Deuren als kattenluikjes

Bas van Putten maakt zich kwaad als hij zich in de Mini Cooper probeert te wurmen. Maar hij rijdt als een speer.

Foto Lars van den Brink

Vierdeurs auto’s, leert de wet van het gezonde verstand, worden uit praktische overwegingen gebouwd. De achterbank is voor passagiers immers beter toegankelijk via een eigen ingang. Vierdeurs auto’s zijn dan ook zeer in trek bij gezinsvaders, die de laagdrempeligheid van de formule van oudsher weten te waarderen!

Excuus, voor deze open deuren – de vierdeurs Mini slaat ze hardhandig dicht. Mini lanceert de deur als barricade, de deur als schijntoegang, zo klein dat een normaal mens in het gat blijft steken. Waarom? Om een verdedigingslinie te creëren tegen ongewenste gasten die Mini wegens te oud of te dik liever niet achter het stuur van haar levensstijlgevoelige producten ziet?

Ik vrees dat ik een van die gasten ben, het koekoeksei in glamourland: vijftig, volslank, versleten Volvohoofd. Bij het instappen voor en achter word ik voor mijn antimodieuze lijf bestraft met puur ontmoedigingsbeleid.

Een van de moeilijkste dingen die ik ooit gedaan heb, is op een winterdag met mijn oerdegelijke donsjas aan een vierdeurs Mini penetreren. Volwassenen komen onvermijdelijk klem te zitten tussen stuur en stoel. Vóór kan ik het leed verzachten door de bestuurdersstoel iets lager te zetten, waardoor tussen stuur en zitting net voldoende corridor ontstaat om pijnloos in de stoel te kunnen zakken. Achter kom ik alleen binnen door mij schoenlepelvormig verbogen tot de pijngrens ruggelings door de opening te persen en eenmaal binnen het uitgeputte lijf een kwartslag naar rechts te draaien tot het muur- en muurvast zit. Hoe ik er na de rit weer uit kom, is mijn zorg. Als ik Mini was, zou ik het alarmnummer voor de brandweer in de rugleuning graveren. De gelukkige bijkomstigheid is wel dat gordels overbodig zijn.

De oorzaak van dit merkwaardige probleem is natuurlijk dat een Mini nooit bedoeld was voor vier deuren. De nieuwe is dan wel veel groter dan de oer-Mini, het blijft een kleine auto, zo klein dat de fabriek de koets zestien centimeter moest verlengen om de extra toegangen te laten passen. Daardoor oogt dat leuke doosje nu als een onvolgroeide stretched limo. Niettemin moesten alle deuren zo dramatisch worden ingekort dat slechts de Zeven Dwergen me tendentieuze berichtgeving in de schoenen zullen schuiven. Waarom heeft dit autootje vier deuren? Waarom maakt iemand een deur waar ik met mijn wrakke oude lijf niet door kan, potverdomme?

Handtassen

Vanwege vrouwen, weet ik na overleg met vrouwen. Die bevestigen mijn theorie dat ze de achterbank primair voor handtassen en boodschappen benutten. De achterdeur mag het formaat hebben van een kattenluik, als ze maar onbeperkt hun troep naar binnen kunnen gooien. „Zo zijn wij nu eenmaal”, zei er een.

Mini’s argument dat de auto wordt gemaakt voor Mini-moeders die het merk trouw willen blijven, lijkt me doorgestoken kaart. Mini-kroost komt ook de tweedeurs versie heus wel in. Voor het te groot wordt, is de Mini-moeder in een volgend stadium van ongebreidelde welvaartsgroei allang verkast naar een Range Rover of BMW X5.

Dit gezegd hebbende: het is wonderbaarlijk dat de extra lengte en het extra gewicht van deze Mini geen negatief effect hebben op het fabuleuze rijgedrag dat mij als stuurman oude stijl weer veel meer op het lijf is geschreven dan het denslanke Minimeisje dat de harington wél op eigen kracht kan verlaten. Het is ijselijk hoe goed dit stuurt en hoe vermakelijk verhit de motor in de laagste versnellingen op het gaspedaal reageert. Terwijl ik niet eens de snelle Cooper S heb meegekregen maar de gewone Cooper-variant die in de Mini-hiërarchie traditioneel een trapje lager stond, en in het vorige model met zijn wat lauwe viercilinder net te weinig pep had om het leuk te maken. De nieuwe driecilinder turbomotor is met 136 pk zo kwiek dat je de S gerust kunt laten staan.

Moeder BMW heeft dus toch weer een huzarenstukje met dit speelgoedmerk geflikt. Je moet het er maar net voor over hebben. Dik 31.000 euro kost het puberding in zilverwit met zwarte lichtmetalen velgen en die gênante neonlichtring op het dashboard. Voor zoveel geld is weliswaar meer aantrekkelijks te koop, qua rijplezier kan weinig zich met dit belachelijke dwangbuis meten. Mini rijden is net een bank beroven. Het is even doorbijten, maar wie de kluisdeur heeft gekraakt, zit op rozen, en vlucht als een speer.