Kom op, dat snappen de kijkers toch wel?

In Nederlands eerste politieke soap De Fractie speelt Joris Smit het ambitieuze Kamerlid Tim Snel van de Vrijzinnige Partij Nederland (VPN), die ook buiten de serie om twittert en interviews geeft. „Kunst móet verwarren en ontregelen.”

Tekst Herien Wensink Foto Andreas Terlaak

De Fractie

„Mensen die niet echt iets met politiek hebben, vinden de serie ongeloofwaardig. Maar politici en mensen werkzaam in de politiek, vinden het allemaal juist levensecht. Bizar hè? Dat illustreert wel een zorgelijke kloof; tussen hoe de politiek daadwerkelijk is, en hoe die, ook door invloed van de media, wordt gezien. Wij willen met De Fractie zo dicht op de realiteit zitten als met drama maar mogelijk is. Vandaar dat we vlak voor de uitzending nog actuele scènes toevoegen. En vandaar ook dat we twitteren als echte politici. In een radio-interview heb ik als Tim Snel geschokt uitgeroepen: „Er wordt beweerd dat de [politieke partij] VPN een VPRO-serie is, belachelijk!” We zoeken de grenzen tussen feit en fictie op, zeker. Maar kom op, dat snappen kijkers toch wel?”

Tweet

„We proberen iets nieuws, en dan kun je altijd kritiek verwachten. Ik twitterde als Tim Snel iets over IS, en VVD-kamerlid Ton Elias vond dat verwerpelijk, alsof ik reclame aan het maken was voor de serie, ten koste van de slachtoffers van IS. Kijk, dat vind ik dan hypocriet. Twitter is hét podium voor politici, die vaak ook twitteren onder schuilnamen. Dat middel wordt bij uitstek als pr-instrument van de eigen agenda ingezet. Dat laat ik zien met zo’n tweet. En daar wordt Ton Elias – nota bene op Twitter! – dan boos over. Kunst moet dit soort paradoxen en dubbelheden tonen, en mag – moet – daarbij verwarren en ontregelen. Het kan best zijn dat je er tegen bent dat feit en fictie, pr en engagement door elkaar lopen. Maar dan moet je je ook verre houden van Twitter.”

Nieuwspoort

„De research die ik heb gedaan voor de voorstelling Nieuwspoort van het Nationale Toneel was onmisbaar voor mijn invulling van de rol van Tim Snel. Ik heb destijds vooral ontzag gekregen voor onze volksvertegenwoordigers. Het zijn mensen van vlees en bloed die keihard werken, worstelen en ook op hun bek gaan. Als de camera draait, gaan politici ‘aan’: ze gaan anders staan, rechten hun rug, en hup! draaien hun riedel af in behapbare quotes. Dan gaat de camera uit en zijn ze weer mens, op de een of andere manier. En daar begint De Fractie. Politici spelen de rol van politicus, die dubbelheid vind ik fascinerend. De Griekse politicus Solon uit 600 voor Christus zette zijn politieke ideeën in dichtvorm uiteen op het stadsplein. Politiek gaat óók over retorisch vermogen, over het zo goed mogelijk overbrengen van een idee – daar doet Ton Elias zelf net zo hard aan mee.”

Meester Frits

„Mijn liefde voor theater dank ik aan meester Frits, die op de Jenaplanschool in Midwolde toneelklassiekers bewerkte voor kinderen. We hebben op school Ifigineia gespeeld, King Lear, Casper Hauser. Waar anderen een schoolmusical hadden, deden wij Hamlet. Het was spannend en duizelingwekkend; kom je binnen in groep 6, net negen jaar, ga je Elektra doen. We hadden natuurlijk geen flauw idee waar het over ging. Maar ik kwam er al snel achter dat ik dat wel heel erg leuk vond. Meester Frits heeft dat vonkje aangewakkerd, daar heb ik hem later nog wel eens voor bedankt. Hij is met pensioen, maar komt af en toe nog naar me kijken.”

Staartdeling

„Toen ik op de middelbare school kwam, wist ik wie Shakespeare was en wat die had geschreven, maar een staartdeling, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik was een waardeloze leerling: ik ben blijven zitten, ik moest naar de MAVO – allemaal helemaal niet nodig, maar ik lééfde voor toneel. Ik mocht naar de vooropleiding theater in Groningen; een hele strenge leerschool waar je al heel vroeg serieus wordt genomen in je wensen en ambities. In dat jonge breintje werd al enorm gegraven; ik leerde er de uitersten van emoties kennen: Ik moest grenzen over, door de schaamte heen. Als je dat op je veertiende doet, leer je ook de hoeken van je eigen hoofd kennen. Ik vond dat fantastisch.”

