Vijf kunstblockbusters, bijten die elkaar niet?

Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hangen momenteel vol met vele miljarden aan kunst, uitgeleend door musea en verzamelaars vanuit heel de wereld. Rothko, Rembrandt, Matisse, die kent iedereen wel, de Frick Collection uit New York is deels te zien in het Mauritshuis en onder de naam Liefde & Lust hangen in het Centraal Museum de werken van Wtewael.

Blockbusters. De naam stuit op bezwaren. Sjarel Ex van museum Boijmans van Beuningen spreekt liever van “dragende tentoonstellingen”. Emilie Gordenker van het Mauritshuis gebruikt de term ‘publiekstentoonstellingen’.

Is het toeval, vijf van zulke internationale blockbusters, pardon publiekstentoonstellingen, vrijwel tegelijkertijd? Versterken of kannibaliseren ze elkaar? En wat zijn de voor- en nadelen van zulke kostbare exposities? Vijf directeuren geven antwoord, in vijf slideshows.

Voordelen en nadelen

De voordelen van zulke grote exposities: de grote toeloop genereert aandacht voor de vaste collectie, de belangstelling geeft een kick aan de organisatie en het trekt sponsors aan. Ook biedt het kansen aan wetenschappers.

De nadelen zijn even zonneklaar. Blockbusters putten door de jarenlange voorbereiding de organisatie uit. Edwin Jacobs van het Centraal Museum: “Je moet afdelingen en conservatoren soms voor lange tijd vrijstellen, zodat ze een bijbehorend publieksboek kunnen schrijven.” De staf gaat tot op het bot, zegt Sjarel Ex, wiens medewerkers nu druk bezig zijn met Van Bosch tot Bruegel, een grote expositie die in oktober opent.

Door de hoge kosten voor transport, verzekering, catalogus en publiciteit kleven er grote financiële risico’s aan de publiekstrekkers. De exploitatie van blockbusters is een hachelijke zaak, zegt Ex. Geld genererende oefeningen zijn het niet, zegt ook Gordenker.

Hoe meer hoe beter

Door de hoge kosten zijn blockbusters alleen te organiseren met bijdragen van cultuurfondsen en andere sponsors, zeggen allen. Ex geeft pas definitief toestemming voor een tentoonstelling als de helft van de begroting is gedekt door toezeggingen van derden. Edwin Jacobs legt die grens zelfs bij 60 procent.

Vijf blockbusters vrijwel tegelijk, het is niet zo gepland. Maar geen van de bestuurders vindt het een probleem. “Hoe meer grote tentoonstellingen hoe beter”, zegt Gordenker. Collega Ex: “Het trekt extra volk. Door Late Rembrandt kan het Centraal Museum rekenen op tienduizend extra buitenlandse bezoekers voor Wtewael.”

Het Mauritshuis en het Rijksmuseum hebben voor Rembrandt en Frick samen opgetrokken.

De openingen zijn op elkaar afgestemd en de musea zijn samen in het buitenland actief geweest om belangstelling voor de tentoonstellingen te wekken. “We zijn niet alleen goede museumbestuurders, maar ook goede zakenmensen”, zegt Gordenker.

Aandacht trekken is essentieel. Zoals Het Rijksmuseum met Late Rembrandt doet:

Met enige jaloezie kijkt Sjarel Ex naar dat machtsvertoon. Boijmans heeft nooit meer dan 60.000 euro beschikbaar voor een publiciteitscampagne. Ex:

“Twee rondjes affiches door Nederland, dan is het geld wel op.”

Of een blockbuster een kaskraker wordt? Volgens directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes kun je het zien aan de bezoekcijfers van de eerste tien dagen. Al speelt volgens Ex het geluk ook een rol. “Tegen een vroege lente is niks bestand.”