Terschelling wil frisse lucht, geen gas

Mag er aardgas gewonnen worden op Terschelling? „Het eiland is onze achtertuin”, zegt de wethouder. Maar Den Haag gaat erover.

Poster tegen gaswinning achter een raam in de haven van West-Terschelling. De tekening is gebaseerd op de anti-kernwapenillustratie van Opland uit de jaren 80. Foto Reyer Boxem/Hollandse Hoogte

Het is rustig op de Badweg. Alleen Marian de Boer (72) rijdt met haar scootmobiel en bruinwitte spaniël Kazan voorbij. Achterop haar zitje een poster met daarop een vrouw die een boortoren omver schopt met de tekst „Gas(t)vrij”. Van gaswinning op en rond Terschelling wil De Boer niks weten. „Zie je die vrachtwagens met gas hier al rijden?”

De Boer rijdt op nog geen kilometer van één van de mogelijke plekken waar Tulip Oil naar gas wil boren. Mogelijk op het eiland, in een beschermd natuurgebied. Tulip heeft de gunning aangevraagd en wacht op de milieueffectrapportage (MER) en het oordeel van het ministerie van Economische Zaken. Zowel on- als offshoreboringen zijn een mogelijkheid voor het bedrijf.

Op analyses en het oordeel van minister Kamp (Economische Zaken, VVD) zitten de eilanders niet te wachten, zo zeggen zij op drukbezochte informatieavonden van de gemeente en Tulip Oil. Het vertrouwen in de partijen die iets met gas te maken hebben, heeft een dieptepunt bereikt.

„Wij bepalen zelf wel hoe wij met ons eiland omgaan”, klinkt het woensdagavond. De eilanders stellen vragen aan Tulip, maar specifieke antwoorden bleven vaak uit omdat Tulip Oil de MER af wil wachten. „We weten nog niet precies waar en hoe we gaan boren”, zegt Tulip-woordvoerder Joost den Dulk. Hij vindt de ophef voorbarig.

Ook het college van B en W moet het ontgelden. Dat moet stelling nemen tegen de komst van boorplatformen. Dat weigert het college vooralsnog. Het wacht de raadsvergadering van aanstaande dinsdag af. Daar wordt naar alle waarschijnlijkheid een motie ingediend én aangenomen tegen de gaswinning.

De dag na de tweede informatiebijeenkomst werkt wethouder Hendrik Klaas van der Wielen (CDA) thuis. „Ik moet even bijkomen van de afgelopen dagen.” Hij loopt op zijn klompen door het huis en stookt het haardvuur nog eens op. Er hangt een poster van Gas(t)vrij in het raam. Een spandoek met dezelfde boodschap ligt op de eettafel. „Die zijn van mijn vrouw”, verzekert hij.

Van der Wielen heeft natuur, duurzaamheid en milieu in de portefeuille. Als wethouder wil hij nog geen positie innemen. „We willen aan tafel blijven met Tulip, zo kunnen we invloed uitoefenen.” Maar als de raad hem opdracht geeft om zich te verzetten tegen de boringen, dan doet hij dat.

De wethouder beseft dat de gemeente alleen een adviserende rol heeft. Net als de provincie Friesland, die zich al tegen boringen in het Waddengebied uitgesproken heeft. „Den Haag beslist over de bodemschatten”, verzucht hij.

Als wethouder houdt hij zich nog op de vlakte, maar als eilander weet hij wel wat het beste is. „Het eiland is onze achtertuin.” En voor je achtertuin zorg je goed, beredeneert Van der Wielen. Hij hekelt de regelgeving vanuit Den Haag. „De Wadden zijn maatwerk, ze staan op de Werelderfgoedlijst.”

„Als je iets bestelt in Nederland krijg je het gratis bezorgd in héél Nederland, behalve op de Wadden. Zo’n uitzonderingspositie wil ik ook op het gebied van regelgeving.”

De poster die De Boer achterop haar scootmobiel heeft, was binnen enkele dagen te zien in menig raamkozijn en abri op het eiland. Annet van Essen van actiegroep Gas(t)vrij had er 2.000 laten drukken voor het Waddeneiland, dat zo’n 4.800 inwoners telt. Ze zijn bijna op.

Met tranen in haar ogen van de koude zilte wind staat Annet van Essen bovenop de Terschellingse duinen. „Dit is er straks misschien niet meer”, zegt ze terwijl ze over het beschermde natuurgebied kijkt. „Er mag geen fietspad gelegd worden, maar over een boorinstallatie valt wel te praten”, zegt ze hoofdschuddend.

Als er op het eiland geboord wordt, moet er een nieuw wegennet komen en zullen vrachtwagens het gas naar de haven brengen.

Van Essen vreest voor de toekomst van het eiland. Die vrees wordt gedeeld door VVV-directeur Roelan Schoor. „Mensen komen hier voor rust, ruimte, strand, natuur en de frisse lucht. Die aspecten komen in het geding als er geboord gaat worden.”

En dat zal ingrijpende gevolgen hebben. „We leven hier van het toerisme. Ruim 80 procent van de inkomsten krijgen wij uit die sector.” De eventuele schadeloosstelling weegt daar niet tegenop, vindt Schoor. „We leven van ons imago.”

Gaat het landsbelang niet boven het eilandbelang? Nee, zegt Schoor. „We proberen in 2020 zelfvoorzienend te zijn.” Dat is wat ambitieus, bekent hij, „maar in die visie past sowieso geen boorplatform”.

En als er toch geboord moet worden? „Dan maar offshore en met zo min mogelijk hinder voor het eiland.” Ook eilander Arnold Adelaar (55) is die mening toegedaan. „Laat ze maar op zee boren. Je ziet het in Groningen: de grond zakt daar naar beneden.” En dat komt het eiland goed uit, meent hij. „Zakt het water verder weg, krijgen we meer strand”, grapt hij. Op het eiland wil hij er niks van weten. „Dan zakt straks het eiland de zee in.”