Het helpt juist ons exportland

Banen en groei worden gestimuleerd, zonder investeringen van de overheid, vindt Marietje Schaake.

Nederland is een handelsland. In 2013 was de export goed voor 32 procent van het Nederlands bruto binnenlands product (bbp). In 2012 waren bijna 2,2 miljoen Nederlandse banen afhankelijk van de export. Veel van onze belangrijkste handelspartners, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, maken deel uit van de vrijhandelszone van de Europese Unie. Deze zorgt ervoor dat bedrijven eenvoudig toegang hebben tot de hele Europese markt.

Dat dit loont blijkt ook verder over de grens, uit het verdrag dat de EU sloot met Zuid-Korea. Nadat het van kracht werd, groeide de Europese goederenexport naar dat land met 35 procent.

Voor de Verenigde Staten echter, gelden nog geen optimale afspraken, terwijl het een van de belangrijkste handelspartners van Europa en Nederland is. Gemiddeld wordt er per dag voor meer dan 2 miljard euro aan goederen en diensten over en weer tussen de EU en de VS verhandeld. De Nederlandse export naar de VS bedraagt ongeveer 20 miljard euro. Om die bestaande handel te versterken en uit te bouwen, onderhandelen Europa en de Verenigde Staten nu al anderhalf jaar over het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsverdrag (TTIP).

TTIP brengt ons heus niet bij het einde der tijden, zoals sommige felle tegenstanders lijken te beweren. Al staat er behoorlijk wat op het spel. Nederlandse baggeraars, zoals Boskalis, of scheepsbouwers zoals de Damen groep, mogen niet in de VS opereren. Onder het mom van nationale veiligheid houden de VS die bedrijven buiten de deur via de Jones Act, uit 1920. De ‘Buy America’ en ‘Buy America acts’, of de ‘American Growth Act’ zijn protectionistisch. Europese bedrijven kunnen niet eens een bod doen op Amerikaanse openbare aanbestedingen. Vanwege de zogenaamde Grade A Pasteurized Milk Ordinance kunnen Nederlandse zuivelproducenten hun producten alleen verkopen op de Amerikaanse markt als ze daarvoor een heel ander productieproces volgen.

Middelgrote en kleine bedrijven kunnen amper hun weg vinden in de wirwar van Amerikaanse regels. Tweeëntwintig procent van Nederlandse middelgrote en kleine bedrijven bracht in de afgelopen drie jaar nieuwe producten of diensten op de markt, die ze in potentie ook in de VS kunnen verkopen.

Met het wegnemen van barrières en het bevorderen van handel en investeringen, worden banen en groei gestimuleerd zonder overheidsinvesteringen. Geen overbodige luxe in tijden van zwakke economische groei. De spanningen met Rusland hebben de voor Nederland belangrijke handelsstromen naar het Oosten beperkt. Het openen van nieuwe markten kan dat verlies compenseren. De precieze economische effecten hangen af van de uitkomst van de onderhandelingen, maar de meeste analyses wijzen er op dat Nederland als handelsland de positieve impact het stevigst zal merken.

Een handelsakkoord met de VS is echter niet alleen een economisch project. Opkomende economieën groeien tegen elke prijs. Waarden en regels die we in Europa koesteren zoals mensenrechten, consumentenbescherming, arbeidsvoorwaarden en milieubescherming, moeten zoveel mogelijk in wereldwijd geldende regels worden verankerd. We staan sterker als we daarin samen optrekken.

Daarbij, besluiten de VS om gas en olie te gaan exporteren, dan kan dat er ook voor zorgen dat de EU minder afhankelijk wordt van Rusland en Saoedi-Arabië. Niet voor niets is Poetin bondgenoot van TTIPs felste tegenstanders in Europa, zoals Marine Le Pen wier partij een miljoenenlening ontving van een Russische bank, waarvan de CEO nauwe banden heeft met het Kremlin.

Vanzelfsprekend moet er nog veel worden uitgevochten aan de onderhandelingstafel. We moeten blijven werken aan een goed handelsakkoord. Zo moet er een alternatief komen voor verouderde investeringsbescherming. Dat hoge standaarden op het gebied van voedselveiligheid, milieu en gezondheid behouden moeten blijven, vinden de Europese Commissie, president Obama en de Europese lidstaten ook.

Om ervoor te zorgen dat de informatie over de onderhandelingen zoveel mogelijk toegankelijk is voor iedereen, heeft D66 aangedrongen op meer transparantie. Handelsverdragen worden vanwege de grote belangen voor de markt niet in het openbaar uit onderhandeld. Maar dat betekent niet dat het onduidelijk hoeft te zijn waarover TTIP gaat.

De Europese Commissie is met een ‘transparantie-initiatief’ bezig om meer toegang tot onderhandelingsteksten en bijeenkomsten te geven. Deze handelsonderhandelingen zijn de meest transparante die de EU ooit heeft gevoerd.

Maar sommige mensen zullen nooit tevreden zijn. Tegenstanders, van anti-globalisten, nationalisten tot anti-Amerikanen, zullen met geen enkel argument overtuigd kunnen worden. Voor anderen kan de wensenlijst niet lang genoeg zijn.

TTIP kan belangrijke voordelen opleveren voor de positie van Europa in de wereld, zowel economisch als geopolitiek. Maar voordat er aan het eind van de onderhandelingsrit een goed verdrag ligt, moet nog veel gebeuren. We hoeven nog geen eindoordeel te vellen. Dat kan ook niet, want er is nog geen tekst. Pas aan het eind van de onderhandelingen zal die worden voorgelegd aan lidstaten en het Europees Parlement. Wel kunnen we het proces sturen, zodat we een goed akkoord realiseren, dat onnodige barrières wegneemt en bijdraagt aan hoge standaarden in de wereld.

Een verdrag dat goed is voor bedrijven en consumenten, zodat er aan het einde van de maand net iets meer overblijft.