Libië moet zich verenigen tegen IS

Het is een chaos in Libië. Maar in plaats van militair in te grijpen kan de internationale gemeenschap beter helpen de politiek in het land te herstellen, betoogt Saskia van Genugten.

Soldaten staan op wacht in de Libische stad Misrata. foto Mohamed Ben Khalifa/AP

Libië is niet meer. Althans, bijna niet meer. Het land tussen Egypte en Tunesië is momenteel verdeeld tussen twee niet-functionerende parlementen, twee niet-effectieve regeringen, rivaliserende stammen, steden en gewapende milities.

Maar blauwhelmen of ongecoördineerde luchtaanvallen werken slechts polariserend. Meer kans maakt het ondersteunen van de inspanningen van VN-gezant Bernardino León. Net als het benadrukken van dat de Islamitische Staat de gezamenlijke vijand is van alle Libiërs. Zo kan IS het laatste zetje vormen om politici die tegenover elkaar staan te scharen achter het initiatief voor een regering van Nationale Eenheid.

De situatie in Libië is al tijden ernstig. De chaos in de woestijn heeft gezorgd voor een bloeiende zwarte economie in wapens, drugs, migranten, andere smokkelwaar en beschermingsgelden. Mali, Tsjaad, Algerije, Tunesië, Egypte (en in mindere mate Malta en Italië) voelen zich al jaren gedupeerd door de naburige wetteloosheid. Maar nu de Islamitische Staat ‘plotseling’ is opgedoken in het land (of wat er van over is), rinkelen de alarmbellen pas goed. Gemaskerde mannen zeggen „ten zuiden van Rome” te staan en Europa wordt wakker.

Een samenraapsel van groeperingen

De diepe put waarin Libië zich momenteel bevindt heeft het deels zelf gegraven, al groeven verschillende buitenstaanders ijverig mee. Het gedrag van de nieuwe generatie politici is tot nog toe verre van optimaal. Wat onder Gaddafi een strak geredigeerd politiek spel was, is nu een samenraapsel van elkaar naar het leven staande, slecht geïnformeerde en onervaren groeperingen. Maar goed, echt verrassend is het niet dat vier decennia van onderling wantrouwen, angst en onderdrukking in een historisch artificiële staat de invoering van een democratisch stelsel bemoeilijkt.

Externe mogendheden hebben gretig bijgedragen aan de negatieve spiraal. Na de val van Gaddafi steunden westerse staten Libië halfslachtig, met wat technische assistentie, hier en daar een trainingsmissie voor Libische politie en militairen en een lauwwarme EU-grensbewakingsmissie.

De veiligheidssituatie maakte sommige hulpprogramma’s al snel onmogelijk. En de huidige politieke situatie zette de hulp helemaal stop, omdat de regering in het oostelijke Tobruq geen controle heeft over de ministeries in het westelijke Tripoli.

Met IS op het netvlies, roepen nu verschillende westerse landen om een VN-mandaat voor actie. De Italianen staan te trappelen om zo’n internationale interventiemacht te leiden.

Waar het Westen te weinig doet om Libië bij elkaar te houden, doen andere landen te veel om het verder te verscheuren. Minder democratisch gecontroleerde staten schromen allang niet meer om Libisch grondgebied te gebruiken als slagveld.

Ruwweg gesproken geven Qatar en Turkije financiële en materiële steun aan de islamistische groeperingen en proberen Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten die juist keihard de kop in te drukken. President Sisi van Egypte grijpt de gelegenheid om buurland Libië intensiever te bombarderen met beide handen aan.

Deze strijd leidde het afgelopen jaar tot hevige ruzie binnen de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (GCC) en de Arabische Liga. De Egyptische acties in Libië deed Qatar besluiten haar ambassadeur in Kaïro terug te roepen.

Libiërs moeten het zelf oplossen

Hernieuwde aandacht voor Libië, zowel in de media als in politieke debatten, is goed nieuws. Als de individuele leden van de internationale gemeenschap het beste met Libië voorhebben, wordt energie (en geld) gestoken in het weer op de rails krijgen van het interne politieke proces in het land – hoe lastig, langdradig en weinig daadkrachtig dat ook lijkt.

Libiërs zelf dienen de oplossingen te dragen voor het stoppen van de aanzwellende stroom vluchtelingen, het aan banden leggen van de criminaliteit, het terugdringen van extremisme en het veiligstellen van de olieaanvoer.

Dus in plaats van te roepen om blauwhelmen of militaire acties uit te voeren, dienen internationale spelers meer steun te geven aan de inspanningen van de VN in het kader van de Nationale Politieke Dialoog. Het vormen van een regering van Nationale Eenheid, acceptabel voor zowel de politici in Tobruq als die in Tripoli, zou de eerste mijlpaal moeten zijn. Het terugdringen van IS is daarbij een verbindend doel.

Na het vormen van één Libische regering (in plaats van twee), kan ook de hulp en assistentie weer op gang komen. Als het Westen wat guller kan zijn in de technische assistentie en als de Arabieren en de Turken een minder polariserende benadering durven te kiezen, hoeft Libië geen Somalië te worden. En zullen de gemaskerde mannen Rome nooit innemen.