Column

Laat me raden

Georgina Verbaan

Liever was ik naar een andere winkel gegaan om een cadeau te kopen, maar tijdgebrek maakte dat ik er toch even naar binnen wipte. Hoewel ‘even naar binnen wippen’ een veel te laconieke houding is ten opzichte van de beproeving die ‘iets kopen bij de man van twee meter lang in dat winkeltje van twee vierkante meter groot’ heet. Door de winkelruit concludeerde ik opgelucht dat er nog een andere klant in de krappe zaak vol kinderkleding aanwezig was. Hij zou zijn aandacht moeten verdelen en kon zo niet iedere ademhaling van commentaar voorzien. Hij raadt namelijk graag wat je denkt. Een vermoeiende eigenschap. Bij binnenkomst keek de klant naar me op als een gegijzelde die bij het opengaan van de deur moest doen alsof er niets aan de hand was terwijl ze de loop van een geweer in haar rug gedrukt voelde. „Sparen?” snoefde de verkoper. „Je moet het toch ook een beetje leuk hebben? Een béétje leven? Jezelf iets gunnen?” Aha. De vrouw was zojuist vast stijl achterover geslagen toen ze een prijskaartje bekeek en wilde zo waardig mogelijk de zaak verlaten. Dat ‘béétje leven’ betekende even snel iets bij hem kopen, dan mocht ze daarna gerust dood neervallen. Ik dook doelbewust op een stapel rompertjes. „Dat vind jij toch ook?” Hij richtte zijn pijlen op mij. Ik moest hem helpen verkopen. „Nou, uh...” „Ok, bedankt!” klonk het vanuit een stofwolk op de plek waar de vrouw een seconde eerder nog had gestaan. Hij schudde kort de verwarring van zich af en stortte zich grijnzend op mij. „Laat me raden, jij zoekt iets voor je dochter?” Hij hield een roze T-shirt met een nep-Mickey Mouse voor me. Op het prijskaartje stond 67,50. „Nee hoor”, zei ik slikkend. „Ik wil dit.” Ik legde de romper op zijn toonbank. „Voor wat voor soort baby is dit?” vroeg hij. „Hoe bedoelt u?” „Is het misschien een Braziliaanse baby?” „Uh, ik denk het niet.” „Hoezo, je denkt het niet? Dat weet je toch wel?” „Ik ken de vader niet.” „Je kent de vader niet.” „Nee.” „Zo... En de moeder heeft er niets over gezegd?” „Ik ken de moeder alleen van internet.” „Zo, zo. En wel een cadeautje kopen.” „Ja.” „Is het een blanke vrouw?” Ik was hem zat. „Meneer, ik heb sterk de indruk dat het een blanke lesbische vrouw is maar ik heb geen idee hoe ze aan het zaad voor haar kind is gekomen want dat is mijn zaak niet. Ik wil gewoon dit rompertje.” „Sorry hoor, ik vroeg het omdat Braziliaanse baby’s heel klein zijn. Echt héél klein. Je weet niet wat je ziet. Ingepakt neem ik aan?” „Graag.”