‘Ik wil geen gemiddelde versie van mezelf worden’

Jacqueline Grandjean (46) is directeur en curator van de Stichting Oude Kerk.

Blik

„Ik ben opgevoed lopend door een stad met mijn hoofd in mijn nek. Mijn vader is architect. Zeker één keer per jaar gingen we naar Parijs, vaak naar Amsterdam, vanuit Loosdrecht. Overal wees hij ons op gevels, constructies, materialen. Ik leerde kijken, daar heb ik nog steeds veel aan. Ik kreeg oog voor historie, ging stijlen waarderen. Smaak ontwikkel je door goed te kijken. Mijn moeder nam ons mee naar het bos. We waren altijd met z’n allen, het was niet de bedoeling dat er iemand achterbleef. Het gezin, de familie, daar werd groot belang aan gehecht.”

Verbinding

„Van mij achtste tot mijn veertiende zat ik op tekenles en heb ik veel getekend. Het was een fantastisch gevoel als het op papier werd zoals ik in mijn hoofd had. Mijn tekeningen werden gezien, dat gaf me eigenwaarde. Pas later kreeg ik oog voor werk van anderen. Rond mijn zeventiende werd ik gegrepen door het surrealisme. Ik ontdekte dat er een beweging achter schuilging. Er waren verbanden met politiek, anti-kapitalisme, met wetenschap: hoe werken de hersenen? Mijn eerste vriendje en ik schreven liefdesbrieven aan elkaar geïnspireerd op het Manifest van het Surrealisme uit 1924.”

Voorliefde

„Ik voel me aangetrokken tot dingen die onmogelijk lijken. Door iets in de lucht te houden dat net iets te groot voor ons is, maken mensen het verschil. Het is ook waar Pink Floyds Another Brick in the Wall over gaat. Wie wil er een uniforme baksteen zijn? Daarom ben ik voorzitter van Unfair. Een groep kunstenaars die een nieuwe kunstbeurs opzet, dat is pionieren, die wil ik steunen. Met mijn man heb ik Huize Frankendael, het laatste buitenhuis van Amsterdam, opgeknapt en er een invulling aan gegeven. Ondernemerszin, samenwerken en informatie delen, dat zie ik als de positieve onderstroom van deze tijd.”

Invulling

„Het bestuur van de Oude Kerk vroeg me te komen praten. De renovatie, gestart in 1955, was bijna gereed. Ze zeiden: ‘Nu hebben we een mooi gebouw, maar waarom zou iemand hier komen?’ Ik zag meteen de combinatie voor me van erfgoed, kunst en contemplatie. Mijn generatie is op zoek naar rituelen die samenhangen met christelijke tradities. De dominee hier stelt vragen, dat doet kunst ook. Veel kunstenaars raken aan thema’s, verbeelden een idee, zonder hermetisch te stellen: hier gaat het over. Die openheid vind ik mooi. Ik denk dat het leven grotendeels gaat over de reis, niet over de bestemming.”

Conflict

„Ik schrok dat mijn plannen tot zoveel ophef leidden en van de felheid van de discussies. Voor mijn gevoel deed een culturele invulling geen afbreuk aan de functie van kerk. Maar ik werd afgeschilderd als iemand die de kerk wilde omtoveren tot megalomane kunsthal. Het was een enorm stressvolle ervaring. Ik kreeg hartkloppingen, voerde in gedachten eindeloze gesprekken met de mensen die mij in de krant aanvielen. In die periode las ik Filosofie voor het leven van Jules Evans. Door dat boek leerde ik loslaten en kon ik de kritiek gaan zien als betrokken reacties in plaats van als aanvallen.”

Erkentenis

„Roderik, het broertje na mij, was gehandicapt en is op zijn zevende overleden. Ik denk dat daar mijn gedrevenheid vandaan komt, dat ik stiekem anderhalf leven leid om ook recht te doen aan zijn bestaan. Dat voelt positief, niet belastend, ik mág het doen. Ambitie is mijn kracht, maar ook mijn valkuil. Onlangs heb ik intern om feedback gevraagd, ook daar kwam uit dat ik soms te snel ga, meer rekening moet houden met het proces. Bij een volgend project zal ik misschien voorzichtiger te werk gaan. Maar zonder mijn enthousiasme te verliezen. Ik wil geen gemiddelde versie van mezelf worden.”

Voortgang

„Nu de organisatie staat kunnen we onze energie naar buiten richten. De vraag is: hoe? We zitten in een tijd van versnelling en verandering, maar weten nog niet of de digitale revolutie ons verder zal brengen. De videoprojecties van Tony Oursler in de Oude Kerk stellen dat aan de orde. Betekent dit openheid of het einde van de privacy? Ik vind het heel interessant daar over na te denken als directeur van een culturele instelling. Ik heb mezelf toegestaan een cursus te gaan volgen bij het Tate Modern in Londen over de toekomst van het museum. Dit instituut is zo jong, het kan nog verder worden ingevuld.”