Was het de locatie, of toch wat anders?

Het leek zo goed te gaan met Amsterdam Expo op de Zuidas. Nu is het failliet. Waar dat nou precies aan heeft gelegen?

Amsterdam Expo aan de Zuidas is failliet. De eerste grote expositieruimte ver buiten het centrum trok te weinig bezoekers. Foto ANP

Op die locatie. Peter Tabernal, directeur van Amsterdam Expo, zegt het een paar keer. Het werkte niet… op die locatie. Daar, aan de Gustav Mahlerlaan, midden op de Zuidas. In een enorm glazen gebouw van 3.000 m2, naast een sportschool, tegenover bouwwerkzaamheden. Tussen de hoge gebouwen waar mannen in pakken en vrouwen op hakken werkdagen van 14 uur maken bij accountants, banken en advocatenkantoren. Op die locatie. Daar lukte het de expositieruimte niet om te overleven. Amsterdam Expo is failliet.

Dat kwam toch een beetje uit de lucht vallen. Tabernal en zijn mensen haalden grote reizende exposities binnen en die trokken veel bezoek. Toetanchamon: 178.000 bezoekers. Die over animatiestudio Pixar: 135.000. Titanic: 130.000. Lego: 140.000. Die cijfers maken je een van de meest bezochte bezienswaardigheden in de stad. „Ondanks de enorme bezoekersaantallen hebben we geen zwarte cijfers kunnen schrijven”, zegt Tabernal. „We hadden een bepaalde begroting voorzien. Die hebben we niet kunnen behalen. Op die locatie.”

Begin 2012 was er voor het eerst een tentoonstelling te zien in het gebouw op de Zuidas, toen nog een tijdelijke proef op een tijdelijke locatie onder de tijdelijke naam Expo Zuidas: Body Worlds, kunst met gepreserveerde lichamen. Er kwamen 200.000 mensen op af. Amsterdam Expo kon zich er aan het einde van het jaar, mede dankzij een lening van de gemeente van 190.000 euro, permanent vestigen. De gemeente wilde de Zuidas een culturele impuls geven en ook proberen de drukte in het centrum te ontlasten.

Dat geld is de gemeente in ieder geval kwijt. Expo moest het geld terugbetalen als het winstgevend werd, maar dat is het nooit geworden. Sebastiaan Meijer, woordvoerder van wethouder Kajsa Ollongren (Cultuur, D66) gist ook naar wat er is misgegaan. Vanaf het begin, zegt hij, is er al hulp geweest van Project Zuidas en Amsterdam Marketing. Dat hielp blijkbaar niet genoeg. Machteld Ligtvoet van Amsterdam Marketing klinkt ook oprecht verbaasd aan de telefoon. „Het is ontzettend jammer. Inhoudelijk stond het ook. Als het dan niet lukt, dan is het heel verdrietig. Maar het zij zo.” Volgens haar kreeg Amsterdam Expo „het hele pakket” qua publiciteit.

Waar ging het dán mis? „Zit het hem in de bedrijfsvoering?”, vraagt Meijer zich af. „Wij kijken niet achter de schermen”, zegt Ligtvoet. Tabernal zegt er ook zijn hersens over te hebben gebroken, veel geeft hij niet prijs. Er stonden zes mensen op de loonlijst, de huur van de ruimte was niet te hoog. Ja, de inkoop van de exposities was duur. Té duur? Geen idee, zegt hij. Voor deze locatie misschien. Er kwamen gewoon tienduizenden mensen te weinig.

„Iedereen wil natuurlijk in het Paleis op de Dam zitten”, zegt Ligtvoet. „Maar ze hebben ook een grote ruimte nodig.” Of het op een andere plek wel was gelukt, Tabernal weet het niet, dat is „speculatief”. Hij had tot het laatste moment nog alle hulp gezocht die hij kon vinden. Het werd niets. De huidige tentoonstelling over de ijstijd mag nog doorgaan tot het geplande einde van 1 maart, dan is het klaar. Aan een doorstart moet Tabernal nog niet denken. „Ik wil dit eerst netjes afgewikkeld hebben.”