Column

Lange Leegte

‘Zijn de Rotterdamse hooligans hier bezig geweest?”, vroeg Willem-Alexander aan zijn Groningse gastheren toen hij deze week onderweg was naar Veendam en hij de verzakte huizen en gestutte boerderijen in het Groningse landschap zag.

Máxima vertelde ondertussen dat ze zo met die mensen in Groningen te doen had. Alex en zij waren zelf ook een paar door haar schoonmoeder verslonsde paleizen aan het verbouwen, dus ze wist wat het was om in de rotzooi te zitten.

„Zullen we even uitstappen en die arme mensen op een koninklijk bezoekje trakteren”, lachte commissaris van de Koning Max van den Berg. Maar volgens de koning zaten die arme sloebers daar niet op te wachten. Daarbij verstonden ze ze toch niet.

„Hoewel?”, lachte Willy, „ik ben natuurlijk wel ervaringsdeskundige. Ik ben niet alleen nu voor tachtig miljoen in Den Haag aan het timmeren, maar we hebben net ook een lekkere Griekse verbouwing achter onze gouden kiezen. Dus ik kan die Groningers wel adviseren waar ze hun zwembad en hun aanlegsteiger het beste kunnen neerleggen.”

„Het is wel lekker dat hun huizen totaal naar de kloten zijn”, kraaide Máxima, „dan kunnen die boeren echt helemaal opnieuw beginnen en het lekker anders indelen. Doen wij met Huis ten Bosch ook. Wat nu keuken is wordt slaapkamer, waar Trix vroeger zat te roken daar gaan wij gamen en wat nu de natte cel is wordt de nieuwe open haard. Het kan me niet rigoureus genoeg gaan!”

„Maar deze mensen hebben de financiering nog niet rond”, grapte Max van den Berg, „de VVD’er Henk Kamp wil eerst kijken hoe het komt dat die huizen zo verzakt zijn en mocht het door de gaswinning komen (iets wat volgens Henk en zijn vriendjes van de NAM nog lang niet zeker is) dan gaat hij in zijn partij zoeken naar deskundigen die hem op bouwkundig gebied willen adviseren. Persoonlijk denkt Henk aan Piet van Pol, een keurige man uit Roermond die in Limburg diverse grote projecten heeft gerealiseerd. En aan Piet zijn rechterhand Mark Verheijen. Dit binnenkort werkloze Kamerlid weet alles op het gebied van het bouwen van bioscopen en andere grote projecten. En hij heeft een zeer creatief declaratiegedrag. Iets dat in de bouw onmisbaar is.

„En Jos van Rey?”, sprak Máxima quasi onwetend.

„Die krijgt de supervisie”, vervolgde Max, „en Jos wordt bijgestaan door zijn woordvoerder René Leegte, een vooraanstaand Kamerlid dat binnenkort ook zonder werk zit en aan een baantje geholpen moet worden. René is ideaal. Dat is zo’n laffe lakei die precies doet wat zijn baas zegt. Als die hem opdracht geeft niet met de pers te praten dan praat René niet met de pers en als een ander zegt dat hij de betrokkenen uit de weg moet gaan, dan doet onze René dat. Zou ook zo een Limburger kunnen zijn.”

„Ik ken hem”, zei de koning, „door hem kan ik nog steeds jagen.”

„Het gerucht gaat”, fluisterde Max, „dat zowel die Leegte als Verheijen de baas van V&D onlangs geadviseerd heeft bij zijn aankoop van zijn huis van ruim twintig miljoen, maar dat kan natuurlijk ook een carnavalsroddel zijn. Wel geestig dat die V&D-maffioos dat gewoon doet. Je personeel zes procent korten, geen huur betalen en zelf een ordinaire villa kopen. Dan mag je je toch echt een durfkapitalist noemen!”

„Ik vind het best een gezellig ritje zo helemaal naar het noorden”, lachte Máxima vrolijk met de mannen mee, „en ook zo geestig dat we in Veendam en Stadskanaal alleen maar weer kleuters en bejaarden gaan knuffelen. Dat noem ik pas durf. Dan zijn we moediger dan die baas van V&D! Gewoon keihard langs die bouwvallen racen, zeggen dat we dat probleem later wel een keer bespreken en dan straks gewoon weer wuiven naar sneue sukkels, die vereerd zijn dat we langskomen! Dat is toch grappig jongens? En dat in allebei die stadjes weer burgemeesters zenuwachtig met hun ambtsketens staat te rinkelen. De middeleeuwen zijn niet alleen in het Midden-Oosten nog lang niet voorbij.”

„En nou je kop dicht”, lachte Willy naar zijn vrouw, „op naar Veendam met zijn prachtige failliete Lange Leegte. Leuke naam voor een bankroet stadion. Is dat eigenlijk ooit op voorhand naar die René vernoemd?”

„Geestig” fluisterde Máxima en viel vervolgens in een diepe, diepe slaap.