Grootouders helpen hun familie voeden

Bij de Tsimane, een volk van jagers, verzamelaars en tuinbouwers in het Amazonebos van Bolivia, spelen grootouders een belangrijke rol in de voedselvoorziening van hun families. Een team onderzoekers onder leiding van de Amerikaanse antropoloog Paul Hooper mat de hoeveelheid calorieën die Tsimane-opa’s en -oma’s bijdragen aan het dieet van hun kinderen en kleinkinderen (Proceedings of the Royal Society B, 11 februari).

De onderzoekers verzamelden vijf jaar lang gegevens over 239 Tsimane-families uit acht geïsoleerde dorpen aan de rivier Maniqui. De Tsimane kappen stukken regenwoud om tuinen aan te leggen waar zij cassave, bakbananen, rijst en maïs verbouwen. Verder verzamelen ze planten, vissen ze en jagen ze op herten en tapirs.

De onderzoekers kwantificeerden de calorie-inname per individu en ook de netto overdracht van calorieën tussen individuen. Uit hun studie blijkt dat vaders en moeders de meeste calorieën bijdragen aan hun familie-eenheid, meteen gevolgd door grootvaders en grootmoeders, en dan door ooms, tantes en kinderen ouder dan twaalf jaar.

Het onderzoek laat zien dat bij de Tsimane grootouders een netto economische bijdrage leveren aan hun extended family (drie-generatie-gezin) tot ongeveer hun zeventigste levensjaar. Zo zorgen ouderen voor een voedselsurplus dat wordt herverdeeld ten gunste van jongere verwanten.

Het onderzoek is een belangrijke bevestiging van het werk van de Amerikaanse antropologe Kristen Hawkes die voor Afrikaanse jagers en verzamelaars dezelfde conclusies trok over voedselhulp door oma’s. Net als Hawkes concluderen Hooper c.s. uit hun bevindingen dat de relatief lange levensduur van de mens vergeleken met andere primaten evolutionair nut heeft.