‘De landen waarmee Nederland handelt zijn veranderd’

Dat zei Kamerlid Tunahan Kuzu in Jinek

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Op de basisschool en het voortgezet onderwijs moeten leerlingen de mogelijkheid krijgen om Chinees, Arabisch of Turks te leren. Althans, dat vinden de voormalige PvdA-Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, die twee weken terug een nieuwe fractie oprichtten.

Kuzu lichtte het standpunt toe in de talkshow van Eva Jinek. Het is volgens Kuzu belangrijk om ook Chinees, Arabisch en Turks te kunnen spreken, want: „de landen waarmee Nederland handelt zijn veranderd.” Het laatste gaan we checken.

En, klopt het?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft cijfers over hoeveel geld er in de im- en export van goederen naar bepaalde landen omgaat. Als we deze bedragen bij elkaar optellen, krijgen we het bedrag dat met de totale handel gemoeid is.

Het grootste deel van de Nederlandse internationale handel vindt plaats binnen de EU. „Wij handelen het liefste met onze buren omdat ze dichtbij zijn, en omdat we hun gewoontes kennen”, verklaart Steven Brakman, hoogleraar Internationale Economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Onze traditionele handelspartners, Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Konkinkrijk zijn daarom het belangrijkste.”

Maar het aandeel van de handel met Europese landen is wel steevast elk jaar iets afgenomen: in 1996 ging het om bijna 72 procent, in 2014 was het nog ruim 63 procent. Als we wat minder zijn gaan handelen binnen Europa, met wie handelen we dan meer?

Nederland handelt inderdaad meer met China. In 1996 was de handel met dat and nog goed voor zo’n 0,9 procent van de totale Nederlandse handel. In 2014 is dat opgelopen tot 5,4 procent. Voornamelijk de import uit China groeide fors: die omvat nu bijna 10 procent van de totale Nederlandse import.

Als we een ranglijst maken van de landen waarmee Nederland het meest handelt, zien we dat China een flinke sprong heeft gemaakt, van de laagste regionen naar de subtop. China staat nog onder onze buurlanden en de Verenigde Staten, maar boven landen als Italië en Spanje.

De CBS-cijfers gaan bovendien over de traditionele im- en exportcijfers, vertelt econoom Brakman. China wordt nog belangrijker als je als je naar andere cijfers kijkt: die van de 'toegevoegde waarde'. China importeert onderdelen en schroeft daar vervolgens een product van in elkaar. Dat product is meer waard dan de losse onderdelen. Op basis van die cijfers komt China nog wat dichter in de buurt van onze traditionele handelspartners.

Kuzu stelt daarnaast specifiek Arabische landen. De cijfers over deze landen zijn in de laatste jaren niet compleet, maar als we de trend doortrekken handelt Nederland verhoudingsgewijs ook iets meer met deze landen: in 1996 is het aandeel van de handel met Arabische landen ruim 2,5 procent, in 2014 zou dat zo’n 4 procent zijn. De cijfers schommelen de laatste jaren flink, maar de Arabische landen zijn – als één blok – op de ranglijst inmiddels ook Spanje en Italië voorbij.

Het aandeel van Turkije - dat Kuzu ook noemde - groeide weliswaar van 0,6 procent naar 0,9 procent, maar het land staat in de ranglijst nog altijd aan de onderkant. Wel wordt er meer handel gedreven met Rusland (van 0,9 procent in 1996 naar 3,1 procent in 2014).

Conclusie

De meeste zaken doet Nederland nog steeds met de traditionele handelspartnes. Maar Nederland is fors meer zaken gaan doen met China. Ook met de Rusland en de Arabische landen – gerekend als één blok – drijven we tegenwoordig meer handel dan met westerse landen als Spanje en Italië. Alles overziende beoordelen we de uitspraak als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt