Oude riedel

Bij de hooligans van Feyenoord denk ik alleen aan een weiland in Beverwijk, niet aan cultuur en beschaving. Na jaren van terreur en vandalisme in Europese voetbalsteden had het bestuur van de Rotterdamse club allang een uitreisverbod moeten toepassen.

Niet in onze naam!

Maar dat durven ze niet, de pluchen helden van de Kuip. En dus kon „een bende beesten” alweer haar primitieve woede botvieren aan de Spaanse Trappen in Rome. Bedoeling van de barbarij: littekenen voor de eeuwigheid graveren in de stad van de eeuwigheid.

Vernielzucht met de kracht van historie.

Feyenoord is als Wilders: garantie voor reputatieschade. Bewust, in koelen bloede, ongeneeslijk. Het zou gepast zijn geweest als het tuig van Rome ook in beestenwagens naar Nederland was afgevoerd. Gewoon tussen de varkens.

Maar wat zei de voorzitter van de supportersclub: „Waar moet je anders plassen dan tegen monumenten – Rome is één groot monument.” Rotterdamse humor.

Algemeen directeur Erik Gudde kwam wel met een excuusje, maar boetedoening bleef uit, want: „De supporters in het stadion hebben zich keurig gedragen. Feyenoord treft geen verwijt.” Gudde kon helaas beroep doen op het pardonnerende formaline van de UEFA.

De ravage aan de Spaanse Trappen was niet om aan te zien. Het verzamelde zwerfvuil van ingetrapte bierblikken en gebroken glas leek een Filippijnse stort. Heerlijk toch ook eens kunnen zeiken in een historische fontein.

Ha, daar was de oude riedel: het gaat maar om een paar honderd relschoppers. Dat kan je het keurige volk in de tribunes niet aanrekenen. Juist wel. Dat keurige volk had de barbaren eigenhandig de stad uit moeten trappen. Niks verwantschap, niks gedeelde vreugde. Zonder radicale cleaning kan Feyenoord beter thuisblijven. Ergo: de directie van de club had een daad kunnen stellen door meteen het ticket voor de Europa League in te leveren. Uit schaamte.

Een zelfreinigend gebaar. Zonde van het geld, dat wel, maar schande valt duurder uit.

Nadat ze een donkere man uit de Parijse metro hadden geduwd, zongen de Chelseafans in koor: „Wij zijn racisten en we zijn dat graag.” Het lugubere gekrijs was de dag erna alweer vergeten en vergeven.

Vrijwel elke mooie voetbalavond eindigt tegenwoordig in tristesse. Altijd weer wordt het spel ontsierd door doodschoppen, kwetsende spreekkoren, onversneden racisme, knokpartijen en andere obsceniteiten. Vernielde auto’s en scooters werden in Rome gepresenteerd als attractie.

Terwijl er niets mooier is dan op een lenteavond in Rome, Turijn of Cagliari gezamenlijk naar een voetbalstadion slenteren. Vader en zoon hand in hand, moeder met baby aan de borst. Het palaver als balsem voor de kwade maatschappij.

Niet dat ik van voetbal een sprookje wil maken, maar zonder vernisje van sociaal fatsoen wordt het een afvoerput van maatschappelijke desperado’s.

Feyenoord is veruit de mooiste volksclub van Nederland, de Kuip het mooiste fakkeltheater. Maar beide hebben het respect verloren door de gemakzucht waarmee hooligans hun gang mogen gaan. Burgemeester Ahmed Aboutaleb is bijna megafonisch in de weer met de laïcité van moslims, maar hij zou ook wat harder tegen het crapuul van de Spaanse Trappen mogen aanblaffen. Of heeft ook hij dit uitschot opgegeven?

Een dagje Rome: voor de dagloners in Spangen zou het vroeger een geschenk uit de hemel zijn geweest. Meer nog om de stad te zien dan om ze te bezoeken. Dronken worden van het straatbeeld met pin-ups en smetteloos geklede mannen. Gelukkig zijn om een caffé corretto op een terrasje. En dan ’s avonds het puike gelijkspel van Feyenoord tegen AS Roma. Hoe simpel en mooi kan het leven zijn…