Europa is te bang voor de toekomst

De belangrijkste Nederlander in Brussel heet Frans Timmermans. Na zijn ministerschap is hij nu de rechterhand van Commissie-voorzitter Juncker. Twee dagen in Parijs die in het teken stonden van ‘Fundamentele Rechten’, een van de thema’s die Europa zo verdelen.

Foto: Stéphane Alonso

Station Brussel-Zuid 14.30 uur

Het is geen lelijk tasje, maar fraai is het ook niet, laat staan elegant. Door de opdruk – ‘World Economic Forum’ – lijkt Frans Timmermans eerder op een congresganger dan op de nummer twee van de Europese Commissie. „Mijn vrouw vindt het ook niks, maar kijk hoe praktisch het is!” Er volgt een demonstratie, van de handzame zakken en het speciale vak voor de iPad. „En dankzij deze band aan de achterkant kan ik het zo op de trolley schuiven.”

Met zijn attributen en drie medewerkers stapt Timmermans op maandagmiddag in Brussel op de Thalys naar Parijs voor een tweedaags werkbezoek. Hij heeft er dan al bijna een werkdag opzitten, die om acht uur ’s ochtends begon met een radio-interview. Het is een carnavalsdag en als Limburger, zegt hij, moet je dan eigenlijk feest vieren. Maar veel ruimte voor vrolijkheid is er niet in de EU-agenda. „Dit is mijn zwaarste baan ooit”, zegt Timmermans.

Het is ruim honderd dagen geleden dat Timmermans (Maastricht, 1961) naar Brussel vertrok, om als eerste vicevoorzitter en Commissaris voor Betere Regelgeving de rechterhand van Jean-Claude Juncker te worden. Europeaan wás hij al: hij was betrokken bij de totstandkoming van de (verworpen) Europese grondwet, hij was staatssecretaris van Europese Zaken en, in zijn laatste periode in Den Haag, minister van Buitenlandse Zaken. Als minister werd hij crisismanager na de ramp met de MH17, een rol waarvoor hij veel lof kreeg.

Hij is de man die na de vliegtuigramp een emotionele toespraak hield bij de VN – op YouTube ruim een miljoen keer bekeken. Maar hij is óók de man die op tv pijnlijk zijn mond voorbij praatte over MH17. Timmermans is intelligent en kan charmant zijn. Hij is kosmopoliet én Limburger. En soms, zeggen zijn critici, wil hij iets te graag gelijk krijgen.

In elk geval is hij nu de belangrijkste Nederlander in Brussel, op een moment dat de geloofwaardigheid van Europa meer dan ooit op het spel staat. Maar nee, zegt hij, dat probleem gaat hij niet eventjes oplossen. De ambitie die sommigen hem daar toedichten relativeert hij zelf. „De Commissie kan niet alles”, zal hij later zeggen.

Dat het niet eenvoudig zou worden was duidelijk: sinds de eurocrisis zijn de uitdagingen alleen maar gegroeid, met een uit de hand gelopen Oekraïne-crisis, de in Griekenland tot uitbarsting gekomen sociale frustratie, en terroristische aanslagen in Parijs en Kopenhagen.

„Normaal pak je elkaar vast als er externe dreigingen zijn”, zegt hij. „Maar ik weet niet of die logica nog opgaat: er is zoveel twijfel in geslopen, zoveel onderling wantrouwen, binnen samenlevingen en ertussen. Of dat overwonnen kan worden, is voor mij een open vraag. Ik zie het als de heilige plicht van de Commissie om te voorkomen dat we uit elkaar drijven.”

Dat is ook de boodschap die hij vandaag meeneemt naar Frankrijk, waar joden zich niet langer veilig voelen en moslims gebukt gaan onder achterdocht. „Zonder Joden is Europa geen Europa meer”, zegt Timmermans, die binnen de Commissie ook over Fundamentele Rechten gaat. „En als sommige moslimjongeren zich niet meer thuis voelen in hun eigen Europa, dan moeten we ons afvragen waarom.”

Gare du Nord, 16 uur

Voor Timmermans voelt Parijs als thuiskomen. Hij zat er op de kleuterschool. „Mijn vader werkte als beveiligingsman op de Nederlandse ambassade. We woonden in de banlieue, aan de ringweg, in een lelijke flat. Ik heb van die vage herinneringen, aan de zandbak, aan het aparte geluid van de Panhard-auto, huh-puh-puh-puh-puh, en aan de straatarme Portugezen in de kelder, de arbeidsmigranten van toen.”

Als kleuter hielp hij zijn ouders de Franse taal machtig te worden. „De school was streng, we moesten heel stil zijn en ouders mochten absoluut niet het schoolterrein op. Wat dat betreft liepen de Fransen voor. In Nederland loopt iedereen overal maar naar binnen. Daar sta ik soms wel van te kijken.

