De tred, de kaaklijnen, zijn schot

Junior, laat dat duidelijk zijn. De jonge Kees Akerboom, niet zijn vader, de basketballer met het dodelijk schot en 182 interlands achter zijn naam. Zover is Kees junior (31) nog niet. Oké, wel met dat schot, daarin is hij zijns vader gelijke, maar in het Nederlands team haalt hij met 77 caps niet de helft van pa zijn score.

Maar je bent een Akerboom, of niet. Zie junior, zie dat slungelachtige lichaam, waar zoveel gevoel in zit. Alsof Akerboom senior niet de coïterende weg heeft gevolgd, maar simpelweg een kopie van zichzelf heeft achtergelaten. Zie die gelijke kaaklijnen, zie die tred in het veld, maar zie vooral dat schot, dat meesterlijke schot. Een Akerboom ten voeten uit. Senior zei weinig, maar tegen junior sprak hij ooit de wijze woorden: ‘Jongen, je bent goed in schieten. Ontwikkel dat, want om spelers die er twintig per wedstrijd ingooien kan geen trainer heen.’

Wie was junior dan wel om die raad van ’s lands beste basketballer te negeren. Hij oefende in Rosmalen, in Nijmegen, in Groningen en nu al weer jaren in Den Bosch, waar fans hem ooit toezongen: ‘Oh Akerboom, oh Akerboom, wat zijn uw schoten wonderschoon.’

Rijp voor de Amerikaanse competitie, zult u zeggen. Ach, daarvoor is Akerboom te sterk geworteld. Geef hem maar die Heerlijk Heldere Hollandse klei, waaruit die ‘kleine’ van 2 meter zo nu en dan opspringt om een loepzuiver schot af te leveren.

Kan het mooier? Nee toch.