Een soort TEDx, maar dan met lange baarden Zij zouden gaan

Deze week werd een omstreden bijeenkomst met ‘haatimams’ afgelast. Zeldzaam zijn die bezoeken niet; in Nederland komen geregeld predikers uit het Midden-Oosten spreken. Ze zijn waanzinnig populair.

De flyer van het omstreden gala. Een aantal predikers bleek een dubieuze reputatie te hebben. Foto BART MAAT/ ANP

en Andreas Kouwenhoven

Sjeik Tarik ibn Ali slaat terug in een filmpje op Youtube: „Een krant heeft over mij geschreven dat ik een terrorist ben. Dat zijn allemaal leugens. Ik wil naar Nederland gaan om het geloof te prediken. Ik zweer dat ik de moslimjongeren niet in de steek ga laten die in cafés en discotheken hangen. Overal in Nederland, Duitsland, Noorwegen, Denemarken en Spanje. Ik ga die cafés en bars in, ik ga met deze jongeren praten, zodat ze daaruit komen.”

De Marokkaans-Belgische prediker reageert op de ophef over de ‘haatimams’ deze week. Hij is een van de zeven islamitische predikers uit Egypte, Jordanië en Koeweit die door een moslimstichting waren uitgenodigd voor een benefietavond in Rijswijk. Een aantal predikers bleek een dubieuze reputatie te hebben. Weblog Geenstijl en dagblad de Telegraaf doken erop, noemden de liefdadigheidsbijeenkomst een ‘jihadgala’, er werd een tegendemonstratie georganiseerd, en uiteindelijk besloot het kabinet dinsdag om de visa van drie omstreden imams in te trekken. Gisteren werd bekend dat de stichting het gala afgelast vanwege alle ophef.

Zo bijzonder is het niet, dat predikers uit het Midden-Oosten hierheen komen. Nederland kent een levendig sprekers- circuit van sjeiks. Het is vergelijkbaar met TEDx of Speakers Academy, maar dan zonder website. Velen hebben hun wortels en opleiding in landen als Saoedi-Arabië, Dubai, Egypte. Enkele tientallen van hen bezoeken Nederland regelmatig, zegt antropoloog Martijn de Koning van de Radboud Universiteit Nijmegen, die al jaren onderzoek doet naar de ultraorthodoxe islam in Nederland. Omdat predikers uit het Midden-Oosten meestal alleen of met z’n tweeën komen, uitgenodigd door een moskeebestuur of islamitische organisatie, valt het minder op dan de zeven imams. Soms komt een populaire prediker met twee minder bekende imams als een soort package deal. Ook zij willen een beetje bekender worden.

Af en toe veroorzaakt een aangekondigde komst een relletje. Zoals in 2011 toen een Eindhovense moskee de Saoedische geestelijke Mohammed Al-Arifi uitnodigde, bekend om zijn controversiële statements. Zo zei hij ooit dat een dochter niet alleen mag zitten met haar vader uit angst dat zij hem zou kunnen verleiden. Ook zou hij geweld tegen vrouwen onder omstandigheden hebben goedgekeurd en zou hij hebben opgeroepen tot de jihad. De burgemeester van Eindhoven oordeelde dat Al-Arifi geen gevaar vormt voor de openbare orde en veiligheid.

Als de Haagse As-Soennahmoskee in datzelfde jaar de Marokkaanse imam Mohamed al-Maghraoui uitnodigt, ontstaat ook ophef. Hij zou een huwelijk met een negenjarig meisje hebben goedgekeurd. Al-Maghraoui besluit zelf niet te komen.

De Goudse gemeenteraad probeerde vorig jaar september de komst van Tarik ibn Ali tegen te houden. Hij was onder meer actief voor het Duitse radicale netwerk DawaFFM, dat inmiddels verboden is. Hij kwam toch naar Gouda.

Bomvolle moskee

Oosterse predikers zijn waanzinnig populair. Als moskeebestuurder Jacob van der Blom iemand van naam uitnodigt, zit de moskee bomvol. „Het zijn een soort popsterren voor de moslimjeugd”, zegt Van der Blom. „Iedereen kent ze, wil ze een keer in het echt gezien hebben, wil samen met de imam op de foto.” Hij is om die reden geen voorstander van een verbod om te komen. „Dan zijn ze slachtoffer. Hun populariteit neemt alleen maar toe.”