„Na zes jaar zijn we naar Brussel verhuisd. Ik heb Parijs heel lang gemist. Maar ja, daarna gingen we naar Rome en miste ik Brussel weer. Als kind van ouders die veel verhuizen, moet je steeds door een rouwproces. Het levert je een enorme talenkennis op, ik denk er ook niet negatief aan terug, maar je moet altijd iets nieuws opbouwen – dat wordt onderschat. Daarom ben ik misschien gevoeliger voor migrantenkinderen en hun verschillende culturele contexten. Ik vind dat allemaal heel herkenbaar.”

Ondanks dat ‘nomadenleven’, schoot Timmermans uiteindelijk wortel in Heerlen, in zijn geboortegrond Limburg. „Dat vind ik in mezelf een heel verrassende ontwikkeling. Ik merkte ook dit weekend weer, met carnaval, hoezeer het echt thuis is. Tijdens de sleuteloverdracht in Maastricht namen ze mijn passie voor Roda JC op de hak. Ik kreeg een MVV-broodtrommeltje cadeau. Mijn dochtertje vindt dat zo mooi dat ze het nu mee naar school wil nemen. Néé!”

Rue des Martyrs 16.20 uur

Het konvooi van twee auto’s wurmt zich door de beginnende spits naar het adres van de Union des Etudiants Juifs de France (UEJF), de Joodse studentenvakbond. Het zal de aftrap zijn van een stuk of vijftien strak georganiseerde afspraken, waar haast geen plaspauze tussen te krijgen is. „Dit is de Champions League”, zegt Saar van Bueren, ex-woordvoerder van PvdA-leider Diederik Samsom (en van Ajax), en nu politiek assistent en communicatieadviseur van Timmermans. „Je bent zoveel aan het rennen dat je geen fitness meer hoeft te doen.”

De UEJF-voorzitter houdt een kort praatje over het opkomende antisemitisme en kijkt dan verwachtingsvol naar Timmermans. Maar die zwijgt, behoorlijk lang zelfs. „Ik ben gekomen om te luisteren”, zegt hij uiteindelijk. „Ik wil van jullie oplossingen horen.”

Met zijn zes talen (Nederlands, Engels, Duits, Italiaans, Frans en Russisch) heeft Timmermans zich ontpopt als het uithangbord van de Commissie. Juncker, die achttien jaar premier was van Luxemburg, is de man met de politieke contacten, Timmermans is de orator. „Men zegt wel eens: Juncker is er voor de binnenwereld, ik voor de buitenwereld. Dat is de rolverdeling”, vertelt hij hier later over. „Juncker ziet me niet als concurrent en dat is heel fijn. Laatst zei hij tegen me: ‘Het enige verschil tussen jou en mij is dat ik meer humor heb.’ Het is zijn manier om te zeggen dat hij respecteert wat ik doe.”

Maar in de rue des Martyrs wil Timmermans luisteren. De jongeren van UEJF zijn van hun stuk gebracht. „We weten niet precies hoe Europa werkt”, zegt de voorzitter. „Ik ook niet”, grapt Timmermans. Uiteindelijk komt het gesprek toch op gang. Intussen kiekt een door de Commissie ingehuurde fotograaf er lustig op los. Snel ziet iedereen scheel van het flitsen. „Je bent nu wel klaar”, zegt Van Bueren tegen hem.

Maison de L’Europe 17.15 uur

Op weg naar volgende afspraak ontspint zich in de volgauto tussen de Franstalige medewerkers een discussie over het Frans van Timmermans. Is het een Parijs’ accent? Een Erasmus-accent, opgedaan in de tijd dat hij in Nancy studeerde? Consensus blijft uit.

Rachid Sekkour, die moslimjongeren vertegenwoordigt, heeft geen aansporing nodig. Meteen begint hij over zijn ervaringen in de banlieue van Nancy, waar hij locoburgemeester is. Over het gevoel van uitsluiting bij moslims en hoe gemakkelijk dat te manipuleren is. Over de gevangenis als broedplaats voor radicalisering. Over gehersenspoelde vrienden. En over de autoriteiten die de islam menen te kunnen ‘reguleren’ zoals andere religies. „De islam heeft geen structuur die je kunt aanspreken, geen clerus, zoals de kerk dat wel heeft.”

In de trein noemde Timmermans Frankrijk „het land met de meeste potentie van alle Europese landen”. Vanwege de omvang, het opleidingsniveau en de economische en culturele kracht. De spanningen in het land intrigeren hem. „De reflex in Frankrijk is: we vatten alles in wetten en dan komt het goed. Maar niet alles laat zich reguleren. Er zijn veel ongeschreven gedragsregels waarvan wij altijd denken dat je die vanzelf leert op school of thuis. In landen met een lange migratietraditie, zoals de Verenigde Staten, maken ze die explicieter.

