De bom onder Nigeria

Het geweld van Boko Haram heeft in Nigeria al geleid tot uitstel van de verkiezingen. Dreigt nu ook een scheuring tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden? Bram Vermeulen reist langs de breuklijn van Nigeria.

foto MARLE / AFP

De jongen die Amos Aibal het leven redde heet Abubakar Ismail. Hij was jarenlang zijn leerling geweest. Amos Aibal is een christen en doceert Engels in Shaffa, een dorp in het zuiden van de Nigeriaanse deelstaat Borno, op het drielandenpunt met Tsjaad en Kameroen. Hij herinnert zich Abubakar Ismail als een mager jong met jeugdpuistjes. Een leerling met zoveel problemen thuis dat de onderwijzer hem een tijdje in huis nam en onderhield.

Abubakar wijdde daarna zijn leven aan zijn geloof, een ander geloof dan dat van zijn leraar. Hij werd imam en de gedroomde rekruut voor de islamitische terreurbeweging die bekend staat als Boko Haram, grof vertaald ‘westers onderwijs is een zonde’.

Vlak na de zomer stond Abubakar plots voor de deur. Het was vroeg in de ochtend, zijn voormalige onderwijzer zou net naar school vertrekken. Abubakar klonk gehaast. „We komen je vermoorden. Maak dat je wegkomt.” In de gekte die over het noordoosten van het land trekt, was het een schaars moment van medemenselijkheid.

Amos Aibal vluchtte met zijn familie de heuvels in, voorbij het veld waar hij zijn bonen plant. De strijders die zijn dorp binnenvielen omschrijft hij als „kinderen, soms zo jong dat de lopen van hun machinegeweren over de grond schraapten”. Ze brandden de huizen van Shaffa een voor een af. Ook de kerken werden met de grond gelijk gemaakt. Dorpelingen die niet op tijd gewaarschuwd waren, werd gevraagd een vers uit de koran te reciteren. Wie dat niet kon, kreeg een keuze. Bekeren tot de islam, of de dood. Er vielen twintig doden in drie uur tijd.

Boko Haram saboteert de verkiezingen

In Nigeria gaat vrijwel geen dag voorbij zonder een nieuwe slag van Boko Haram. Verrassingsaanvallen zoals in Shaffa, hit and run, teisteren niet langer alleen de drie noordoostelijke deelstaten, op zich al een gebied zo groot als België. Ook de buurlanden Tsjaad, Kameroen en Niger worden het moeras van geweld in getrokken.

De leider van de beweging, Abubakar Shekau, verwoordde afgelopen dinsdag het doel van die terreur: het saboteren van de presidentsverkiezingen, die afgelopen zaterdag hadden moeten plaatsvinden maar zes weken werden uitgesteld. Door de moordpartijen van Boko Haram zouden de Nigeriaanse autoriteiten de veiligheid van de kiezers in het noordoosten niet kunnen garanderen. „Deze verkiezingen zullen niet plaatsvinden, zelfs als we dood zijn. Zelfs als we niet langer leven, zal Allah nooit toestaan dat ze doorgaan”, sprak de leider in een video die via Twitter werd verspreid.

Begonnen als een opstand van islamitische dorpelingen uit het noorden tegen de corruptie van de seculiere staat, droomt Boko Haram nu hardop over zijn eigen kalifaat. Deze week doken berichten op over contacten met de terreurbeweging Islamitische Staat, die sinds zijn aanwezigheid in Libië verraderlijk dichtbij is.

Moslims als tweederangsburgers

„Religie verdeelt Nigeria”, zegt Amos Aibal. Hij woont nu met honderden andere vluchtelingen in een voormalig studentenhuis in de centraal gelegen stad Jos. In een klaslokaal wordt de dominante taal van het noorden van Nigeria, Hausa, gedoceerd aan de meisjes uit zijn dorp. Terugkeer naar Shaffa, waar moslims en christenen eeuwenlang naast elkaar leefden, lijkt Amos Aibal niet mogelijk. Waar hij nu woont, wonen alleen christenen. De moslims zijn elders ondergebracht. Het dorp van zijn herinnering bestaat niet meer.

