De mist van de oorlog

Wat is het Minsk-akkoord eigenlijk waard? En wat wil Rusland uiteindelijk in Oekraïne? Geen hond die het weet, schrijft Juurd Eijsvoogel.

Foto Vasily Maximov/AFP

In heel Europa vroegen mensen zich zondagochtend nog af of het staakt-het-vuren in Oekraïne zou worden nageleefd, maar luitenant Joeri Brecharia wist toen al genoeg. De verschansing die hij met zijn mannen had opgeworpen buiten het stadje Debaltseve werd om negen uur ’s ochtends al zwaar bestookt met raketten en mortiergranaten. Zo hevig had hij het nog niet meegemaakt, vertelde hij drie dagen later aan een journalist van The Wall Street Journal.

Al sinds half december lag deze 37-jarige financieel analist, die afgelopen zomer was opgeroepen door het Oekraïense leger, met zijn manschappen in een weiland bij Debaltseve. Ze kwamen wel af en toe onder vuur van de separatisten, maar pas eind januari werden het opeens gerichte aanvallen. Duidelijk het werk van professionele militairen, volgens de luitenant. Rússische militairen.

Voor de verwarrende situatie op slagvelden wordt vaak de term the fog of war gebruikt, het oorspronkelijk door Von Clausewitz gemunte begrip Nebel des Krieges. Maar hoewel er afgelopen week over de besneeuwde velden in het oosten van Oekraïne een echte, lugubere mist hing, was er minder verwarring over de militaire stand van zaken dan over de diplomatieke manoeuvres en de politieke mogelijkheden die er nog waren.

Wat had zich precies afgespeeld in Minsk, waar de presidenten Poetin, Porosjenko en Hollande en kanselier Merkel in de nacht van 11 op 12 februari urenlang hadden onderhandeld? Wat was het akkoord dat ze sloten waard? Was het een overwinning voor Poetin? Wat zou er gebeuren als het staakt-het-vuren werd geschonden? En was er heimelijk ook al iets afgesproken over Debaltseve, dat grotendeels omsingeld was door de pro-Russische rebellen?

Weet Poetin zélf wel waar hij op uit is?

Ook over de grotere strategische vragen hangt voor westerse politici al bijna een jaar een dichte mist. Wat is het uiteindelijke doel van de Russische interventie in Oekraïne? Langdurige destabilisering van het land? Annexatie van nog meer dan alleen de Krim? Een pro-Moskou-regering in Kiev zien te krijgen? De machtspositie in eigen land versterken? Weet Poetin zélf eigenlijk wel waar hij op uit is en hoe ver hij wil gaan? Kan hij afgeschrikt worden van verdere avonturen, en zo ja, hoe? Geen hond die het weet.

Daarbij vergeleken had luitenant Brecharia een heldere kijk op zijn situatie. Die werd deze week in hoog tempo hopeloos. In hun loopgraven was hij met zijn mannen een makkelijk doelwit voor het zware geschut van de vijand. Hun munitie raakte op. En toen de aanvallen na het ingaan van het bestand alleen maar heviger werden, was na twee dagen duidelijk dat ze snel onder de voet zouden worden gelopen: blijven, zei hij, betekende sneuvelen of gevangengenomen worden. In de nacht van dinsdag op woensdag verlieten Brecharia en zijn vijftig manschappen Debaltseve, over de bevroren velden, voorzichtig om niet opgemerkt te worden door controleposten of drones van de separatisten. Ongedeerd kwamen ze ’s morgens vroeg aan bij een Oekraïense legerpost.

De meeste andere Oekraïense militairen uit Debaltseve vertrokken in een konvooi, dat zwaar beschoten werd. Er vielen zeker dertien doden en een deel van de ontredderde troepen arriveerde gewond, soms te voet, aan de Oekraïense kant van het front.

Oekraïne moet de militaire realiteit erkennen, zei Poetin deze week. Die realiteit is dat Rusland zich niet aan afspraken houdt en de rebellen altijd zo veel steun kan geven dat het krakkemikkige Oekraïense leger geheid het onderspit delft. Dat bleek in Debaltseve, het kan de komende tijd in nog meer plaatsen worden aangetoond. Het Westen veroordeelt de schending van het akkoord van Minsk in scherpe woorden – en kijkt handenwringend toe.