In de wachtkamer

Afgelopen week zat ik weer eens in de wachtkamer van de dokter die mijn tsjèkkup zou doen. Vroeger werd dat controle genoemd. Zo’n ruimte heeft zijn eigen poëzie. Iedereen is verdiept in zijn eigen problemen, houdt zich voorbeeldig rustig. Voordringen doe je daar niet, hard praten evenmin. En om de wachttijd wat draaglijker te maken, heeft de dokter er een flinke hoeveelheid gevarieerde lectuur neergelegd. Bladen die je voor het laatst bij je vorige bezoek gezien hebt.

Zo trof ik weer eens het weekblad Privé, vakblad van de indertijd door Henk van der Meijden uitgevonden showbizz. Het is ver terug in de vorige eeuw. Ik geloof dat het is begonnen met de showpagina in De Telegraaf. Op de televisie maakte het satirisch programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer furore. Daarin werd niemand, geen hoge piet, geen vorstin gespaard. Dat werd door veel mensen als kwetsend ervaren. Van der Meijden vond wel dat er meer gelachen mocht worden, maar niet op zo’n manier. In zijn krant pleitte hij voor milde satire.

In dit nummer van Privé in de wachtkamer trof ik een paar oude bekenden. Mooie foto’s van Freddie Heineken, Harry Mens en Mies Bouwman. Zij heeft indertijd ook meegedaan aan ‘Zo is het’ wat wel haar nationale bekendheid heeft versterkt maar niet haar universele populariteit. De laatste keer ben ik haar tegengekomen op de hoek van de De Lairessestraat en de Van Baerlestraat bij het Bijbelkioskje. We maakten een praatje. Opeens brak ze het af en liep snel verder. Een paar passanten hadden een bekende Nederlander ontdekt en in dat geval moet je maar afwachten wat er verder gaat gebeuren.

Aan de televisie hebben we de geboorte en de onstuitbare opkomst van de Bekende Nederlander te danken. Dankzij Andy Warhol weten we dat iedere sterveling er recht op heeft, een kwartier wereldberoemd te zijn. Maar hoe moet je je dan gedragen? Dat heeft hij er niet bij verteld. Onder leiding van Henk van der Meijden heeft de volksstam der Bekenden zich in Nederland geëmancipeerd. Tegenwoordig noemen we zo iemand een Bé-enner. En alles verandert, altijd. Zo is Bé-enner zijn in de loop der jaren tot een apart beroep geworden, of misschien een mensensoort, met een gedrag dat hem/haar van de gemiddelde Nederlander onderscheidt.

Ik beschrijf hier wat ik op de televisie zie. Om te beginnen lacht de BN’er vaker, harder en langer dan de gewone Nederlander, waarbij hij zijn mond zo wijd mogelijk openspert. Denk aan Gordon of Linda de Mol. Dan valt er in die kringen altijd veel meer te lachen en dat doen ze op deze opzienbarende manier. Op zichzelf is dat geen wonder. De BN’er probeert zoveel mogelijk zo leuk mogelijk uit de hoek te komen. Dat is een bestanddeel van zijn communicatie geworden. De andere BN’ers begrijpen het en daar komt het volgende lachsalvo.

Ze zijn ook beweeglijker met hun handen en armen en dan vooral in de praatprogramma’s. Het is geen gebarentaal, het hoort niet tot de categorie je duim of je middelvinger opsteken. Ze doen het voornamelijk met hun armen. Onophoudelijk zijn ze in de weer. Voor de buitenstaander lijkt het een soort sint-vitusdans. En dan hebben we het hossen, het met z’n allen overvrolijke springen. Dat wordt voornamelijk door kinderen in de reclamespotjes gedaan. Misschien zijn ze aan het oefenen voor het BN’erschap.

Om het gewone volk van het doen en laten der BN’ers op de hoogte te houden hadden we eerst alleen de Privé en nu al sinds jaren de programma’s die hetzelfde doen. Intieme kijkjes in het particuliere leven. Petronella is zwanger! Van wie? Van wie? Waarschijnlijk van de minister van Onderwijs! Maar die is toch getrouwd? Daar willen niet-bekende Nederlanders alles over lezen en tegenwoordig ook zien en horen. In de loop der jaren heeft niet alleen het bekende Nederlanderschap maar het wereldburgerschap een populaire geheime dienst veroorzaakt waarvan je de producten in de wachtkamer van de dokter vindt.