Afgewezen

„Ik deed auditie voor de toneelscholen in Maastricht en Amsterdam, maar in Amsterdam werd ik afgewezen. Ik moest daar heel uitbundig ‘Mens, durf te leven zingen’, dat heb ik echt met tegenzin en kromme tenen gedaan, vreselijk. En ik wilde sowieso graag naar Maastricht; zo ver mogelijk weg van de veilige haven Groningen, een nieuw hoofdstuk. Nieuw, nieuw, nieuw wilde ik, niet wat ik al kende. Medestudenten gingen in de weekenden naar huis, maar ik bleef altijd daar; ik dompelde me er helemaal in onder. Ik zat altijd achter een krant of in een boek, en ik was heel serieus met school bezig. Pas in het tweede jaar leerden mensen me een beetje kennen. Nu is dat serieuze er wel een beetje af, ik kan mijn vak iets beter relativeren.”

Streng

„Hoewel, ik ben nog steeds heel streng voor mezelf. Te streng, vond de regisseur van De Fractie. Ik vind mezelf nooit goed genoeg. Bij toneel begint het een beetje te komen; ik durf nu wel van mezelf te zeggen dat ik weet hoe ik moet raken. Maar zo’n serie is nieuw voor mij. Het wordt vastgelegd en dan moet ik voor de tv maar afwachten wat het geworden is. Ik heb geen enkele controle over de kijker, en dat maakt dat ik me machteloos voel, onthand en alleen. Ik ben niet gewend om mezelf terug te zien, en dat is best confronterend. Loop ik zo? Wat een rare stem! In het begin bemoeide ik me met alles; gesprekken tussen de lichtman en de regisseur na een opname, daar wilde ik bij zijn! Ik was geobsedeerd door de continuïteit, of alles wel klopte. En ik wilde scènes terugzien, maar daar beginnen ze niet aan. Er is weinig tijd, het moet er snel op. „Concentreer jij je nou maar op je tekst.” Dat frustreerde me. In de eerste week heb ik een paar flinke woede-uitbarstingen gehad – godverdomme! Tot ieders grote schrik, haha. Ik had er slapeloze nachten van, want ik wil het gewoon héél goed doen. ‘Wel oké’, dat is echt vloeken voor mij.”

Genesis

„Bij het Nationale Toneel repeteer ik nu voor Genesis. In vijf uur spelen tien acteurs het hele eerste Bijbelboek; ieder doen we tien personages. Ik ben Adam, onder andere. Ik zal wel weer in mijn blote reet moeten staan, tsja. In mijn jeugd heb ik weinig van het geloof meegekregen. We woonden in de pastorie in Tolbert, maar mijn ouders zijn ongelovig en ik voetbalde op het kerkhof; tussen twee zuilen had je er een perfect goaltje. Het leuke van mijn vak is dat ik nu voor mijn werk de bijbel zit te lezen. Dat is natuurlijk een onuitputtelijke bron van prachtige verhalen, en een soort spiritueel en filosofisch zelfhulpboek; vaak troostrijk en hoopgevend – ik kan me goed voorstellen dat het voor veel mensen een handleiding is.”

Mensje

„Ik heb weinig met die vorm van het geloof waarbij ik me een klein, nietig, dankbaar mensje moet voelen. Maar ik ben wel geïnteresseerd in de kosmos, het universum, het heelal. Ik wil begrijpen waar we vandaan komen. Soms is het denken daarover beangstigend: hoe lang bestaat het heelal? Hoe groot is het heelal? En is er na mijn dood straks echt niets meer? Mijn vriendin is gelovig, zij denkt dat onze geest niet zomaar kan verdwijnen. Ik twijfel: ik voel geen energie of aanwezigheid. Toen mijn tante stierf, vroeg ik haar: als er iets is, straks, geef je dan een teken? Dat heeft ze beloofd, maar ik heb niks gemerkt. Troostrijk vind ik wat ik dan bijvoorbeeld weer bij natuurkundige Stephen Hakwing lees: we bestaan allemaal uit hetzelfde materiaal uit de ruimte, uit sterrenstof. En als we sterven, gaat die sterrenstof weer door; in een boom, in een blad, in een bloem.”