Athene moet op veel punten bakzeil halen

Na de vele dreigementen over en weer illustreert het akkoord van de eurolanden met Athene het groeiende vertrouwen.

Twee dagen geleden leek het ondoenlijk, gisteren gebeurde het toch: een doorbraak in de onderhandelingen met Griekenland. Nou ja, een mogelijke doorbraak – niets in deze crisis gaat vanzelf. Toch sprak Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de groep eurolanden die speciaal bijeen was gekomen in Brussel, van „een zeer positieve uitkomst”.

Voor hem dan. Voor de Grieken is het een capitulatie. Na de recent door de radicaal-linkse Alexis Tsipras gewonnen verkiezingen, wilde de nieuwe Griekse regering zich ontworstelen aan het dwingende Europese hervormingsprogramma. Andere eurolanden waren daar fel tegen.

Verschillende gesprekspogingen mislukten. Maandag volgde een ultimatum. Donderdag deden de Grieken een knieval, door alsnog om verlenging van het eind februari aflopende programma te vragen, maar de brief aan Brussel was dubbelzinnig. Vrijdagavond werd daar onder zware Duitse druk een kraakheldere verklaring van gemaakt, die door alle in Brussel aanwezige Europese ministers van Financiën kon worden onderschreven.

Die verlenging komt er nu, met vier maanden, maar niet onvoorwaardelijk. De Grieken moeten maandag een eerste overzicht geven van structurele hervormingen die ze willen doorvoeren. Als de lijst goed wordt bevonden, volgt het groene licht pas. In een aantal landen, waaronder Duitsland en Nederland, moeten nationale parlementen dat doen. De tijd die dat kost, zorgde voor extra druk.

Bovendien blijkt de door Tsipras doodverklaarde trojka, het gezelschap van Europese instituten dat het hulpprogramma overziet, springlevend. Het lijstje dat Athene maandag inlevert wordt gekeurd door de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Zij beoordelen over vier maanden ook of het hulpprogramma succesvol is uitgevoerd. Alleen dan kan Athene een laatste tranche aan noodsteun ter waarde van 7 miljard euro tegemoet zien.

Griekenland zit weer aan het infuus dat het zo verfoeit. Minister van Financiën Varoufakis constateerde vrijdag bitter dat de vorige machthebbers in Athene succesvol „een val” hebben gezet voor de nieuwe regering, omdat er afspraken zijn gemaakt waar geen ontkomen aan is.

Toch kwam hij niet met lege handen naar buiten. Op basis van eerdere afspraken moet Varoufakis dit jaar een primair begrotingsoverschot (waarin rentelasten niet meetellen) van 3 procent laten zien – dat vergt mogelijk veel extra bezuinigingen. Zijn collega’s beloofden rekening te zullen houden met de economische situatie in Griekenland: valt die tegen, dan mag het begrotingsdoel mogelijk omlaag.

Op veel andere punten moesten de Grieken toegeven. Een door het Europese noodfonds EFSF aangehouden financiële buffer voor Griekse banken vloeit niet terug naar Athene, zoals de Grieken hadden gevraagd, maar blijft bij het EFSF. Dijsselbloem: „We willen er zeker van zijn dat het beschikbaar blijft voor de herkapitalisatie van banken en niet naar overheidsbestedingen gaat.” De Grieken herhaalden hun belofte dat ze niet eenzijdig cruciale bezuinigingen zullen terugdraaien en dat ze al hun financiële verplichtingen zullen nakomen.

Dijsselbloem noemde de deal gisteren „een eerste stap in het opbouwen van vertrouwen”. Het is moeilijk, zei hij ’s middags, toen het begin van de vergadering moest worden uitgesteld om extra overleg tussen Grieken en Duitsers mogelijk te maken. Rond negen uur ’s avonds kwam hij ontspannen naar buiten. Missie geslaagd.