Aristoteles als onverwachte held voor biologen

Noem de titel van een boek van Charles Darwin. Iedere bioloog kan dat. Wie geen weet heeft van On the origin of species, wordt niet voor vol aangezien. Maar Aristoteles? Voor moderne biologen is de Griekse filosoof uit de vierde eeuw voor Christus ‘een leegte met een naam eraan’. Dat schrijft Armand Marie Leroi in The Lagoon, en dat lijkt niet overdreven.

Leroi, zelf hoogleraar evolutiebiologie in Londen, maakt vanaf de eerste bladzijde duidelijk dat zij, dat wij, iets gemist hebben. In 500 bladzijden toont de auteur overtuigend aan dat Aristoteles een geweldige bioloog was. Dat hij nieuwe inzichten bood in bijna alle takken van wetenschap. Dat veel van onze theorieën op de zijne zijn gebouwd.

Dat het, kortom, eigenlijk onbestaanbaar is om geen idee te hebben waar Aristoteles over schreef in zijn Historia animalium, in zijn De partibus animalium en zijn andere onderzoekende werken over de wereld, die we nu biologie, scheikunde of kosmologie zouden noemen.

Aristoteles wordt natuurlijk wel gelezen – en is de afgelopen tweeduizend jaar duizendmaal herlezen, geïnterpreteerd en bediscussieerd – door filosofen. Het is onmogelijk om recht te doen aan de precisie waarmee zij zijn ethiek, zijn kennisleer, zijn logica ontleed hebben. Leroi doet dat dan ook niet. Hij brengt Aristoteles naar de biologen, en hoe. The Lagoon is een ontdekkingsreis door de wetenschappelijke werken van Aristoteles, en een interpretatie van zijn biologische theorieën.

Tijdens die reis keert Leroi steeds terug naar de lagune uit de boektitel. Het is een lagune met de naam Kalloni, op het eiland Lesbos. Aristoteles (384-322 v. Chr.) woonde er ongeveer twee jaar, rond zijn veertigste. In de twee decennia daarvoor had hij in Athene bij Plato gewerkt en gestudeerd, aan diens academie. Niet lang na Plato’s dood verliet Aristoteles Athene, om er ruim tien jaar later terug te keren en zijn eigen school te stichten. Tijdens een groot deel van de tussenperiode was Aristoteles hoofd van de koninklijke academie van Macedonië, waar hij les gaf aan de jonge Alexander de Grote – onder anderen.

Maar voordat Aristoteles naar Macedonië vertrok, had hij op Lesbos gewoond. Leroi plaatst die twee jaar aan de lagune centraal in de ontwikkeling van Aristoteles’ biologische ideeën.

Dáár bestudeerde hij bijen, schapen en vooral zeedieren – de vissen, de pijlinktvissen, de zee-egels. Dáár was hij met zijn vriend Theophrastus, de plantenkenner. De natuur was dichtbij. Of het echt zo ging, is niet duidelijk. Aristoteles schreef nauwelijks iets persoonlijks. Leroi probeerde dan ook geen biografie te schrijven, en laat de Atheense en Macedonische jaren grotendeels links liggen. In plaats daarvan schetst de evolutiebioloog met brille en geduld Aristoteles’ biologische wereldbeeld. Er is vergelijkende anatomie en morfologie, fysiologie, ontwikkelingsbiologie, erfelijkheidsleer. Aristoteles’ geschriften zijn omvangrijk, warrig gerangschikt en lang niet alles klopte. Zo overschatte Aristoteles het hart (we zouden ermee denken), dacht hij dat vlees en sperma homogeen waren, en dacht hij dat oesters en vliegen spontaan ontstonden. Maar Aristoteles’ wetenschap was toch coherent en verpletterend rijk aan inzicht. Hij veronderstelde dat erfelijke informatie van ouder op kind wordt doorgegeven, ook als die niet tot uiting komt. Hij zag het verband tussen levensduur, lichaamsgrootte en kindertal van dieren. Hij zag dat dolfijnen geen vissen zijn.

Leroi is daarbij een intelligente verteller. Zijn interpretaties zijn ontwapenend. Zijn voetnoten en tussenwerpingen zijn geestig en persoonlijk. En voor wie het allemaal precies wil weten, zorgde de hoogleraar voor een uitgebreid notenapparaat. The Lagoon is een onmisbaar boek.