Column

Rechercheur

Deze week kreeg ik een wel heel vervelende nachtmerrie. Ik word vanuit een arrestantenbusje geboeid het Amsterdamse hoofdbureau van politie binnen geleid. We lopen door een labyrint van gangen, waarin het woedende geblaf van honden opklinkt. Opeens zit ik in een kale verhoorkamer, alleen verlicht door een peertje aan het plafond.

De deur zwaait open. Een bekend gezicht kijkt me smalend aan en vraagt: „Ben jij niet die kerel die altijd zulke klotestukjes over de PVV schreef?” Ik herken de stem, kijk nog eens goed en, jawel: Hero Brinkman. Hij gaat lachend zitten, bladert plichtmatig door een dossier en zegt, niet eens zo onvriendelijk: „Beken het maar, we weten alles, we hebben de beelden.”

Ik sta op en vlucht weg, de straat op. Het is koud, guur en half donker – typisch herobrinkmanweer. Ik ren, maar kom niet vooruit. Een onzichtbare hand drukt me tegen de grond terwijl Hero zegt: „De rollen zijn omgedraaid, vriend.”

Daarna hoor ik mijn vrouw zeggen: „Hou eens op met dat geschop.”

Pas toen besefte ik dat ik het getraumatiseerde slachtoffer was van het nieuws dat de media de afgelopen dagen bereikte: Hero Brinkman zou, samen met twee collega’s, als rechercheur van de Amsterdamse politie een vrouw tot een valse bekentenis hebben gedwongen. De vrouw was betrokken bij een caféruzie, ze zou een andere vrouw met een glas in het gezicht hebben gesneden.

Op bandopnamen van dat verhoor horen we Brinkman tegen de ontkennende vrouw zeggen dat er beelden zijn van de mishandeling. Hij is er reuze pertinent over. „We hebben natuurlijk wel de camerabeelden, die spreken voor zich, zijn helder en duidelijk, en ik denk dat het heel moeilijk te verdedigen valt als je het incident ziet op de camerabeelden waarop ook security staat en bloed op de grond te zien is…op die beelden is te zien dat jij je omdraait en er naartoe loopt en vervolgens de deur uitgaat.”

„Misschien heb ik excuses aangeboden dat ik het biertje eroverheen gooide en misschien is dat dus in het gezicht beland”, zegt de vrouw wanhopig. „Zo is het niet gegaan”, zegt Brinkman. „Nee, ik ben echt zo weggelopen?”, vraagt de vrouw. „De beelden laten dat duidelijk zien”, zegt Brinkman.

Een maand later verklaart een andere vrouw op het bureau dat zij de dader is, maar Brinkman en zijn collega’s geloven haar niet. Brinkman verwijst opnieuw naar beelden die het ware verhaal vertellen. Inmiddels heeft het NTR-programma De kennis van nu geconstateerd dat die beelden niet bestaan – de politiemensen hebben gebluft. Brinkman blijft achter zijn verhoor staan en beweert dat de tweede vrouw omgekocht is. Hangende het onderzoek door de politie mag Brinkman zijn werk als rechercheur blijven doen.

Wat mij het meest schokte? Niet zozeer de kwestie van de fictieve beelden – hoe ernstig ook – alswel het feit dat Brinkman rechercheur is; dat was mij ontgaan. Ik wist dat hij destijds bij de politie een terugkeerregeling had bedongen, maar ik nam aan dat ze hem ergens veilig hadden weggeparkeerd in het archief. Wat moet je anders doen met iemand die als PVV-Kamerlid in opspraak kwam door een barman te intimideren, een buurman te bedreigen met een bijl en zich te onttrekken aan een alcoholcontrole?

Maar voorlopig kan hij, al of niet in nachtmerries, columnisten verhoren. En dan mag ik nog blij zijn dat ik in het gewone leven geen kut-Marokkaan ben.