Christen of moslim kun je niet vragen om achter homoseksualiteit te staan

PvdA-Tweede Kamerlid Keklik Yücel vraagt aandacht voor homoseksualiteit in de religieuze gemeenschap. Het is haar hoop dat iedereen zich vrij voelt om zichzelf te zijn en lief te hebben. Ze stelt voor om ‘mensenrechtenambassadeurs’ naar religieuze scholen te sturen, een voorstel gesteund door Bussemaker. Ze heeft op een belangrijk punt gelijk. Bij seksuele voorlichting mag niet gezegd worden dat de bijbel of koran homoseksualiteit ‘verbiedt’ of ‘afkeurt’. Ze schrijft ook dat het ons streven moet zijn dat niemand zijn diepste zijn hoeft te verloochenen. Waar ze geen rekening mee houdt, is dat je dat van een christen of moslim niet kunt vragen. Het doel van de ‘mensenrechtenambassadeurs’ is dat zij het gesprek over acceptatie aangaan. Maar ‘acceptatie’ betekent niet hetzelfde als ‘ergens achter staan’ of ‘dezelfde visie delen’. Vanuit een persoonlijke overtuiging kan iemand ervoor kiezen geen homoseksuele relatie aan te gaan. Een ander met dezelfde geloofsovertuiging kan daar wel voor kiezen. Zullen ze achter de keuze van de ander staan? Nee, anders zou het ook hun eigen keuze kunnen zijn geweest. Maar kunnen ze elkaar accepteren? Dat moet het streven zijn. Dat we een verschillende visie kunnen hebben en dat van elkaar accepteren. Bussemaker en Yücel willen dat iedereen dezelfde overtuiging heeft. Het opgeheven vingertje in een nieuwe verpakking dat leidt tot een nieuwe patstelling: vrijheid van godsdienst en levensovertuiging voor alle Nederlanders, behalve voor hen met wie we van godsdienst of levensovertuiging verschillen.