De tribune vol kooivechters en racisten

Ajax won donderdag voor eigen publiek in de Arena van Legia Warschau. Zonder Poolse fans. Volgende week in Polen is het stadion zelfs helemaal leeg. Het is de zoveelste straf van de UEFA voor de beruchte fans.

Uit woede over de diskwalificatie van Legia na het duel tegen Celtic maakten de fans een gigantisch spandoek met het logo van de UEFA en een varken erin. Foto Bartlomiej Zborowski/EPA

Buitenlanders die een wedstrijd in Warschau bijwonen, reageren verbaasd: hoe houden de fans het vol? Een wedstrijd lang maken ze lawaai. Als ze geen liederen zingen, scanderen ze teksten, voorgegaan door een leider met een megafoon.

Clubliefde. Dat is het antwoord van de fanatieke aanhang van Legia Warschau, dat donderdag in eigen stadion een 0-1 verlies tegen Ajax probeert goed te maken. Vast, maar wat ook meespeelt is de matige consumptie van alcohol. De harde kern van Legiasupporters houdt van sportschool en vechten. Dat verhoudt zich slecht tot drinken. Ze hebben het postuur van een bodybuilder en menig Pools legioen heeft een eigen team in het zogenoemde ‘Team Fighting Championship’, een soort kooivechten voor vijftallen.

Voor de clubleiding is dat vechten een probleem. Het zorgt voor hoge boetes, opgelegd door de Europese voetbalbond UEFA. Daar komt straf bij voor het uiten van een extreemrechtse politieke voorkeur. Zo moet de returnwedstrijd tegen Ajax zonder publiek worden gespeeld omdat Legiafans in Lokeren fakkels afstaken, schade in de stad aanrichtten, maar ook omdat ze de doelman racistische verwensingen naar het hoofd slingerden. De boete: 108.000 euro, niet gering voor een club wiens duurste speler 300.000 euro jaarlijks verdient.

Ajax mag blij zijn met een leeg stadion. Want behalve racistisch en vechtlustig zijn Legiafans goed in het creëren van „een geweldige sfeer”, zoals journalist én fan Jacek Ciesnowski het noemt. Hij laat foto’s zien van gigantische spandoeken. En af en toe een mozaïek, gemaakt door platen die iedereen boven het hoofd houdt. Ze zijn groter dan één supportersvak en de fans werken er dagenlang aan.

Een fraaie is een verwijzing naar de nagenoeg complete verwoesting van de stad in 1944, door Duitse soldaten. Ze deden dat in reactie op een gewapende opstand. De tekst: „Warschau, de stad die z’n eigen dood overleefde”.

Een ander lijkt onschuldig, maar leverde de club een boete op van 80.000 euro. De fans hielden hem afgelopen zomer omhoog, nadat de UEFA de club reglementair had laten verliezen, met 3-0. Over twee duels was het 6-1 voor Legia geworden, maar omdat achteraf bleek dat de Poolse club een geschorste speler had laten invallen ging de wedstrijd verloren. Niet Legia ging verder in het toernooi, maar Celtic. Beroepsprocedures, brieven naar de Celticleiding; niets haalde iets uit. Fans waren woest. Ze schilderden het logo van de UEFA met een varken erin. Daaronder de tekst: „Because Football Doesn't Matter, Money Does.”

De clubleiding had de boete kunnen voorkomen, want het wist van het spandoek. „Fans overleggen altijd met de club welk spandoek ze maken”, zegt Pawel Wilkowicz, een bekende sportjournalist. „Maar ze waren verenigd in hun woede.”

De straf bevestigde het gevoel dat de groten van het voetbal alles mogen en zij niets. Clubs als Real of Manchester overtreden volgens de fans nagenoeg ongestraft de financiële spelregels van de UEFA. Legia zou daarentegen uit de Champions League verdwijnen door een bureaucratische kleinigheid.