Veel beter is het, vindt Van der Blom, om ze te laten komen en het debat aan te gaan. „Laat iedereen toe, ook de pers, stel vragen. Pas als ze daar geen zin in hebben, heb je reden om iemand te weigeren.”

Predikers buiten de deur houden door hun visum in te trekken is één ding. Ze buiten de huiskamers houden is onmogelijk. In veel moslimgezinnen worden de populaire sjeiks gevolgd op Youtube. Een Egyptenaar als Mohammed Hassan, die ook was uitgenodigd voor het benefietgala, heeft een immens populair tv-programma dat via de schotel in elk huishouden te volgen is.

Tolerant verhaal

Het stempel ‘haatimam’ is in Nederland snel geplakt, vindt Van der Blom. Onlangs waren de Amerikaanse imam Khalid Yasin en de Britse shariageleerde Haitham al-Haddad uitgenodigd, beiden zeer populair onder jongeren. Beiden werden voor hun komst ‘haatimam’ genoemd, maar hielden in de moskee een tolerant verhaal. Khalid Yasin zei in zijn preek dat moslims niet zo moeten zeuren over het westen, ze krijgen hier alle kansen om iets te bereiken. Journalisten die de lezing bijwoonden, waren verbaasd. Was dit een ‘haatimam’?

Zo gaat het wel vaker. Op Youtube zijn van veel geleerden discutabele uitspraken te vinden. Antisemitische uitspraken bijvoorbeeld, als er gesproken wordt over het conflict tussen Palestina en Israël. Of imams die uitleg geven over hoe een overspelige vrouw of een afvallige moslim gewelddadig bestraft moet worden. Achteraf worden zulke uitspraken soms door de imam genuanceerd door te zeggen dat deze straffen alléén gelden in een islamitische staat, en niet in het Westen.

De invloed van dit soort oosterse salafisten is al groot sinds de jaren tachtig, zegt PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch. „De laatste tien jaar is hun invloed nog sterker geworden.”

Diverse salafistische centra in Nederland worden al jaren gefinancierd vanuit Saoedi-Arabië. Marcouch: „Wie betaalt, bepaalt.” Het land reikt de stichtingen lesmateriaal aan. Sjeiks worden overgevlogen om het wahabisme te verspreiden, de fundamentalistische staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië. Uit Amerikaans onderzoek van ruim tien jaar terug blijkt dat Saoedi-Arabië in twintig jaar 87 miljard dollar heeft uitgegeven aan het verspreiden van het wahabisme.

Nederland gaat ‘te naïef’ om met deze wahabisme-lobby, vindt het Haagse PvdA-gemeenteraadslid Abderrahim Kajouane. „De overheid moet de moslimgemeenschap helpen de weg af te snijden voor haatimams. Men is daar huiverig voor, vanwege de scheiding van kerk en staat. Maar we moeten de moslims helpen naar de verlichting.” Kajouane vindt dat er een ‘religieuze raad’ voor moslims moet komen in Nederland. Die raad zou moskeeën moeten gaan adviseren bij het aanstellen van imams.

Tot nu toe is het niet gelukt een sterke „Europese islam” te ontwikkelen als tegenwicht voor de islam uit het Midden-Oosten. Marokkaanse en Turkse migranten die naar Nederland kwamen, waren veelal ongeschoold. Daardoor is het religieuze kader van de moslimgemeenschap beperkt. Pogingen om Nederlandse imamopleidingen te starten zijn mislukt. Predikers van eigen bodem missen het geld en de pr-industrie, zegt Marcouch. „Kijk maar naar alle gelikte filmpjes en mooi gekafte boeken die vanuit het Midden-Oosten naar Nederland komen.”

Het Westen moet een liberale vorm van islam accepteren en steunen, vindt Van der Blom. „We hebben een mainstream islam nodig. De onwenselijke kanten moeten we erbij nemen en ter discussie stellen. Zolang we dat niet doen, blijven we aanmodderen. En dan blijven de gekken zich aandienen.”