„Wat doen we als een jongen die eerst voetbalde op het schoolplein opeens een lang gewaad aantrekt? Zijn we dan zo individualistisch geworden dat we zeggen: joh, moet je zelf weten. Of zeggen we: joh, jij maakt die keuze, maar waarom eigenlijk? Ik denk dat we ons dat moeten aanleren in Europa, waar we al snel zeggen dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Je kunt het badinerend burgerlijke moraal noemen, maar het zijn vaak kleine dingen die samenleven aangenamer maken. Tolerantie wordt nu te vaak verward met onverschilligheid.

„Ik wil het niet simpeler maken dan het is. Sterker nog: dit zijn complexe problemen waar geen simpele oplossingen voor zijn. Populisten maken een goede analyse, maar geven slechte antwoorden. Het enge is niet dat Le Pen onzin uitkraamt, maar dat ze de waarheid gebruikt om er verschrikkelijke dingen mee te zeggen.”

Hôtel de Ville, 18.15 uur

Tijdens het gesprek met Sekkour heeft Timmermans zelf nauwelijks iets gezegd. „Die jongen was zo goed voorbereid, het was heel indrukwekkend, heel inspirerend.” Dat dit geen koketterie is, blijkt tijdens de volgende stop, een openbaar debat op het Parijse stadhuis. Zinnetjes van Sekkour beginnen op te duiken in het discours van Timmermans, een patroon dat zich na elke afspraak in meer of mindere mate zal herhalen. „Je gebruikt altijd wel wat van wat je hoort, niet omdat het nieuw is, maar omdat zaken altijd beter geformuleerd kunnen worden.”

Tijdens het debat in het Hôtel de Ville stort in Brussel het overleg in tussen de eurogroep en Griekenland, waar de nieuwe regering zich vierkant tegen de Europese bezuinigingspolitiek heeft gekeerd. Timmermans facebookt graag, heeft een eigen Twitter-account en is een verwoede volger van het nieuws. Maar op dagen als deze is er nauwelijks een beginnen aan. Terwijl hij goedgeluimd het spervuur aan vragen vanuit de zaal tegemoet treedt („Is dit alles?”), houdt Van Bueren nauwgezet bij wat er in Brussel gaande is.

Een vrouw in de zaal vraagt of bijtende cartoons over moslims niet ook een vorm van intolerantie zijn. „Het is niet mijn ding, mevrouw, maar slechte smaak is niet bij wet verboden”, zegt Timmermans. „En het mag nooit een rechtvaardiging voor geweld zijn. Anders gaan we richting een dictatuur.”

Rue Bellini, 20.30 uur

Na anderhalf uur debatteren volgt een door het midden- en kleinbedrijf georganiseerd diner. De pet ‘Fundamentele Rechten’ gaat af, de Franse ondernemers zijn geïnteresseerd in die andere portefeuille van Timmermans: Betere Regelgeving. Juncker heeft een cultuurverandering beloofd, de Commissie moet minder bemoeizuchtig worden en zich meer richten op hoofdzaken. Nederland maakt hier al jaren een groot punt van in Brussel en daarom mag een Nederlander nu zelf de klus klaren.

Het is een wat ondankbare taak. „Het is dodelijk saai, alsof je met een lepeltje een berg afgraaft, maar het is ook ongelooflijk belangrijk. Om in Europa draagvlak te vinden voor de echt grote vraagstukken – defensie, veiligheid, de euro, energie – moet er een basis van vertrouwen zijn. Die basis is er nu niet.

„Als iemand iets in een taal zegt die een ander niet verstaat, ontstaat de neiging om harder te gaan praten. Zo was het ook met Europa. We gingen harder schreeuwen: dit is goed voor u! Dat heeft veel vertrouwen gekost. De term ‘betere regelgeving’ is wat ongelukkig, niemand wil slechtere regels. En ik ben de eerste om te onderkennen dat mensen op straat hier waarschijnlijk niet erg wakker van liggen. Toch is het een klein, maar essentieel deel van de totale Juncker-agenda.”

De oorspronkelijke portefeuille van Timmermans is in honderd dagen fors uitgedijd, met talrijke hoofdpijndossiers, zoals (onderdelen van) het vrijhandelsverdrag TTIP waarover de EU nu met de Amerikanen onderhandelt. Timmermans is Junckers troubleshooter, zo is gebleken. Nieuwe obstakels belanden al snel bij de eerste vicepresident. Is hem van tevoren verteld dat hij het vuile werk moet opknappen? „Niet op die manier”, zegt hij. „Juncker is een Luxemburger dus die zegt zoiets niet op z’n Hollands, maar subtieler: je bent mijn rechterhand, ik heb je nodig. Maar voor mij was het duidelijk wat het betekende.”