Het conflict zorgde voor iets ongewoons: sympathie voor Legia, ook in het buitenland. In sociale media gebruikten duizenden de door de club geïnitieerde protestslogan #LetFootballWin. Toen een paar maanden later de straf volgde op de wedstrijd in Lokeren, kwam er zelfs steun van de aartsvijand, de organisatie Nigdy Wiecej, ofwel ‘nooit weer’. Deze organisatie wil racisme uit de Poolse samenleving bannen en meldt extreemrechtse en antisemitische spreekkoren en spandoeken bij voetbalbonden als de UEFA. Zoals een spandoek, kleiner dan het varken, met een witgepuntmutste Klu Klux Klan-man. De straf voor de apengeluiden vond de organisatie buiten proportie.

De clubleiding zette deze onverwachte steunbetuiging direct op de site. Maar daar bleek de harde kern niet van gediend. Op fansites liet het weten dat Legia nooit „een podium” mag zijn „voor linkse propaganda”.

Het laat zien hoe diep de politieke affiliatie van het legioen met extreemrechts zit. Dat blijkt jaarlijks ook op onafhankelijkheidsdag, wanneer Legiafans met nationalistische groepen meelopen in een mars door de stad, al rellend tegen ME bij kantoren van mensenrechten-NGO’s, bij de Russische ambassade en linkse organisaties. Twee jaar geleden wisten ze zelfs een metersgroot kunstwerk in brand te steken, een regenboog van plastic bloemen. Volgens de fans ‘viert’ de regenboog homoseksualiteit, travestie en diversiteit in het algemeen.

Hun politieke affiliatie maakt wangedrag ook voorspelbaar. Zo gaat het bijna altijd mis als Legia speelt in steden die voor de Tweede Wereldoorlog Pools waren. Zoals Vilnius in Litouwen, voorheen Wilno. Na rellen rond een wedstrijd te Vilnius in 2007 mocht Legia zelfs een jaar lang geen Europese wedstrijd meer spelen. Lviv in Oekraïne is ook zo’n stad. In dit voorheen Poolse Lwów wilde de UEFA afgelopen oktober een wedstrijd laten spelen tussen Legia en Metalist Charkov, dat door de oorlog in Oekraïne niet in eigen stadion kon spelen.

Het was uiteindelijk dankzij een fanatieke vrouwelijke fan dat de UEFA afzag van het plan. De fan, Anna Dyner, is specialist internationale politiek, ze werkt voor de denktank PISM en stelde, speciaal voor Legia, een rapport op dat de historisch-politieke redenen uiteenzet waarom een wedstrijd van Legio in Lviv een slecht idee zou zijn. „De UEFA zou de problemen over zichzelf hebben afgeroepen”, zegt Dyner desgevraagd.

Wie in het stadion kan verstaan wat de fans zingen, begrijpt dat de club nog een lange weg te gaan heeft voor het zonder boetes zal spelen. Tegelijk: wie het niét kan verstaan, bewondert zoveel onvermoeibare steun voor de eigen elf. Niet één of twee supportersvakken, maar een hele zijde van het stadion brult de ploeg naar voren.

Even was dat anders, toen de eigenaren van de club de strijd met de harde kern waren aangegaan. Het leidde tot een maandenlange boycot van de fans en een doodse sfeer. De nieuwe eigenaren, die de club een jaar geleden hebben overgenomen, tappen uit een ander vaatje: zo heeft de president gezegd voor het gebruik van fakkels te zijn, die verboden zijn door de UEFA. De prijs voor die ambivalente houding: het aantal incidenten en boetes neemt sinds een jaar weer toe.

Fans willen niet lang praten over de teksten die van de tribune afkomen. Over de liederen praat iedereen juist graag. Ciesnowksi zingt de Legiahymne na, een lofzang op de stad met titel ‘Sen o Warszawie’. De tekst is van de bekendste Poolse volkszanger, Czeslaw Niemen, die zijn grootste successen vierde in de jaren zestig. Een strofe: „Ooit zal ik de tijd stil zetten / en als een vogel op zijn vleugels / vlieg ik krachtig / naar de plaats waar mijn dromen zijn”.

En of ik toch ook nog even dit wil zien. Op een foto is een Jezusportret van minstens twintig meter hoog te zien en veertig meter breed, in de lucht gehouden door fans in het stadion. De tekst: „God redt de fanatici”.