Een ongekend lucratieve klus

Samenvoeging van computersystemen van diverse politiekorpsen dreigde mis te lopen. Minister Opstelten week af van de normale procedures en inkoopregels en trok bijna 2 miljoen euro uit voor twee consultants.

Dit is een van de documenten die deze krant verkreeg na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur.

Het was een moeizame vergadering, op 15 maart 2012. Aad Meijboom, oud-korpschef van Rotterdam en verantwoordelijk voor de automatisering bij de politie, zat tegenover zijn meerderen. Gerard Bouman, de baas van de Nationale Politie en topambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie Dick Schoof wilden van hem weten waarom het niet opschoot met het verbeteren van de computersystemen.

Speciaal voor de vergadering had Meijboom, die ook filosoof en kunstschilder is, een plaatje met stoplichten laten maken, zo staat het in een verslag van de bijeenkomst dat in handen is van deze krant. Dat moest inzichtelijk maken waar de lichten op groen, oranje en rood stonden.

Er stonden te veel lichten op rood. Het tempo lag te laag en er waren bureaucratische strubbelingen. „De plannen zijn goed genoeg om het eerste basiskamp op de berg te halen, waarbij de top nog in nevelen is gehuld” – zo staat het in het verslag.

De ernst van de situatie was kort daarvoor pas echt tot politietop en het ministerie doorgedrongen. Dat kwam door een ‘ongevraagd advies’ van de net opgerichte Review Board – een club zwaargewichten uit de IT-wereld, veelal uit het bedrijfsleven. Die hadden op 6 maart tegenover minister Opstelten van Veiligheid en Justitie hun „zorgen over de vertraagde voortgang” geuit.

Het samenvoegen van de computersystemen van de diverse politiekorpsen dreigde uit te lopen op een groot en kostbaar fiasco, aldus de adviseurs. Onder het advies stond onder meer de naam van ingenieur Jo van den Hanenberg, die eerder ICT-directeur was bij de Gasunie, DSM en de politie in Amsterdam.

Ruim een week na de moeizame presentatie van Aad Meijboom viel de naam van deze Jo van den Hanenberg opnieuw, maar nu in een geheel andere rol. Na het zeer kritische advies van de Review Board had de top van het ministerie vrijwel direct besloten Meijboom opzij te schuiven en „externe ondersteuning” in te huren, zo blijkt uit stukken die deze krant van het ministerie ontving, na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur.

Een snelle zoektocht leverden twee mannen op, die werkten via het Amsterdamse adviesbureau BoerCroon, hofleverancier van oud-politici en voormalig topambtenaren. Het bureau presenteerde de twee als toppers uit de IT-wereld die klaar stonden om „verantwoordelijk en aanspreekbaar, 24/7” het roer over te nemen.

De eerste was Pieter Cloo, VVD’er en voormalig topman van het UWV, en – aldus de offerte – „een zeer ervaren, stevige manager van complexe crises. Hij kent de publieke sector evenals de ICT-wereld en haar leveranciers goed”.

De tweede man had „een lange carrière achter de rug in het bedrijfsleven en recent ook binnen de overheid. Door zijn scherpe analytisch vermogen, state-of-the art kennis van zaken, zijn kalme en inhoudelijke stijl en zijn senioriteit is hij in staat snel rust te brengen in hectische situaties”.

Dat was Jo van den Hanenberg.

Minister Ivo Opstelten, want hij was het die volgens de interne stukken persoonlijk zijn fiat gaf, handelde in mei 2012 als altijd kordaat. Meijboom was al ontslagen, en nu moesten de contracten met Cloo en Van den Hanenberg geregeld worden.

De normale procedures en inkoopregels werden opzij gezet. De klus zou onderhands naar BoerCroon gaan, en het duo zou de Balkenende-norm voor beloning van topfunctionarissen in de publieke sector met een factor drie overschrijden. Maar dat was geen bezwaar voor de minister.

Zo konden Pieter Cloo en Jo van den Hanenberg zonder concurrentie een ongekend lucratieve klus binnenhalen. Dat gebeurde in een periode dat de overheid de topsalarissen en de inhuur van externen juist sterk versoberde.

Het was een noodsituatie, die drie tot zes maanden zou duren, en zonder deze twee waren de problemen niet op te lossen. Zo motiveerde het ministerie de afwijkende inhuur. Maar drie maanden werden er voor Van den Hanenberg uiteindelijk 24. En al die tijd maakte het ministerie 63.525 euro per maand aan „salariskosten” over aan BoerCroon. Over de twee jaar die hij werkte komt dat neer op zo’n 1,3 miljoen euro – vakanties werden niet doorbetaald.

Van den Hanenberg zegt in een reactie: „BoerCroon was opdrachtnemer. Ik kende de opbouw van de factuur niet. Ik heb daarnaar gevraagd en begrepen dat het bedrag een fixed price was op basis van projecten en projectresultaten en niet gerelateerd aan al dan niet gangbare tarieven.”

Al die kosten moesten uiteindelijk worden opgebracht door de Nationale Politie. Net als de dienstauto met chauffeur die Van den Hanenberg van het ministerie kreeg. Daarvoor moest de politie in die twee jaar nog eens 384.000 euro betalen, zo blijkt uit interne stukken.

Pieter Cloo werkte veel minder lang dan Van den Hanenberg voor de politie, en nam in november 2012 afscheid. Het was Ivo Opstelten die persoonlijk verantwoordelijk was voor het vertrek van deze consultant. Niet omdat hij hem weg wilde hebben, integendeel. Opstelten bood Cloo een baan aan als hoogste ambtenaar, secretaris-generaal (sg), op zijn ministerie van Veiligheid en Justitie.

Daarmee werd Cloo ambtelijk verantwoordelijk voor de belangrijke dossiers op het ministerie. Dus ook voor het besluit zijn ex-collega Jo van den Hanenberg nog anderhalf jaar lang als interimmer aan het werk te houden. En voor de beoordeling van het werk dat hij eerder samen met Van den Hanenberg deed.

Opstelten ijverde voor Cloo, zo meldden Haagse bronnen eerder aan deze krant. De consultant was de eerste sg op justitie sinds 1904 die niet uit de eigen ambtelijke organisatie afkomstig was. Opstelten wilde per se iemand van buiten het Haagse circuit, en een partijgenoot. Cloo is ook VVD’er.

Leverden Cloo en Van den Hanenberg als ICT-consultants waar voor hun geld? Volgens het ministerie wel, zegt een voorlichter. Er zijn minder verstoringen, de kwaliteit van de systemen is beter.

Toch kwam dezelfde Review Board in oktober 2014 weer met een kritisch rapport. Ja, er was progressie geboekt. Maar er waren ook zorgen. Over de „afstand en beperkte samenhang tussen de activiteiten op de werkvloer en de landelijke planvorming op het ICT-dossier”. Over „stagnaties in personeel, financieel en inhoudelijk opzicht”. De rapporteurs hadden het idee dat „de oorspronkelijke doelen en beoogde resultaten en planning niet volledig gerealiseerd kunnen worden”. Maar die conclusie konden ze niet met zekerheid trekken, want „de mijlpalenplanning die daar inzicht in zou moeten bieden, ontbreekt”.