Verbranden in de zon gaat in de schaduw nog verder

Veel huidschade door zonnebrand ontstaat pas na het zonnebaden. Tijd voor een crème tegen naverbranding?

Zonaanbidders op het strand van Noordwijk aan Zee zien ‘s avonds hun huid nog roder worden. Foto Robin Utrecht/ANP

Ook al ben je al uren uit de zon, de schade die uv-straling toebrengt aan DNA in de huidcellen kan loopt nog urenlang steeds verder op. Moleculen van het bruine melaninepigment in de huid zijn door de intense straling in aangeslagen toestand geraakt. De energie die daarin is opgeslagen komt langzaam vrij en kan het DNA alsnog beschadigen. Zo kan wel de helft van de DNA-schade ontstaan ná het zonnebaden. Tot die opmerkelijke conclusie komen Amerikaanse onderzoekers vandaag in Science.

De meest voorkomende DNA-schade die uv-straling veroorzaakt leidt tot een éénletter-mutatie, waarbij een C in de code verandert naar een T. Zulke schade wordt meestal gerepareerd door de cel, maar bij teveel schade lukt dat niet meer en kan er uiteindelijk huidkanker ontstaan.

Tijdens het meten van de snelheid waarmee deze DNA-schade in huidcellen onder een uv-lamp ontstaat viel het Doug Brash en zijn medewerkers van Yale University op dat de beschadigingen ook nog opdoken als de lamp al uit was. Sterker nog de snelheid van DNA-schade in het donker nam eerst zelfs toe om pas uren daarna weer af te nemen. Het team ontdekte dat melanine, het huidpigment waarvan al lange tijd bekend is dat het beschermt tegen schade door zonlicht, ook verantwoordelijk is het voor DNA-schade door deze ‘naverbranding’.

„Dat is nieuw voor mij”, zegt geneticus Jan Hoeijmakers van het Erasmus MC, „Maar ik kan mij wel goed voorstellen dat het zo werkt.”

In experimenten met muizen bleek dat het er ook toe doet welk soort melanine in de pigmentcellen van de huid zit. Roodharige mensen hebben vooral feomelanine, bij donkere mensen overheerst eumelanine. Muizen met alleen het rood-gele feomelanine hadden na een uv-behandeling twee keer zoveel ‘donkermutaties’ in hun DNA als zwartharige muizen met eumelanine. Zowel energierijke uv-b-straling als uv-a-straling (het grootste deel in zonlicht) gaf het nadelige naijl-effect.

Roodharigen lijken dubbel pech te hebben: het feomelanine in hun huid beschermt al minder goed tegen de zon, maar blijkt nu ook meer schade te veroorzaken in het DNA. Melanomen, een agressieve vorm van huidkanker, komen bij hen veel vaker voor.

Brash speculeert dat er wellicht een ‘evening after’ zonnebrandcrème ontwikkeld kan worden tegen de donkerschade. Een geschikt ingrediënt daarvoor zou vitamine E zijn, want in celexperimenten legde deze stof de donkere DNA-schade geheel stil.

„Grappig idee”, vindt Hoeijmakers, „maar ik zou in eerste instantie toch vooral vertrouwen op zonnecrème tijdens het zonnen.” Kort in de zon blijven kan overigens ook.