Kunnen de strijders van Boko Haram dit land van twee religies en 450 verschillende bevolkingsgroepen splijten? Is hun terreurcampagne de bom onder deze koloniale creatie die in 1960 onafhankelijk werd? Er zijn al 13.000 doden gevallen, en volgens de laatste schatting zijn drie miljoen mensen op de vlucht geslagen. Is Boko Haram het grootste obstakel voor de Nigeriaanse democratie?

Als deze dreiging ergens voelbaar zou moeten zijn dan is het in de stad Jos, gelegen op de breuklijn. Ten noorden van Jos ligt het deel van Nigeria dat overwegend islamitisch is. In het zuiden wonen vooral christenen. Jos is de microkosmos van dit land: 60 procent van de bevolking is christen, 40 procent moslim. De stad was jarenlang het toneel van een bloedige strijd tussen moslims en christenen. Ook al wonen er al bijna tweehonderd jaar moslims, ze worden door de autochtone christenen nog altijd als tweederangs plattelanders gezien. Als Boko Haram ergens de lont kan ontsteken, dan is het wel op de stoep van deze poort naar het noorden.

Bij religieuze rellen in 2001 kwamen hier naar schatting duizend mensen om. In 2008 kwamen nog eens honderden christenen en moslims om het leven bij aanslagen op wijken, kerken en moskeeën. Sinds Boko Haram in 2009 begon met zijn gewelddadige campagne tegen de seculiere staat, is Jos een favoriet doelwit van de terreurgroep.

„Ze willen oude wonden openrijten”, zegt Sadeeq Musa Hong. In zijn oude Honda zigzagt hij langs de wegversperringen van het leger in het centrum van de stad. Zijn rit voert langs de littekens die Boko Haram heeft achtergelaten. In mei ontplofte een autobom op de drukste markt van de stad: Terminus. Het motorblok sloeg een vierkante krater in het wegdek. „Ze kozen het drukste moment van de week”, zegt Musa Hong verbeten. Hij is voormalig journalist en werkt nu als bemiddelaar tussen de christelijke en de moslimgemeenschap. Bij de eerste ontploffing vielen meer dan vijftig doden. De bezoekers van de markt stoven uiteen. Reddingswerkers en politie arriveerden. Precies dertig minuten later ontplofte de tweede bom: nog eens zeventig doden. Was getekend: Boko Haram.

Abubakar Mohammed bewoont het conciërgehuisje bij de poort van het recreatiecentrum van Jos. Hier parkeerde een maand na de dubbele bom op de Terminusmarkt een man een Honda Odyssee aan de andere kant van de muur. „Hij bleef maar aandringen dat hij binnen, achter het hek wilde parkeren.” Binnen werd op een groot voetbalscherm de finale van de Champions League getoond. Real Madrid tegen Atlético Madrid had meer dan duizend jongeren naar het recreatiecentrum getrokken, moslims en christenen. „Hij sprak met een accent van iemand uit Tsjaad”, zegt Mohammed. Aan de garagehouder aan de overkant had de man eerder verteld dat hij die dag 5 miljoen naira (25.000 euro) zou verdienen. Aan die opschepperij had de garagehouder weinig aandacht besteed, tot de bom ontplofte. Omdat de poort voor de bestuurder gesloten was gebleven, kwamen alleen de terrorist en de portier om het leven. „Kijk”, Mohammed wijst naar een goot aan de overkant, „daar vond ik zijn ribbenkast”.

Geen wraakaanvallen

Het was niet het enige wonder dat gebeurde in Jos. Na de bomaanslagen bleven de interreligieuze rellen van voorheen uit. Ook na de laatste bom, op 12 december (31 doden), volgden geen wraakaanvallen van christenen op moslims. „Boko Haram kan ons niet verdelen”, zegt Mohammed. „Wie denken ze wel dat ze zijn. Ze doden moslims en christenen. We zijn allemaal Nigerianen. Alleen God kan ons verdelen.”

Voormalige militieleiders van Jos beamen dat. Ze zijn omgeschoold tot buurtwachten. „Bij iedere bom roepen we de leiders in de buurt bijeen om de kalmte te bewaren”, zegt Yussuf Maren, een beruchte christelijke militieleider, in 2001 betrokken bij grootschalige wraakacties tegen moslims. Hij is nog steeds de spierbundel van vroeger, maar ouder en wijzer, zegt hij. „We tolereren geen geweld meer in Jos.”

