Achter iedere schat is er een treurig verhaal

In Buren zijn vorig jaar heel veel Romeinse munten gevonden.

foto rijksmuseum van oudheden

Hoe groter de muntschat, hoe groter het drama. De aangenaam verraste archeoloog of metaaldetector-amateur is natuurlijk blij met de vondst. Maar ooit waren de muntstukken het eigendom van iemand. En die persoon heeft zijn schat echt niet vrijwillig in de grond laten zitten. Hij is waarschijnlijk op de vlucht neergehouwen door plunderaars.

Of, ook heel sneu: de eigenaar had de oorlog of rooftocht die hem dwong de schat te begraven, overleefd. Maar vervolgens was hij vergeten waar precies zijn geld ook al weer lag. Zou hij nog lang hebben lopen zoeken?

In het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is nu een vorig jaar teruggevonden muntschat te zien. Het is een heel bijzondere: 162 zilveren Romeinse munten. De munten zijn gemaakt tussen het jaar 200 en het jaar 250 na Christus. De schat lag in de modder van een slootje in het Gelderse stadje Buren.

Daar is hij waarschijnlijk kort na het jaar 250 begraven. Dat was een ruige tijd in Nederland. Er waren grote overstromingen, het Romeinse gezag was zwak door eindeloze burgeroorlogen in Rome. En Germaanse stammen hielden geregeld plundertochten. Iemand is toen niet meer teruggekomen naar Buren.