiselijk geweld, kinderporno (cybercrime), fraude, zedenmisdrijven?

Intussen wil de politiek alles tegelijk. Zie het recente debat met Rutte en Opstelten over de AIVD. Die dienst slaagt er met de politie in om sinds de moord op Theo van Gogh àlle aanslagen te voorkomen. Tot nu toe, althans. Maar de conclusie dat de AIVD dus groot genoeg is, durfde de Kamer niet aan. Vooral de SP vond het verontrustend dat er door het jihadisme ‘nu’ allerlei zeden- wapen- en fraudezaken ‘jaren blijven liggen’.

Dat is een mooi voorbeeld van bellen blazen. Echt, iedere politicus kent de strafrechtvergiet, ook Emile Roemer. Iedereen in de Kamer weet dat de overheid altijd kiest, net als trouwens de burger. En dat strafrechtspleging vooral symbolisch beleid is. Uit het jaarlijkse CBS-trendrapport ‘Criminaliteit en Rechtshandhaving’ doemt altijd dezelfde ijsberg op. Alleen op het topje is enige beweging waarneembaar. De omvang van de ijsberg werd in 2011 op 8 miljoen misdrijven per jaar geschat. Van maar drie op de tien deden burgers in 2013 aangifte, om allerlei redenen. Te weinig vertrouwen dat het helpt of enige zin heeft. Of burgers schamen zich, voelen zich medeschuldig of kennen de dader die men wil beschermen of juist ontlopen.

Na de burger is de politie het grootste filter. In 2013 registreerde de politie net iets meer dan een miljoen misdrijven. Driekwart loopt op niets uit. In 2013 werd iets minder dan een kwart, 244.000 zaken, opgelost. Dan is het OM aan de beurt. Dat schreef in 2013 209.000 zaken in. In 42.000 zaken legde het OM een boete of taakstraf op. Een derde van alle zaken ging de prullenbak in – onvoorwaardelijk sepot. De strafrechter kreeg in 2013 het restant: 93.000 zaken, waarvan tien procent eindigde in vrijspraak. Netto werden in 2013 dus 1 miljoen aangiften gedaan, 244.000 zaken opgelost en 125.000 sancties uitgedeeld. Strafrechtspleging is een tombola, een vergiet, een Staatsloterij met een kleine kans op (negatieve) prijzen. Net als in de echte Staatsloterij. Kennelijk vindt iedereen dat prima, want zo doen we het al jaren.

Verhip, heb ik hetzelfde stukje nòg een keer geschreven.