Jos is een verdeelde stad. Barricades scheiden de christelijke wijken in het zuiden van de moslimwijken in het noorden. Maar aan beide kanten van de wegversperringen heerst de overtuiging dat Boko Haram een instrument is van de Nigeriaanse politiek.

In de oude moskee aan de overkant van de Terminusmarkt haalt Umar Faruk Musa zijn iPad te voorschijn. Hij is de woordvoerder van de koepel van Nigeriaanse moslimorganisaties. Hij laat een elf jaar oude foto zien met drie mannen die elkaar lachend omarmen. In het midden Mohammed Yusuf, de inmiddels gesneuvelde leider van Boko Haram. Links Asari Dokubo, leider van de militanten in de Nigerdelta, thuisbasis van zittend president Goodluck Jonathan. En rechts pastoor Ayo Oritsejafor, die de christen Jonathan onomwonden steunt in zijn verkiezingscampagne tegen Muhammadu Buhari, de moslimkandidaat uit het noorden. „Boko Haram gaat over politiek: Boko Haram moet het land onbestuurbaar maken, zodat de regering van Goodluck Jonathan het slachtoffer lijkt. Iedereen weet dat hij niet populair is in het noorden en grote delen van het westen. Hij gaat deze verkiezingen verliezen. Boko Haram moet hem redden.”

President Jonathan heeft de islam nooit de schuld gegeven van de aanslagen. „Dat zou politieke zelfmoord zijn”, zegt Akin Osuntokun, een van zijn politiek adviseurs. „Geen politicus is bereid de islam te demoniseren. Moslims en christenen trouwen in dit land met elkaar. De gemeenschappen zijn te veel met elkaar verweven.” Maar president Jonathan profileert zich wel als christelijk leider. Hij leidde 30.000 christenen op pelgrimage naar Israël. Hij ging vaker naar Israël (zes maal) dan naar de door Boko Haram belegerde deelstaat Borno (twee maal). De verdwijning van de 250 schoolmeisjes uit Chibok, die wereldwijd de aandacht trok, ontkende hij aanvankelijk.

Voormalig journalist Sadeeq Hong grijnst als de kiescommissie bekendmaakt de verkiezingen zes weken te moeten uitstellen. „Het gaat alleen nog maar over Boko Haram en kiezers die niet kunnen stemmen in het gebied waaruit ze verjaagd zijn. Over de corruptie en het wanbestuur van deze regering spreekt niemand.” Het nieuws over 17,5 miljard euro aan verdwenen olie-inkomsten verdronk in de berichten over de oprukkende strijders van Boko Haram. Na het probleem zes jaar te hebben genegeerd, belooft de regering nu in zes weken hun kampen met de grond gelijk te maken. Sadeeq Musa Hong citeert Shakespeare. „In liefde en oorlog is alles geoorloofd.”

De volgende ochtend schuift een jonge soldaat aan bij een tafel in een restaurant in het centrum van Jos. Hij was gelegerd in Maiduguri, een stad in het verre noordoosten die is omsingeld door Boko Haram. Ik moet hem beloven zijn naam niet op te schrijven. „Mijn bataljon zou 1.000 soldaten groot moeten zijn. Maar we zijn met niet meer dan 250. Wij soldaten leven op één maaltijd per dag. Ik zag hoe Boko Haram werd bevoorraad door helikopters. Nigeriaanse helikopters. Maar we mochten er niet op schieten. Vind je het gek dat zoveel soldaten hun uniformen afwerpen als Boko Haram in aantocht is? Als de regering dit probleem echt wil oplossen, dan had ze dat al lang kunnen doen.”

Beweging van onwetenden

Vanuit Jos rijden we verder naar het noorden. Dit is de weg naar de woestijnstad Kano, aan de grens met Niger: het hart van Nigeria’s islamitisch conservatisme. Als de ideeën van Boko Haram ergens zouden moeten aanslaan, is het hier wel. De weg scheert langs het gebied waar Boko Haram actief is. Bij iedere nederzetting heeft het Nigeriaanse leger barricades opgeworpen van zandzakken, autobanden, rotsblokken, takken, oude koelkasten. „Heb je niks voor ons”, vraagt een van de soldaten bij een wegversperring gemaakt van boomstronken. Hij steekt zijn hand door het raam. Dat is geen corruptie. Zo verdient een soldaat hier zijn salaris.

