Kil liberalisme door corpsballen. En Groningen gaat kapot.

De van oorsprong fatsoenlijke VVD werd vroeger, niet onterecht, neergezet als de club van hebben, halen en houden. Nu is zij Nederlands grabbelton. Bonnetjes, bestuurders of jongetjes: er zijn van Groningen tot Maastricht gewoon teveel schandalen. En alles wordt met de mantel der liefde bedekt of gaat in de doofpot. Daarnaast wordt er inmiddels jarenlang tot chagrijnigs toe bezuinigd. De centrale vraag is: voor wie bezuinigen wij? Voor een herstart van het bedrijfsleven of voor de banken? Dat de VVD de bankbonussen niet echt wil aanpakken spreekt boekdelen. Het kille liberalisme van de VVD is dat van aanmatigende advocaten, arrogante artsen en pedante professoren. In wezen is de VVD een Leidse corpsballenpartij. De vrije ondernemer, de gewone jongen met een eigen bedrijfje, heeft in deze exclusieve partij van hoge ambtenaren en vrije beroepers niets te zoeken. De VVD is niet alleen de bankpartij maar ook de gaspartij. Geen fatsoenlijke Groninger kan meer VVD stemmen. De fraaie middeleeuwse kerken, kostbare sieraden in het stabiel omdijkte landschap gelden voor de VVD’er niet , alleen het bespaarde geld. Rutte’s huishoudboekje moet op orde. En het huishoudboekje van al die Groningers met een kapot huis? Geen experimenten met onze Martinitoren, Gronings baken sinds 1482. Waar haalt Den Haag het recht vandaan om onze dierbare, d’Olle Grieze, te vernielen? Henk Kamp is Gronings ramp. Als de Martinitoren inderdaad instort – niet ondenkbeeldig – kan geen VVD’er zich meer met goed fatsoen vertonen in Stad en Ommeland. Een schrale troost, de instortende Groningse woningen en kerken luiden het einde in van het Nederlandse liberale huis. De door schandaalschimmel aangetaste funderingen van dit gebouw zijn niet bestand tegen de morele aardbeving van verontwaardiging bij de provinciale statenverkiezingen. Geen Haagse macht, maar lokale kracht.

Oud VVD-partijraadlid, oud-Groninger

Filosofie

Sapere is allereerst proeven

Coen Simon heeft gelijk en ongelijk dat het Latijnse sapere naast weten ook proeven betekent (18/2). ‘Proeven, smaken, smaak hebben’ zijn de eerste betekenissen in het woordenboek. Pas in afgeleide zin komt ‘wijs zijn, onderzoeken’, en in het woord leefteen ondertoon van ‘beproef nieuwe kennis, waag oorspronkelijk onderzoek’. Sapere vertalen met ‘weten’ is gangbaar, maar zit er net naast. Simons stelling ‘Filosoferen is een vorm van proeven’ is dan ook niet zo origineel als hij doet voorkomen. De mens is het enige wezen met het verlangen deel te hebben aan wat zich afspeelt in de binnenwereld van een ander wezen, heeft de Franse filosoof Gaston Bachelard opgemerkt. In zijn boek La Formation de l’esprit scientifique stelt hij: ‘het werkelijke is allereerst een voedingsmiddel’.

Dr. Hugo S. Verbrugh arts, voorm. universitair hoofddocent filosofie in de geneeskunde EUR