Column

Nationale politiek in euroland: doen alsof

Als de Griekse saga iets aantoont, is het wel hoe de globalisering in Europa langzaam maar zeker de democratie aan het uithollen is. Griekse kiezers hebben op Syriza gestemd omdat zij een andere economische politiek wilden. Maar bezorgt de nieuwe regering hen nu de beloofde economische koerswijziging? Nee. Althans, als Griekenland in de eurozone wil blijven, dan zit het vast aan afspraken die eerdere regeringen gemaakt hebben.

Zo gaat het, als je met zijn allen één munt en één regelsysteem deelt. Er is maar een manier waarop de Griekse regering de kiezers kan geven wat ze hen heeft beloofd: door de eurozone te verlaten. Dan kan ze, in een godverlaten hoek van Europa, met de nek aangekeken door haar voormalige euro-partners, haar eigen bonen doppen zoveel ze wil. Of er dan nog keuzes zijn, is overigens twijfelachtig – het ‘vrije’ Griekenland zou zijn overgeleverd aan redders met dubieuze motieven.

Niemand wil zo’n Grexit, om diverse redenen. Daarom heeft iedereen weken wanhopig geprobeerd om een compromis te vinden. Maar een compromis bestaat eigenlijk niet. Economische politiek in de eurozone kan niet meer nationaal worden bepaald. Je kunt alleen nog doen alsof. Door de trojka geen trojka meer te noemen. Of door te veinzen dat je bepaalde hervormingen zelf hebt bedacht – en als het parlement ze toch dreigt te blokkeren, ram je ze er per decreet doorheen.

De Fransen weten er alles van. De regering-Hollande heeft zojuist buiten het parlement om de wet-Macron ingevoerd, over economische hervormingen, om niet in dezelfde spagaat te belanden als de regering-Tsipras. Hollande omzeilt de democratie, opdat Brussel ze niet afdwingt.

Maar deze spagaat is uiteindelijk onvermijdelijk, voor iedereen. Dat is wat het Griekse drama ons laat zien. Sinds de jaren tachtig hebben westerse, democratische landen enthousiast gewerkt aan het ‘openen’ van de wereld. We hebben handelsbarrières gesloopt, markten en media bevrijd uit de klauwen van overheden en het internet gebruikt als vehikel voor een ongebreidelde culturele, technologische en commerciële uitwisseling. Lang leek het erop dat we daarmee goedkoper én democratischer uit waren. Vliegen en telefoneren werd goedkoper. Informatie voor burgers werd steeds minder elitair. Zelfs een beetje in China en Rusland.

Waar we ons immens op hebben verkeken, is dat de globalisering uiteindelijk niet tot democratisering en transparantie leidt. Integendeel, ze is zo’n eigen leven gaan leiden dat burgers er nauwelijks invloed op hebben. We zijn vrijer dan ooit om te kopen, lief te hebben en ons aan te kleden zoals we willen. Maar economisch zijn kiezers machteloos geworden.

Multinationals trekken zich van nationale wetten niets aan. Als één land geen Netflix wil: voor hen 48 anderen (en met digitale trucs kunnen ze in dat ene land toch kijken). Als Athene niet doet wat de trojka zegt, halen beleggers al hun geld uit Griekenland weg.

Veel Europeanen denken dat Brussel hun de macht heeft ontfutseld. Als die niet-gekozen ‘eurocraten’ die democratische rechten even willen teruggeven, zou alles weer goed komen. Onzin. Kijk naar Zwitserland, géén EU-land: daar speelt exact hetzelfde dilemma. Het is de Zwitsers niet gelukt hun bankgeheim te houden – anders waren hun banken, wereldspelers, mondiaal geboycot. Zwitserland wil meedoen aan de Europese interne markt en academisch onderzoek, en onderwerpt zich dus aan Europese regels. Zwitserse burgers verafschuwen dat, maar hebben geen alternatief. Waarom zouden ze dan nog stemmen? De opkomst in de veelgeprezen Zwitserse democratie is nog 45 procent.

De eurozone staat meer turbulentie te wachten. De Grieken hebben als eersten ontdekt dat globalisering en echte democratie niet samengaan. Maar ze zullen de laatsten niet zijn.