Heb jij één baan? Zij heeft er twee

De groep Nederlanders met twee of meer banen groeit. Vaak zijn het parttimers die zo voor zichzelf een fulltime baan creëren. Maar is dat wel goed voor je carrière?

Laura Schoutsen (26) heeft twee banen. Ze werkt fulltime als griffier bij het gerechtshof in Amsterdam, en ook nog negen uur per week op de Universiteit Leiden als docent strafrecht. Foto´s Andreas Terlaak

Laura Schoutsen (26) heeft twee banen. Ze studeerde vorig jaar af, en had het geluk direct terecht te kunnen als griffier bij het gerechtshof in Amsterdam. Maar dat vond ze niet genoeg. Omdat ze vanuit het studentenleven gewend was in de avonden en weekenden druk te zijn – maar ook met het oog op de toekomst. „Ik heb een fulltime jaarcontract, mocht dat onverhoopt niet verlengd worden, wil ik graag bij de universiteit werken.” Dus houdt ze haar contacten bij de Universiteit Leiden warm, door negen uur per week (nu niet in vast dienstverband), als strafrechtdocent te werken – exclusief tien uur voorbereiding per week.

Ze staat niet alleen, blijkt uit onderzoek. Steeds meer Nederlanders ‘stapelen’: ze hebben twee banen boven op elkaar. Het is een van de belangrijkste conclusies uit een rapport over de arbeidsmarkt van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vorige week verscheen. In 1986 had nog maar 3 procent van de werknemers in loondienst een tweede baan, in 2012 was dat al 8 procent. En onder zelfstandigen steeg dat zelfs van 4 naar 13 procent.

Een half miljoen mensen

Wie zijn dat, die stapelaars? Volgens SCP-onderzoeker Jan Dirk Vlasblom is het een diverse groep. „Je ziet het voorkomen bij zowel jongeren als ouderen, bij laag opgeleiden en hoogopgeleiden. Maar vooral bij de hoger opgeleiden van middelbare leeftijd.”

Ook TNO-onderzoeker Luc Dorenbosch zegt dat stapelen in alle lagen van de samenleving voorkomt. „8 procent van de mensen in loondienst heeft meerdere banen, dat is al snel een half miljoen mensen.”

De redenen om te stapelen zijn ook divers. Aline Jobse (28) bijvoorbeeld, zoekt in haar tweede baan wat extra zekerheid. Ze heeft een deeltijdcontract bij een muziekvereniging, waar ze publiek te woord staat. En daarnaast heeft ze ook een baantje in een kleine boekenwinkel. „Mensen vragen waarom ik nog steeds mijn studentenbaantje aanhoud, maar dat is juist het enige dat al sinds mijn studententijd stabiel is, daarom blijf ik het doen.” De kans is groot dat ze in juli weer zonder werk zit, zegt Jobse. Tot aan de zomer is het juist heel druk. „Vaak heb ik werkweken van vijf, zes of zeven dagen.”

Een deel van de ‘stapelaars’ doet het vooral voor het geld. Voor 29 procent van de stapelaars zorgt de tweede baan voor een extraatje. Dorenbosch: „Voor de kinderen die later gaan studeren, of voor een mooie vakantie.” Een kleiner deel, ongeveer 20 procent, stapelt volgens Dorenbosch echt uit financiële noodzaak.

In de Verenigde Staten is het een bekend fenomeen. Overdag aan het werk, ’s avonds of in het weekend nog een bijbaan. Daar wordt het ‘moonlighting’ genoemd, werken tot diep in de nacht – bij het maanlicht, dus. Kunnen wij in Nederland ook ‘Amerikaanse toestanden’ verwachten?

Nee, zegt Dorenbosch. „In de Verenigde Staten maken mensen vaak dubbele werkdagen. Maar in Nederland zijn de mensen die stapelen juist vaak parttimers die een fulltime baan creëren voor zichzelf, omdat echte fulltime banen niet beschikbaar zijn in hun branche. Dorenbosch: „ Dat zie je bijvoorbeeld veel in het onderwijs en de zorg.” Volgens het SCP-rapport hoort Aline Jobse, met haar overvolle werkweken, bij een minderheid; een derde van de mensen met twee banen werkt meer dan veertig uur per week, maar 2 procent meer dan zeventig uur.”

Terug naar 30 uur werk

Brandy van Gerven (39) is zo iemand die stapelt om een fulltime baan te creëren. Ze kreeg vorig jaar zomer te horen dat ze na een reorganisatie nog maar 30 uur kon werken in haar functie als communicatieadviseur bij een woningcorporatie. „Daarbij leverde ik wel erg veel salaris in.” Toen er een parttime baan voorbij kwam als communicatieadviseur bij een middelbare school, nam ze die dan ook aan. Nu werkt ze twee dagen op school, drie dagen bij de woningcorporatie. „Mensen vinden het hip dat ik twee banen heb. Vanwege de afwisseling, denk ik. En dat ís ook wel leuk. Maar ik heb liever één baan waar ik mezelf volledig voor kan inzetten, dan twee banen waar het lastiger is door gebrek aan tijd om op een bepaald niveau te komen.” Met een schuin oog houdt Van Gerven dan ook andere fulltime functies in de gaten, zegt ze.

Dat is niet onverstandig, want stapelen is niet altijd ideaal voor je loopbaan, beaamt ook Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. „De kans om carrière te maken is kleiner in twee parttime banen, dan bij een fulltime baan.” De reden daarvoor is best logisch: als je fulltime werkt kun je al je aandacht volledig besteden aan die ene baan waarin je verder wilt doorstromen.

Toch hoeft stapelen niet per se slecht te zijn voor je loopbaan. Als de combinatie van banen voor de hand ligt – denk bijvoorbeeld aan een hoogleraar met een specialisatie die bij twee universiteiten in dienst is – dan hoeft dat geen probleem te zijn, zegt Wilthagen.

Een baan voor ‘later’

Ook kan stapelen positief zijn wanneer het een uitdaging biedt naast je bestaande baan, of als je ermee voorsorteert op je toekomst.

Frans-Jan Snelders (51) deed dat. „Ik heb altijd in de theaterwereld gewerkt: ik gaf dramalessen op de Universiteit Utrecht en hielp bij amateurtheatergroepen. Allemaal avond- en weekendwerk. Ik verwachtte dat ik zo’n leven niet meer wilde als ik ouder werd. Ik ging van huis ‘s avonds als iedereen al thuis kwam.” Daarom zocht hij een baan erbij voor ‘later’. Zo’n acht jaar geleden ging hij naar de pabo. Snelders werkt nu drie dagen op een basisschool, en daarnaast twee avonden als toneeldocent en regisseur, omdat hij dat leuk vindt en die baan niet wilde missen. „Ik vind het heerlijk, de afwisseling.”

Ook Schoutsen, die bij het gerechtshof en de Universiteit Leiden werkt, is blij met de variatie die haar twee banen haar bieden. „Bij het Hof notuleer ik, doe ik de voorbereiding van strafzaken voor raadsheren en schrijf ik de arresten. Werk op de achtergrond dus.” Bij de colleges voor studenten treedt Schoutsen juist op de voorgrond, waardoor ze haar spreek- en presentatievaardigheden kan verbeteren. „Ik denk dat ik op deze manier veel soorten vaardigheden kan ontwikkelen.”

Dorenbosch verwacht dat het aantal stapelaars in de nabije toekomst verder gaat toenemen. Werkzoekenden zullen minder vaak wachten op een vast fulltimecontract, dat is niet meer realistisch zegt hij. „Zeker veel jongeren zullen met twee banen beginnen.”.