Al in december kwam Timmermans met een ‘kill-list’ van richtlijnen die geschrapt of herzien moeten worden, onder meer op het gebied van afvalverwerking en recycling. Het identificeren van hoofd- en bijzaken werd in praktijk gebracht, precies zoals door iedereen was geëist, maar nu bleek de wereld te klein. Liep hij tegen de grenzen van zijn ambitie op? „Als je verantwoordelijk bent voor een cultuuromslag, hoef je geen staande ovatie te verwachten. In Brussel bestaat de permanente verleiding om in te binden. Pas op, anders krijg je klappen! Dat is altijd de reactie geweest. Ik wil dat niet belonen. Dan maar klappen krijgen. Iedereen moet zien dat het ons menens is. Het enige wat ik vraag is een eerlijke kans.”

De studio van France Télévisions, 23.00 uur

Tijdens het mkb-diner heeft Timmermans het bij een half glaasje wijn gelaten. Er wacht nog een laatste klus vandaag: een interview op het late journaal van France 3. Terwijl hij op de grimeur wacht, werpt hij nog snel een blik op de iPhone. „Hmm, Roda JC heeft gelijk gespeeld.”

In de tv-studio krijgt Timmermans instructies. Eerst moet hij „met een engelengezicht” in die ene camera kijken, zegt de presentatrice. Daarna van het plateau af, terwijl zij het nieuws van de dag opleest. En er daarna weer snel op, zodra het bandje met de reportage uit Denemarken wordt gestart. Een heel ballet dat tijdens de live-uitzending wordt herhaald. Even na middernacht zit hij weer in de auto. Op weg naar het hotel plaatst hij nog even snel een kiekje van de Eiffeltoren op Facebook.

Jardin du Luxembourg 10.45 uur

De tweede dag is officiëler dan de eerste: een hele trits ontmoetingen met ministers en staatssecretarissen, veelal achter gesloten deuren, in paleizen die naar gelang de dag vordert steeds pompeuzer lijken te worden. Het Berlaymont, de Brusselse zetel van de commissie, oogt opeens heel armoedig, met zijn troosteloze gangen, grijze systeemwandjes en versleten vloerbedekking. „Vergis je niet”, zegt een Franse diplomaat die meewacht in een antichambre. „Frankrijk is nog steeds een monarchie.”

Tussendoor is er een ontmoeting met de 86-jarige Robert Badinter, minister van Justitie onder president François Mitterrand. Al sinds zijn studententijd bewondert Timmermans Badinter, de drijvende kracht achter de afschaffing van de doodstraf in Frankrijk. De eurocommissaris is gekomen voor oplossingen, maar wordt getrakteerd op een apocalyptisch betoog, over de weerloosheid van het vrije Westen tegenover jihadistisch geweld. Over „de kanker in elke mens”, namelijk „de haat voor de ander”.

„Hij eindigde inderdaad op een sombere noot”, zegt Timmermans even later. „Maar dat is niet mijn levenshouding. Ik moet nu gewoon bewijzen dat hij ongelijk heeft.”

Gare du Nord 18.30 uur

Na een wilde rit met sirenes door de Parijse spits, stapt iedereen een tikje bleek op de Thalys. Tijdens de laatste bijeenkomst, in de Assemblée Nationale, was er weer een spervuur aan vragen en verlanglijstjes. Maar de Commissie is geen machtige regering die met een vingerknip besluiten kan nemen, en heeft zoveel invloed als EU-leiders toestaan. Kan Timmermans wel aan al die verwachtingen voldoen? Is hier niet een grote teleurstelling in de maak?

„Op zichzelf is het een compliment dat er zoveel van ons wordt verwacht. Ik heb dat niet eerder zo meegemaakt, in ieder geval niet met de vorige Commissie. Kennelijk doen we iets goed. Maar ik probeer het wel te relativeren, want inderdaad: onze rol is vooral ondersteunend. Wij moeten het daar laten landen waar de bevoegdheden liggen. Ik denk ook dat men niet zozeer iets van de Commissie verwacht, maar van Europa en dat symboliseer ik dan op zulke momenten.”

Dat Europa, vindt Timmermans, moet zich nu wel weer snel gaan bewijzen. „De onrust van Europeanen zit niet in het nu, maar in het morgen en overmorgen. Men lijdt het meest aan het lijden dat men vreest, luidt de uitdrukking.

„Sinds de Tweede Wereldoorlog denken we voor het eerst dat het níet beter zal gaan. Daardoor zijn we geneigd om verandering te zien als verslechtering. Maar stagnatie is geen verbetering. Extreem links geeft de schuld aan het hyperkapitalisme, extreem-rechts aan de influx van migranten. Ze hebben er hetzelfde antwoord op: nationalisme. Maar dat lijkt me geen antwoord.”