Open brief aan dr. Ab Klink, zorg-verzekeraar

Beste Ab, Je was nog minister van Volksgezondheid toen we op een parkeerterrein aan de rand van Amersfoort een gesprek hadden over je motieven om het zorgstelsel te hervormen. Je had net een zaal vol behoorlijk boze GGZ-zorgverleners toegesproken. Dat was moedig en knap.

Buiten overtuigde je mij ervan dat je doel was dat iedereen in dit land de beste zorg krijgt die voorhanden is. Als zichtbaar gemaakt kan worden wat de werkelijke kwaliteit is van de prestaties van artsen, ziekenhuizen en andere zorgverleners, betoogde je, dan helpt dat burgers de tegenslagen van het leven zo goed mogelijk te doorstaan.

Je sprak als ervaringsdeskundige en trof me als een oprecht door het goede gedreven mens. In 2010 viel ‘jouw’ kabinet-Balkenende. Je onderhandelde namens het CDA over een nieuw kabinet, maar hield de eer aan jezelf en stapte uit de CDA-fractie die op het punt stond een gedoogcoalitie aan te gaan met VVD en PVV. Je werd zorgadviseur en werd vorig jaar lid van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar VGZ.

Het is in die hoedanigheid dat we deze week op Twitter weer aan de praat raakten. Het ging over de contractonderhandelingen die VGZ in een aantal regio’s mede namens de andere zorgverzekeraars voert met daar werkzame huisartsen. Een aantal van hen heeft het door VGZ aangeboden contract voornamelijk om principiële redenen nog steeds niet getekend.

Over die onderhandelingen wil ik je aanspreken en een beroep doen op je gevoel voor zuiverheid en rechtvaardigheid. Om te beginnen, het zijn geen onderhandelingen. Vier grote zorgverzekeraars staan tegenover de individuele huisartsen. Die artsen worden door de mededingingswet gezien als ondernemers die niet mogen samenspannen want dat is concurrentievervalsing. Hun Landelijke Huisartsen Vereniging kreeg een boete wegens pogingen haar leden te vertegenwoordigen of zelfs maar te adviseren.

Natuurlijk, dat zijn landelijke verhoudingen die jij in je eentje niet kan veranderen. De minister van Volksgezondheid, Edith Schippers, stapte laatst wel heel makkelijk over die scheve machtsbalans. In antwoord op Kamervragen van Renske Leyten (SP) zei ze: „Ik begrijp ook dat het voor verzekeraars ondoenlijk is om met 8.000 individuele huisartsen afspraken te maken. Juist ook om de administratieve lasten te beperken volgen verzekeraars elkaar veelal in de huisartsenzorg.’’

In het voorbijgaan gaf zij dus ook nog haar zegen eraan dat jullie vier grote zorgverzekeraars wel samen optrekken. Voorzover jullie geen richtlijnen van de Nederlandse Zorgautoriteit en al die andere semistatelijke zorgbureaucraten volgen, mag je ook met z’n viertjes je beleid afstemmen. Ik vind dat absurd, maar zo is het. Een Kamermotie vraagt de minister een kartelontheffing voor huisartsen te onderzoeken. Veel haast toont zij niet.

Omdat huisartsen, die steeds meer kleine ingrepen en vroege opsporing van kwalen doen in hun buurtziekenhuisjes, de handen vol hebben aan hun kostenefficiënte werk, zochten zij een uitweg om toch met jullie te onderhandelen. Door mandjes te vormen van niet met elkaar concurrerende huisartsen uit verspreide regio’s probeerde zorgmakelaar Ger Jager de broodnodige onderhandelingen met enige schaalvoordelen op gang te krijgen.

VGZ moet er niks van hebben. Op twitter beriep je je van de week op het kartelrecht, maar de Autoriteit Consument en Markt heeft in 2012 in een ‘informele zienswijze’, een soort principe-uitspraak, gezegd dat dergelijke mandjes voor onderhandelingen van apothekers met zorgverzekeraars niet in strijd met het mededingingsrecht zijn.

Het is een kronkelige oplossing voor een anomalie in de huidige wet, maar zolang jullie ook die aanpak niet serieus nemen, laad je de verdenking op je dat je liever individuele zorgverleners bij het kruisje laat tekenen. Af en toe een gespreksavond verandert daar weinig aan. De dokter tekent inderdaad vroeg of laat, de praktijkondersteuner GGZ heeft ook een gezin thuis.

Waarom hebben die huisartsen zo’n moeite met jullie contract voor 2015? Omdat het weer verder gaat op de ingeslagen weg van het opleggen van normen en richtlijnen voor goed medisch maar vooral goedkoper handelen. Veel huisartsen, en niet de slechtste, hebben er groot bezwaar tegen dat jullie als zorgverzekeraar geldelijk voordeel koppelen aan het voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen of het verwijzen naar bepaalde laboratoria.

Zij worden, opnieuw met lokgeld, gedwongen minstens de helft van hun patiënten in het landelijk elektronisch patiëntendossier te loodsen, lek of niet. Allerlei vergaande controles worden normaal, artsen wordt gedicteerd wat medische kwaliteit is – in strijd met hun beroepseed, wetenschappelijk dubieus. Helemaal bont maken jullie het door een boete van 1000 euro in het vooruitzicht te stellen voor de arts die zich kritisch uitlaat over VGZ.

In ons Twittergesprek gaf je ruiterlijk toe dat die laatste clausule niet deugt en dat jullie hem niet zullen toepassen. Ik had niet anders van je verwacht.

Zou je nu ook de rug willen rechten en het onevenwichtige, in wezen onethische onderhandelingsproces met de artsen van wie juist zo veel wordt verwacht de komende jaren, op volwassen leest te schoeien? Binnen en buiten VGZ.

Als jij met jouw gezag je daar rustig maar onmiskenbaar over uitlaat, kan dat een wijziging ten goede inzetten. Misschien dat het jullie lobbyist, de heer Rouvoet, inspireert zijn toon en rolopvatting in dezelfde zin aan te passen.

Met vriendelijke groet, Marc