Langs de kant van de weg wapperen dorp na dorp de vlaggen van de APC, de partij van oppositiekandidaat generaal Muhammadu Buhari. „We zullen Boko Haram verslaan”, belooft hij op billboards. De generaal regeerde Nigeria al eens. In 1984 en 1985 voerde hij als legerleider een schrikbewind tegen corruptie en het gebrek aan discipline. Die agenda bezorgt hem veel steun.

Kano noemt zich „centre of commerce”. Moslims uit het noorden vormden lange tijd de politieke elite van Nigeria. Voor de komst van olie werd hier het grote geld verdiend. Zakenlieden uit Kano staan nog altijd aan het hoofd van veel bedrijven in het zuiden. Maar sinds het einde van de militaire junta’s en de komst van civiele democratie in 1999 voelen de noordelingen zich politiek buitenspel staan.

In Kano werd in 2000 de shariawetgeving ingevoerd. Boko Haram bestond niet eens. In negen noordelijke deelstaten bestaat de islamitische wetgeving nu naast die van de seculiere staat. Bedelen is in Kano verboden. Van dieven worden, chirurgisch, de handen afgesneden. Alcohol is verboden, ook in de hotels. Deze maand werden twaalf mannen gearresteerd, op „verdenking van het plannen van een homohuwelijk”.

Maar hoe streng in de leer Kano ook is, van Boko Haram moet deze stad van drie miljoen inwoners niets weten, verzekert directeur-generaal Alhaji Abba Sufi van de Shariacommissie. „Boko Haram is een beweging van onwetenden. Wij zijn geleerde moslims. Er is nog nooit iemand uit deze stad een rekruut van Boko Haram gebleken.”

Eind november kwamen in Kano tweehonderd moslims om het leven toen Boko Haram een driedubbele bom liet afgaan tijdens het vrijdaggebed in de Centrale Moskee. Het is de moskee waar de emir van Kano, Lamido Sanusi, normaal gaat bidden. Twee weken eerder had de emir alle gelovigen opgeroepen de wapens op te nemen tegen Boko Haram. „Ze vallen ons aan in onze moskeeën. Boko Haram doodt terwijl we bidden. Hoe kunnen ze ons land ooit verdelen?” zegt de directeur-generaal van de shariacommissie, Abba Suffi.

Wat Nigeria bijeenhoudt, is geld

Het is niet de eerste keer dat een radicale islamitische groepering de kop opsteekt in het noorden van Nigeria. Begin jaren tachtig trokken extremisten die zich de Maitatsines noemden de aandacht van de arme stedelingen. Het leger vermoordde de leider en vernietigde zijn beweging. Maar de voedingsbodem is niet verdwenen. De ooit krachtige textielindustrie in Kano is ten onder gegaan aan concurrentie uit China. In de stad bespringen jonge kinderen de files langs de gloednieuwe fly-overs. Dit zijn straks de nieuwe almajari, de werkloze jongeren onder wie Boko Haram zijn rekruten vindt. Ook de huidige leider van Boko Haram, Abubakar Shekau, stamt uit die noordelijke onderklasse.

In de staat Borno gaat minder dan eenderde van de kinderen naar school. Seculier onderwijs wordt geassocieerd met de Britse kolonisten en hun missiescholen. Of anders wel met de westerse levensstijl van de corrupte elite die zich veelal overzees liet scholen. „Alleen onderwijs kan de jeugd redden van extremisme”, zegt de directeur van de shariacommissie.

Wat Nigeria bijeenhoudt, is geld. Machtige zakenmannen uit het noorden verdienen hun geld in het zuiden en andersom. Ga tijdens de lunchpauze kijken bij de grote bedrijven in Lagos, waar moslims in kaftan de maaltijd delen met christelijke collega’s. „De opdeling van Nigeria is voor ons onbespreekbaar”, zegt Ali Madugu, directeur van voedseldistributeur Dala Foods, die in heel Nigeria verkoopt. „Wat politici ons ook vertellen, we hebben elkaar nodig om te overleven.”

En Boko Haram? „Dat is slechts een tijdelijk probleem. Na de verkiezingen is het allemaal voorbij.” Als die – insjallah – ooit worden gehouden. <<