Dertien doden uit één dorp

Een groot deel van de groep christelijke gastarbeiders die in Libië werden onthoofd, kwam uit het Egyptische dorp El Our. Sommige Egyptenaren ontkwamen aan kidnappers door zich te verschuilen.

Een foto van de 23-jarige Girgis Samir, die werd ontvoerd. President Sisi beloofde nabestaanden een schadevergoeding. Foto APNariman El-Mofty

„Toen het nieuws zondag bekend werd kon je uit alle huizen geschreeuw horen”, zegt Abouna (priester) Makar Issa (40). Hij staat in de kerk in het arme, stoffige dorpje El Our in de provincie Minya in Opper-Egypte.

De twintig Egyptische kopten die vorige week in het Libische Sirte zijn onthoofd kwamen allemaal uit deze streek. Veertien hoorden bij de kerk, dertien komen uit dit dorp. Het 21ste slachtoffer van de onthoofding werd donderdag geïdentificeerd als Matthew Ayariga uit Ghana. Op het binnenplein is een groot spandoek opgehangen met foto’s van de slachtoffers.

Dagen rouw in het dorp

De rouw duurt normaal drie dagen, maar omdat zoveel mensen hun medeleven willen tonen is de kerk op donderdag opnieuw opengesteld. „Christenen en moslims van ver buiten Minya zijn hierheen gekomen. Ik heb zelfs salafisten gezien”, zegt Bashir Astafanus (32). Hij heeft niet één, maar twee broers verloren aan de Islamitische Staat. Broer Bishoy (25) was een jaar geleden naar Libië vertrokken op zoek naar werk. Zijn jongere broer Samuel(22) was hem tien maanden geleden achterna gereisd. „In Libië kan je in de bouw driemaal zoveel verdienen als hier, als je hier al een baan vindt.”

In El-Our wonen ongeveer zesduizend mensen. Van hen zijn er zo’n vijfhonderd naar Libië vertrokken.

In de provincie Minya komen veel spanningen voor tussen christenen en moslims. Al voor de opstand tegen president Mubarak in 2011 waren er geregeld incidenten. Na de coup die president Morsi van de Moslimbroederschap in 2013 van de macht beroofde, werden tal van kerken in brand gestoken. Maar als IS met de onthoofdingen verdeeldheid wilde zaaien tussen christenen en moslims, dan is dat mislukt, zegt priester Issa. „Het heeft ons juist nader tot elkaar gebracht.”

De christenen in Minya beschouwen de doden als martelaars voor hun geloof. Iedereen heeft de onthoofdingsvideo gezien. „Die video was heel belangrijk voor ons”, zegt Roumani Fayez (28), wiens 23-jarige broer Mina is gedood. „Daardoor weten we dat zij hun geloof niet verloochend hebben. Ze zijn christenen gebleven tot het laatste moment.” Fayez had zijn broer gevraagd om niet naar Libië te gaan: het was te gevaarlijk. „Maar hij had net zijn militaire dienst erop zitten. Hij wilde geld verdienen om een gezin te stichten. Dat kon hij hier niet.”

Ontsnapt aan IS

In het dorp zijn ook voorbeelden te vinden van van christenen die net zijn ontsnapt aan IS. Ishaq Makram (24) is samen met twaalf andere Egyptische gastarbeiders ontsnapt: „In Sirte woonden wij in twee huizen met elk vijftien kamers. In elk huis was er één kamer met christenen. Toen de kidnappers kwamen, hebben ze de moslims gedwongen op alle deuren te kloppen. Toen onze deur aan de beurt was, hebben we ons heel stil gehouden. Later hebben de moslims ons verteld dat ze de kidnappers hebben wijsgemaakt dat er maar één kamer met christenen was.”

Dat het om IS ging hebben ze pas later gehoord. „We wisten alleen dat het iets heel gevaarlijks was”, zegt Makram. Met de auto teruggaan naar Egypte was ook gevaarlijk: de kans bestond alsnog dat ze dan ontvoerd werden. Met drie auto’s – twee voor hen en een voor de spullen van de ontvoerden - rijden ze uiteindelijk toch twee dagen lang door de Libische woestijn tot ze de Egyptische grens bereiken.

De Libische chauffeurs deden dat niet uit liefdadigheid, zegt Makram. „We hebben elk 720 dinar (zo’n 500 euro) moeten betalen. En ze zeiden dat als we IS tegenkwamen, ze ons in de steek zouden laten.”

Er zijn geen precieze cijfers van het aantal Egyptenaren dat nog in Libië verblijft: Veel mensen steken illegaal de grens over. Halverwege 2014 noemde de Internationale Organisatie voor Migratie het aantal van 1,5 miljoen. Egypte spreekt over een evacuatie. Maar een tv-programma confronteerde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken deze week met een verontrustend gegeven: bij het bellen van dertig noodnummers voor Egyptenaren in Libië werd niet één telefoontje beantwoord.

Een zak rijst als troost

In El Our is weinig kritiek op de overheid. President Sisi heeft het dorp een nieuwe kerk beloofd, en een schadevergoeding van 200.000 pond (20.000 euro) per getroffen gezin. Ook de Egyptische luchtaanvallen op IS-doelwitten in Libië hebben „onze pijn verlicht”, zegt priester Issa.

Nu de onthoofding is uitgegroeid tot een nationale zaak, is het makkelijk te vergeten dat de ontvoerde kopten tot zondag helemaal geen prioriteit waren in Egypte.

Makram en anderen zijn wel verschillende keren naar Kairo gegaan om de regering tot actie aan te sporen. „Ze hebben ons gezegd dat dit een zaak van nationale veiligheid was, dat wij er ons niet mee hadden te moeien”, zegt Makram terwijl omstanders hem proberen te sussen.

De compensatie van 200.000 pond zal Makram pas geloven wanneer hij die ziet. „Toen de Egyptenaren in 2011 uit Libië moesten vluchten hebben ze ons banen beloofd. We hebben een zak rijst en een zak aardappelen gekregen.”